Reve behoort wellicht niet tot de hofleveranciers in lectuur van de Belgische royals. Ze zouden vast niet weinig schrikken van dat oeuvre, waarin minderjarige 'droomprinsen' wel vaker met niets dan geilheid worden bejegend. Maar dat is literatuur, fictie, en een rijk verbeeldingsleven deed nog nooit iemand kwaad. Maar het reglement wil dat het staatshoofd die prijs uitreikt. Di...

Reve behoort wellicht niet tot de hofleveranciers in lectuur van de Belgische royals. Ze zouden vast niet weinig schrikken van dat oeuvre, waarin minderjarige 'droomprinsen' wel vaker met niets dan geilheid worden bejegend. Maar dat is literatuur, fictie, en een rijk verbeeldingsleven deed nog nooit iemand kwaad. Maar het reglement wil dat het staatshoofd die prijs uitreikt. Die omstandigheid verleent de prijs de grandeur die hem tot de oppergaai van de Nederlandse literatuur maakt, al staat hij qua geld (16.000 euro) in de schaduw van tal van door de commercie gesponsorde onderscheidingen. Het duurt lang eer de glorie van het Hof gaat tanen. Geen punt voor koning Albert. Het Hof was al begonnen met het voorbereiden van het feestje toen deze zomer bleek dat de zelfverklaarde pederast Joop Schafthuizen, Reves levenspartner en 'zaakbehartiger', zich niet tot de rijke verbeelding zou hebben beperkt. Niemand is schuldig zolang geen rechter hem heeft veroordeeld, maar in interviews ontkende Schafthuizen de feiten alvast niet. En Schafthuizen is de centrale figuur in alles wat met en rond de naar verluidt erg zieke schrijver gebeurt. En pedofiel misbruik is hoe dan ook altijd zwaarwichtig. Probleem.Het Hof kaartte de zaak aan en cultuurminister Anciaux, die er politiek verantwoordelijk voor is, annuleerde botweg het feest. Het schrijversgild voelde zich in het kruis getast. Deze auteurs begonnen een handtekeningenactie en in ordinaire oppositietaal eisten ze Anciaux' ontslag. Toen 'de' schrijvers niet in staat bleken om een constructief gevolg te breien aan hun protest, wekte dat steeds meer de schijn van een elitaire, egocentrische, pathetische en kakofonische oprisping. Zozeer dat de schrijvers met hun gestoethaspel dat van Anciaux naar de achtergrond drukten. Zo redden ze de minister onbedoeld uit een lastig parket. Met hen vergeleken, was hij de koelbloedigheid zelve gebleven.'Ja. Je zou vaker aan het Hof moeten komen,' meende Woelrat. 'Het heeft zijn voor en het heeft zijn tegen,' gaf ik toe.(Uit: Gerard Reve, 'Lieve jongens', 1973.)Marc Reynebeau