Michaël R. Roskam (regisseur van 'Rundskop' en van het nog te verschijnen 'Animal Rescue', de laatste film met Gandolfini): Hij was een heel groot acteur, een van de besten van zijn generatie. Die status heeft hij natuurlijk vooral te danken aan zijn rol als de imposante Tony Soprano, een personage waarmee hij voor eeuwig geassocieerd zal worden. Maar ook in de grote en kleinere rollen die hij daarnaast vertolkte, was hij nooit minder dan fantastisch.
...

Michaël R. Roskam (regisseur van 'Rundskop' en van het nog te verschijnen 'Animal Rescue', de laatste film met Gandolfini): Hij was een heel groot acteur, een van de besten van zijn generatie. Die status heeft hij natuurlijk vooral te danken aan zijn rol als de imposante Tony Soprano, een personage waarmee hij voor eeuwig geassocieerd zal worden. Maar ook in de grote en kleinere rollen die hij daarnaast vertolkte, was hij nooit minder dan fantastisch. Roskam: Hij was voor het Sopranos-tijdperk een heel graag gezien acteur op Broadway. Dat vergeten wij vaak, maar er wordt in Amerika nog altijd over gesproken. Na The Sopranos speelde hij nog in films zoals Zero Dark Thirty, Killing Them Softly en Enough Said. Die laatste is een soort romantische komedie, waarin hij een sympathieke teddybeer speelt die verliefd wordt op het vrouwelijke hoofdpersonage. Animal Rescue, de werktitel van mijn toekomstige film, is dan weer een misdaadverhaal. De link met Tony Soprano zal daardoor misschien snel gelegd zijn, maar het karakter van zijn personage staat haaks op dat van Tony en hij speelt het totaal anders. Fysiek was hij de laatste tijd ook niet meer Tony; hij zag er wat ouder en grijzer uit. Ik denk dat hij er echt klaar voor was om dat personage na vijftien jaar achter zich te laten en nog eens een iconische rol neer te zetten. Roskam: Toen ik het script van Animal Resue te zien kreeg, was James Gandolfini een van de eerste acteurs aan wie ik moest denken voor die rol. Toeval wil dat hij blijkbaar een enorme fan was van Rundskop. Hij hoorde dat ik Animal Rescue zou gaan regisseren en liet meteen via zijn agent weten dat hij geïnteresseerd was. Roskam: Ja. Hij was verrassend lief, professioneel en bescheiden. In plaats van na elke scène meteen in zijn trailer te verdwijnen, hing hij liever nog wat rond op de set. In het begin was hij zelfs een beetje timide. Hij twijfelde, hij zocht, hij probeerde... Jim kon de logica van een scène helemaal doorgronden. En hij kwam altijd vragen of ik tevreden was, en of er nog iets was wat hij kon doen. Hij reikte vaak ook oplossingen aan, zonder autoriteit op te eisen. Die straalde hij vanzelf uit. Roskam:Zijn overlijden was een schok voor mij, zeker omdat we los van de film een vriendschap begonnen op te bouwen. We gingen eens afspreken in Brussel, zijn reis was al geboekt. Heel pijnlijk. Toch zijn we ondertussen al zo lang bezig met het monteren van de film dat ik het eigenlijk al bijna vergeten ben. In de montagekamer zie ik niet James Gandolfini, maar zijn personage. Al zijn er wel momenten waarop ik een volledige take herbekijk en zie hoe hij op de set grapjes staat te maken na het opnemen van een scène. Dan besef ik het weer: Jim is weg.