Perkt de VS abortus verder in? ‘Een vlotte toegang tot abortus is een sociale maatregel’

© Reuters
Jeroen Zuallaert

Ondanks een wereldwijde trend naar liberalere abortuswetten leeft de vrees dat het tij snel kan keren. ‘Alles staat of valt met het maatschappelijk klimaat.’

Zal het Amerikaanse Hooggerechtshof de abortusrechten weldra verder inperken? Eind maart boog het Hof, waar de conservatieven sinds het presidentschap van Donald Trump een overweldigende meerderheid hebben, zich over de vraag of het gebruik van het abortusmedicament mifepriston beperkt moet worden. Bijna twee jaar nadat datzelfde Hooggerechtshof het arrest Roe v. Wade had geannuleerd en daarmee het grondwettelijk recht op abortus in Amerika afschafte, blijft het recht op abortus in de VS onder druk staan.

Waar antiabortusactivisten doorgaans religieuze of emotionele gronden aanvoeren, verloopt de strijd hier op basis van juridische spitsvondigheden. De klacht komt van de Alliance for Hippocratic Medicine, een groep antiabortusartsen die zich specifiek richt op mifepriston. Dat is een middel dat de aanmaak van zwangerschapshormoon blokkeert en gebruikt wordt bij medicamenteuze abortus. De Alliantie klaagt aan dat de Food and Drug Administration, het Amerikaanse overheidsorgaan dat onder andere instaat voor de controle op medicijnen, de gebruikstermijn voor de abortuspil ten onrechte versoepeld heeft. Waar mifepriston bij de aanvankelijke goedkeuring in 2000 slechts toegelaten was tot de zevende week van de zwangerschap, laat de FDA het sinds 2016 toe tot de tiende week van de zwangerschap. De Alliance for Hippocratic Medicine eist dat die versoepeling wordt teruggedraaid.

Bij een medicamenteuze abortus krijgt een vrouw twee soorten medicatie. Mifepriston, de eerste medicatie, blokkeert het zwangerschapshormoon progesteron. ‘Het dient vooral om de zwangerschap al een beetje af te breken en het lichaam klaar te maken voor de tweede pil’, zegt Kristien Roelens, professor gynaecologie aan de Universiteit Gent. 36 uur na de eerste pil neemt de vrouw dan prostaglandine, een middel dat voor samentrekkingen in de baarmoeder zorgt, zodat de vrucht wordt uitgedreven. ‘Dat anti-progesteron is belangrijk’, zegt Roelens. ‘We merken dat prostaglandine een stuk minder goed werkt zonder die eerste pil.’ In België wordt de medicamenteuze methode (net als in Amerika) toegepast tot de negende week na conceptie. ‘Maar eigenlijk kun je de zwangerschap met die pillencombinatie op gelijk welk moment afbreken,’ zegt Roelens. ‘Het wordt ook gebruikt bij een laattijdige zwangerschapsafbreking, wanneer er een ernstige afwijking bij het kind wordt vastgesteld.’

Liberalisering

De uiteindelijke uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof wordt pas verwacht in juli en verschillende (conservatieve) rechters hebben al gehint dat ze niet per se geneigd zijn het gebruik van mifepriston in te perken. Maar toch zit de schrik erin. De gevolgen van een inperking van de medicatie dreigen verstrekkend te zijn. Sinds de annulering van Roe v. Wade gebeurt 60 procent van de abortussen in Amerika via medicatie. Vooral in conservatieve staten, waar abortuscentra het de voorbije jaren moeilijker kregen om te functioneren, is medicatie per postorder een van de weinige manieren om nog vlot aan een abortus te raken.

Op het eerste zicht zijn die Amerikaanse verstrengingen een anomalie. Het Centre for Reproductive Rights, een mensenrechtenorganisatie die wereldwijd abortusrechten in kaart brengt, spreekt van ‘een overweldigende trend richting liberalisering van abortuswetten’. 60 procent van de vrouwen woont in een land waar abortus legaal is. In landen als Ierland, Argentinië en Mexico, waar lange tijd sterke weerstand bestond tegen vrijwillige zwangerschapsonderbreking, werd abortus in de voorbije jaren gedecriminaliseerd. In de Europese Unie bestaat alleen in Polen en Malta momenteel een zeer sterke inperking van de abortusrechten.

Los van die wettelijke liberaliseringen groeit in de meeste landen ook het maatschappelijk draagvlak. In een peiling van onderzoekscentrum Gallup vond 86 procent van de Amerikanen vorig jaar dat abortus minstens onder bepaalde omstandigheden wettig hoort te zijn. In 2022 berichtte het Pew Research Centrum dat 61 procent van de Amerikanen vindt dat abortus in (vrijwel) alle gevallen legaal hoort te zijn. Recent onderzoek van Pew, dat in tien EU-landen peilde naar de attitudes tegenover abortus, concludeerde dat in alle onderzochte landen – met uitzondering van Polen – minstens driekwart van de bevolking vond dat abortus in de meeste gevallen legaal hoort te zijn. Ook in België – dat niet in het Pew-onderzoek werd opgenomen – is het draagvlak groot. Uit een peiling van vrijzinnige organisaties uit 2018 bleek dat ruim drie kwart van de Belgen (zowel bij de Nederlandstaligen als de Franstaligen) vindt dat abortus uit het strafwetboek mag.

Vooral voor rijpe twintigers

Er is in België geen medische ingreep die beter becijferd wordt dan abortus. Sinds België in 1990 de abortuswet aannam, worden de cijfers zorgvuldig bijgehouden door de Nationale Evaluatiecommissie betreffende de zwangerschapsafbreking. De cijfers wijzen erop hoe doodnormaal een abortus eigenlijk is. Een op de vijf Belgische vrouwen heeft tegen haar vijftigste verjaardag een abortus ondergaan. Er zit bovendien geen grote evolutie in het aantal abortussen. De voorbije tien jaar schommelde dat cijfer in ons land doorgaans tussen de 17.000 en de 19.000. In 2021, het laatste jaar waarover de Evaluatiecommissie bericht, werden in totaal 16.701 abortussen uitgevoerd – een effect van de pandemie.

Het is een populair misverstand dat vooral jongeren gebruik maken van zwangerschapsonderbreking. In 2021 was slechts 7,2 procent van de vrouwen die een abortus kregen jonger dan twintig. Tienerzwangerschappen zijn in België zelfs relatief zeldzaam. Het abortuscijfer – het aantal abortussen per 1000 vrouwen – bij tieners is sinds 2011 gehalveerd. Abortus is in België bij uitstek een ingreep voor rijpe twintigers en dertigers. De mediaanleeftijd van vrouwen die een abortus ondergaan is 29 jaar; ruim 44 procent van de Belgische vrouwen die hun zwangerschap afbreken is ouder dan dertig.

Ook het cliché dat abortus een gevolg is van lichtzinnig gedrag blijkt niet te kloppen. In 46 procent van de gevallen woont de vrouw die een abortus ondergaat samen met haar partner. Ruim 56 procent van de vrouwen die in 2021 een abortus ondergingen, heeft op het moment van de ingreep al minstens één kind op de wereld gezet.

56 procent van de vrouwen die in 2021 een abortus ondergingen, gebruikte voorbehoedsmiddelen. De meerderheid van die vrouwen gebruikte relatief betrouwbare voorbehoedsmiddelen zoals de pil (37%), een condoom (27%) of de noodpil. ‘Het is nu eenmaal enorm moeilijk om je vruchtbaarheid onder controle te houden’, zegt Carine Vrancken, die als directeur van de vzw Luna vier abortuscentra in Vlaanderen leidt. ‘Een vrouw is gemiddeld 35 jaar vruchtbaar, en dat 12 à 13 keer per jaar. Elke Belg met een baarmoeder die niet zwanger wil worden moet in theorie dus 450 keer voorzorgen nemen. Wij doen alsof dat gemakkelijk is, maar dat is niet zo: het is enorm moeilijk. Voorbehoedsmiddelen zijn nu eenmaal feilbaar.’

Nederlandroute

Sarah Hulsmans, die het onderwerp abortus opvolgt bij het Vlaams expertisecentrum voor seksuele gezondheid Sensoa, benadrukt dat het gebruik van voorbehoedsmiddelen in België enorm ingeburgerd is. ‘Er zijn weinig landen waar vrouwen zo gemakkelijk en goedkoop aan voorbehoedsmiddelen raken als in België.’ Hulsmans wijst op de Contraception Policy Atlas, waar België geroemd wordt om zijn laagdrempelige toegang tot voorbehoedsmiddelen. Alleen Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Luxemburg scoren beter. Ondanks die vrijwel algemene toegang becijferde het Sexpert-onderzoek van Sensoa uit 2013 dat een op de vier zwangerschappen in Vlaanderen ongepland is – maar daarom nog niet ongewenst. ‘Het is een volstrekte mythe dat je met voorbehoedsmiddelen abortussen overbodig maakt’, zegt Hulsmans. ‘Zelfs als je bij wijze van spreken elke Belgische vrouw een spiraal geeft, zul je nog altijd abortuszorg nodig hebben.’

Ook het idee dat een afgebroken zwangerschap een trauma is waar vrouwen levenslang de emotionele littekens van dragen is op weinig gebaseerd. ‘De overgrote meerderheid van de vrouwen heeft er lang over nagedacht, en heeft achteraf geen spijt’, zegt Roelens. ‘We weten uit tal van nationale en internationale studies dat vrouwen na hun ingreep vooral opgelucht zijn. Uiteraard denken de meesten er weleens aan terug, maar eigenlijk gebeurt het zelden dat vrouwen achteraf spijt krijgen.’

Hoewel abortus ondertussen goed ingeburgerd is, bestaan er in België voorlopig nog wettelijke barrières. Zo zijn abortuscentra vandaag wettelijke verplicht om vrouwen die om abortus vragen te informeren over de mogelijkheid van adoptie. Nog problematischer is de verplichte wachtperiode: tussen de eerste consultatie en de uiteindelijke abortus moeten minstens zes dagen zitten. ‘Zo’n wettelijke bepaling geldt voor geen enkele andere medische procedure, zelfs niet voor wie zich bijvoorbeeld wil laten steriliseren’, zegt Ciska Hoet, directeur van kenniscentrum voor feminisme RoSa. ‘Het lijkt alsof we ervan uitgaan dat vrouwen pas over een abortus beginnen na te denken wanneer ze voor het eerst in een abortuscentrum komen. Dat is natuurlijk niet zo. Toch dwingen we hen om minstens zes dagen langer zwanger rond te lopen.’

Er is ook de bepaling dat een abortus voor niet-medische redenen in België niet mogelijk is na de twaalfde week van de zwangerschap. Voor de meeste vrouwen die ongewenst zwanger raken is die termijn voldoende: 75 procent van de abortussen wordt uitgevoerd in de eerste zes weken van de zwangerschap, 98 procent binnen de eerste tien weken. Desondanks moeten jaarlijks honderden Belgische vrouwen door de huidige beperkingen de grens over om een abortus te krijgen – doorgaans naar Nederland, waar een niet-medische abortus tot de termijn van 22 weken mogelijk is. In 2021 ging het over 371 vrouwen. Het is te gemakkelijk om die vrouwen weg te zetten als onachtzaam en onvoorzichtig, vindt Vrancken. ‘We hebben hier elk jaar wel eens iemand die er pas na dertig weken achter komt dat ze zwanger is. Dat zijn vrouwen bij wie je echt niet kunt zien dat ze zwanger zijn. Ik snap dat dat absurd klinkt: als ik het zelf niet al zo vaak gezien had, zou ik het ook niet geloven.’

371 Belgische vrouwen moesten in 2021 naar Nederland voor een abortus na 12 weken.

Vrancken ergert zich aan de manier waarop de ‘Nederlandroute’ wordt voorgesteld als een randfenomeen waarbij een retourtje Nederland een gemakkelijke oplossing is. ‘We onderschatten voor hoeveel stress dat zorgt’, zegt ze. ‘Niet iedereen heeft de mogelijkheid om even naar Nederland te rijden. Er is een enorme financiële drempel, want de behandeling wordt niet terugbetaald. Vrouwen die voor een abortus naar Nederland gaan, moeten in een week tijd 1000 à 1300 euro bij elkaar krijgen. Waarom maken we het zo moeilijk voor hen?’

Voorvechters van een verdere liberalisering wijzen erop dat een vlotte toegang tot abortus vooral de sociaal zwakkeren ten goede komt. ‘Een vlotte toegang tot abortus is een sociale maatregel’, benadrukt Roelens. ‘We merken dat het bij uitstek de sociaal zwakkeren zijn die eerst uit de boot vallen: mensen die in precaire omstandigheden leven, vluchtelingen, vrouwen die slachtoffer zijn van partnergeweld. Tragisch genoeg is net bij die bevolkingsgroepen de impact van een ongewenst kind het grootste.’

Geen minimensjes

Een lijvig expertenrapport dat vorig jaar op verzoek van de federale regering werd opgeleverd, liet weinig aan de verbeelding over. De experts gaven de expliciete aanbeveling om de ‘vernederende’ wachttijd van zes dagen te schrappen en de termijn voor niet-medische abortus te verlengen naar 18 of zelfs 20 weken na de conceptie. Pogingen van liberalen, groenen en socialisten om de wachtperiode af te schaffen en de termijn te verlengen tot 18 weken stuiten op weerstand van coalitiepartner CD&V. De christendemocraten willen niet verder gaan dan 14 weken, en geven aan dat ze de wachtperiode slechts willen inkorten. Ook de N-VA en het Vlaams Belang vinden een verlenging van de termijn niet aan de orde.

Hoewel antiabortusactivisme in België een relatief zeldzaam fenomeen is – luidruchtige protesten bij abortusklinieken, die in Amerika schering en inslag zijn, zijn in ons land verboden – vinden bepaalde argumenten ook hier ingang. Foetussen worden voorgesteld als minimensjes met een kloppend hartje die pijn ervaren, persoonlijkheden in de dop die slechts een voltooide zwangerschap verwijderd zijn van een carrière als baanbrekende wetenschapper, kunstenaar of variétéartiest. ‘Antiabortusactivisten stellen het soms voor alsof je een kind in tweeën knipt als je een abortus laat uitvoeren’, zegt Ciska Hoet. ‘Ze geven een enorm brede invulling aan wat we als leven moeten beschouwen. Bovendien stellen ze zich blijkbaar nooit vragen bij de kwaliteit van dat leven – niet van wie zwanger is, niet van het ongewenste kind. Ze zetten emotionele argumenten in om vrouwen het recht op zelfbeschikking te ontzeggen.’

In die discussie spelen wetenschappelijke ontwikkelingen een opmerkelijke rol. Bij het bepalen van de uiterste abortustermijn speelt het concept ‘levensvatbaarheid’ een grote rol. Maar door technologische vooruitgang is de overlevingskans van prematuur geboren kinderen steeds groter. Dankzij betere apparatuur kunnen tegenstanders van abortus argumenteren dat bij foetussen van zes weken al een hartslag waarneembaar is – en een foetus dus al als mens beschouwd moet worden. Alleen is het maar de vraag of dat ‘hartje’ ook als een echt hart beschouwd mag worden, aangezien dat orgaan uiteraard nog niet in staat is om zelfstandig te functioneren. Ook het argument dat foetussen al op een vroeg tijdstip pijn zouden ervaren, klopt niet, aldus experts. ‘Pijnbeleving van de foetus wordt pas vanaf de 22e week post conceptie vastgesteld’, benadrukt Roelens, die als covoorzitter voor de expertencommissie optrad. In het expertenrapport wordt een eventuele pijnbeleving bij foetussen bovendien aangehaald als een aanleiding om bij het uitvoeren van de abortus aan pijnbestrijding te doen – en dus niet om de termijn te verlagen.

‘Het grote probleem is dat veel mensen niet het emotionele verschil lijken te snappen tussen een gewenste en een ongewenste zwangerschap’, zegt Vrancken. ‘Bij een gewenste zwangerschap is zo’n echo waarop je al een handje lijkt te zien natuurlijk een prachtig beeld: je ziet je toekomstige kindje bij wijze van spreken naar je zwaaien. Maar bij een ongewenste zwangerschap is dat natuurlijk verschrikkelijk. Voor sommige vrouwen voelt het echt alsof er een soort indringer in hun lichaam zit die er zo snel mogelijk uit moet. Waarom zou je zulke vrouwen dwingen om die zwangerschap toch uit te dragen?’

Meer dan een symbool

Door de bruuske manier waarop abortusrechten de voorbije jaren in Amerika werden teruggedraaid, leeft ook in Europa de vrees dat conservatievere regeringen de klok zouden terugdraaien. Op 4 maart keurde een overweldigende meerderheid van het Franse parlement de verankering van het recht op abortus in de Grondwet goed. Ondanks de symbolische waarde is Carine Vrancken skeptisch. ‘We moeten niet doen alsof dat het recht op abortus vrijwaart. Voor Franse vrouwen die een zwangerschapsonderbreking nodig hebben, maakt het geen enkel verschil.’

98% van de abortussen in België wordt uitgevoerd in de eerste 10 weken van de zwangerschap.

Sowieso biedt de Raad van Europa al een bepaalde vorm van verzekering. Ook als België morgen plots een oerconservatieve regering krijgt, zal het moeilijk zijn om abortus van de ene op de andere dag te verbieden. ‘Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens zorgt voor een algemene omkadering die het recht op abortus in grote mate beschermt,’ zegt Catherine van de Heyning, professor European fundamental rights aan de Universiteit van Antwerpen. ‘Dat zorgt voor een standstill-effect: het is enorm moeilijk om reproductieve rechten en abortusrechten terug te draaien.’

Maar dat wil niet zeggen dat de Franse beslissing om het recht op abortus op te nemen in de grondwet louter symbolisch is. ‘Het heeft wel degelijk juridische gevolgen’, aldus Van de Heyning. ‘Nu het recht op abortus in de Franse grondwet staat, moeten nieuwe wetten aan dat recht getoetst worden. Een Franse burger die vindt dat een nieuwe wet het recht op abortus schaadt, kan naar het Grondwettelijk Hof om die wet aan te vechten.’ Die stok achter de deur is niet zonder belang. Een volgende, meer conservatieve, Franse regering kan in theorie proberen om de praktische toegang tot abortus te bemoeilijken, bijvoorbeeld door de terugbetaling van de behandeling te verminderen. ‘Dat wordt door de vergrondwettelijking van het recht op abortus veel moeilijker’, aldus Van de Heyning. ‘Het maakt het voor toekomstige regeringen moeilijker om die verworven rechten terug te draaien.’

De pogingen van antiabortusgroepen om het recht op abortus juridisch aan te vechten, zijn in Europa voorlopig niet succesvol. Zij argumenteren dat ook het ongeboren leven rechten heeft die beschermd moeten worden. In die redenering zou een bevruchte eicel dus dezelfde rechten hebben als de vrouw die ze draagt. ‘Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft daar altijd een duidelijke streep getrokken’, aldus Van de Heyning. ‘Het Hof heeft tot nu toe altijd geweigerd om een foetus als een levend wezen te definiëren, waardoor de foetus niet onder het recht op leven valt. De vraag over wanneer dat leven dan wel begint, laat het Hof over aan de nationale staten.’

Ondanks die doortimmerde juridische onderbouwing zijn abortusrechten niet in steen gebeiteld. Hoewel de extreemrechtse Italiaanse premier Giorgia Meloni voorlopig niet heeft geraakt aan de Italiaanse abortuswet, wordt het voor Italiaanse vrouwen wel steeds moeilijker om een abortus te krijgen. Tegelijk diende Maurizio Gasparri, een senator wiens partij deel uitmaakt van Meloni’s coalitie, in 2022 een voorstel in om rechten aan ‘het ongeboren leven’ toe te kennen. Daardoor zou abortus voortaan vervolgd kunnen worden als moord. Volgens het Italiaanse ministerie van Volksgezondheid noemt 63,4 procent van de Italiaanse gynaecologen zich vandaag ‘gewetensbezwaard’, wat de toegang tot abortus in bepaalde regio’s onder druk zet.

In Polen werd de klok onder de vorige, oerconservatieve regering teruggedraaid, toen die besloot om de veroordelingen van het Europees Hof te negeren. ‘De beste bescherming voor het recht op abortus is de huidige maatschappelijke consensus in België’, benadrukt Van de Heyning. ‘Alles staat of valt met het maatschappelijk klimaat. Zolang je een politiek klimaat hebt waarin vrouwenrechten verdedigd worden, zal het heel moeilijk zijn om abortusrechten terug te draaien. Tegelijk is het belangrijk om waakzaam te zijn. We zagen in Polen dat het enorm snel kan gaan.’

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content