In het begin zag het er allemaal veelbelovend uit. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zou een intranet krijgen waar andere Europese hoofdsteden een punt aan konden zuigen. Scholen, administraties, parastatalen, bedrijven, Europese en multinationale instellingen, zelfs privé-gebruikers... allemaal op één glasvezelnet. Spraak- en dataverkeer, mailen en internetten, je kon het niet bedenken of het zou op het Brussels Intra Network (BIN) zitten. De hoofdstad wierp zich op als een speerpunt in de netwerkeconomie, het nieuwe toverwoord van de goeroes uit de virtuele wereld.
...

In het begin zag het er allemaal veelbelovend uit. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zou een intranet krijgen waar andere Europese hoofdsteden een punt aan konden zuigen. Scholen, administraties, parastatalen, bedrijven, Europese en multinationale instellingen, zelfs privé-gebruikers... allemaal op één glasvezelnet. Spraak- en dataverkeer, mailen en internetten, je kon het niet bedenken of het zou op het Brussels Intra Network (BIN) zitten. De hoofdstad wierp zich op als een speerpunt in de netwerkeconomie, het nieuwe toverwoord van de goeroes uit de virtuele wereld. Vorige week moesten de offertes binnen zijn van de kandidaten die zo'n netwerk wilden uitbouwen en beheren. Er viel bij consultant Arthur Andersen welgeteld één bod in de bus: van France Télécom. Vijf andere geïnteresseerden lieten het afweten en Telinfo hing zijn wagentje aan de Franse locomotief. De vijf voelden er niks voor om in Brussel een lijntje te leggen tussen gewestelijke administraties, want tot deze proporties is het ambitieuze netwerk intussen verschrompeld. GLASVEZEL TOT IN DE RIOLENDe Brusselse bedrijfswereld zond in 1997 al signalen uit naar de gewestregering. In Vlaanderen ging Telenet via de kabel telecom met hoge toegevoegde waarde aanbieden. In Wallonië bestond het embryonaal ideetje van wat later zou uitgroeien tot het Waals Intranet (WIN). Waarom kon dat in Brussels Europe niet? Het gewest leende zich uitstekend voor zo'n constructie. Hoge densiteit van mensen, bedrijven en instellingen, plus: héél véél glasvezel in de grond. Die lijnen - uitermate geschikt voor hoogtechnologische toepassingen - zitten bijvoorbeeld in de tunnels van de vervoersmaatschappij MIVB, het gewestelijk Bestuur voor Uitrusting en Vervoer beheert een netje, de NMBS heeft links en rechts glasvezel liggen, tot letterlijk in de Brusselse riolen zit deze bedrading die voor telecomoperators goud waard is. Een diplomatisch aangelegde operator kon met een minimum aan graafwerk en kabel - dus voor weinig geld - alles aan elkaar lassen tot een zogenaamde backbone voor het BIN. Kandidaten waren er genoeg, zelfs met naam en faam. Belgacom en Telenet natuurlijk, maar ook Unisource of Worldcom. In de maanden die daarop volgden, raakten de kandidaat-operators één na één ontnuchterd. Waar het juist fout begon te lopen, daarover verschillen de meningen. Brusselse ondernemers en operators wijzen naar de Brusselse regering die het hele boeltje met kennis van zaken mismeesterde. Zowat alles wat er in dit dossier kon mislopen, liep ook mis en: telkens als er een nieuwe, ruwe kosten-batenanalyse op tafel kwam, krompen meteen ook de ambities van de Brusselse regering. Moest het wel echt glasvezel zijn? Kon het hele gedoe niet beperkt blijven tot wat bedrijven en de overheid? En eindeloos sleepte de discussie aan over wie eigenaar ging worden van het netwerk. Minister-president Charles Picqué (SP) vroeg op een bepaald ogenblik Jos Chabert (CVP) en diens collega-minister Hervé Hasquin (PRL) een beetje schot in de zaak te brengen. Zij deden dat op hun manier: door het BIN-dossier door te schuiven naar de Brusselse staatssecretaris Eric André (PRL). EEN AFGESLOTEN ZAAK VOOR ONSEind december 1998 kwam Andersen dan met een lastenboek. Het liet van het oorspronkelijke, megalomane plan geen spaander heel. Het BIN was herleid tot wat links tussen gewestelijke administraties, punt. Bovendien: de operator die de winkel wou beheren, moest zelf de uitbouw van het netwerk financieren, hoewel dat eigendom zou worden van de gewestelijke overheid. In die omstandigheden haakten vijf van de zeven kandidaten af en stuurde dus alleen France Télécom een offerte binnen. "Wij waren geïnteresseerd in het dossier, maar niet in het BIN zoals het er later ging uitzien", zegt Fons Van Dijck, directeur van Telenet fijntjes. "Voor ons is dit een afgesloten zaak. Wij praten nu met de Brusselse intercommunales om een aantal diensten op de kabel te zetten." Zijn collega van Belgacom houdt het diplomatisch bij: "Wij onderzochten het lastenboek en trokken daar blijkbaar net dezelfde conclusies uit als vijf andere concurrenten." Weg prestigieus netwerk. Brussel stapt niet de hoogtechnologische communicatie in, maar katapulteert zichzelf terug naar het tijdperk van de postduif.J.G.