Op 15 mei 1648 bekrachtigen Spaanse en Nederlandse afgevaardigden in het raadhuis van Münster het vredesverdrag tussen beide landen. Daarmee komt er een einde aan tachtig jaar oorlog. De tekst van het vredestraktaat is al eerder tot stand gekomen na een periode van onderhandelen in de stad in Westfalen, vanaf januari 1646. De belangrijkste uitkomst daarvan is dat Spanje vanaf dat moment de Republiek der Verenigde Nederlanden als een onafhankelijke staat erkent. Wat het grondgebied betreft, spreken de onderhandelaars af dat elk van beide partijen die gebieden mag behouden, die ze op dat moment in handen hebben. En dat geldt zowel voor de Nederlanden als voor Oost- en West-Indië. Mocht er in de toekomst onenigheid ontstaan over een of meer van de vredesbepa-lingen, dan zullen die worden behandeld door de nieuw in te stellen Chambre mi-partie. In dit college zitten zowel vertegenwoordigers van de Spaanse koning als van de Staten-Generaal.

Omslag waarin het traktaat van het Twaalfjarig Bestand opgeborgen werd in het archief van de Staten-Generaal. (Nationaal Archief, Archief Staten-Generaal)

Geboortekaartje van Nederland

Na 15 mei 1648 mag er dus niet meer gevochten worden op het Nederlands grondgebied. En ook op zee en overzee zullen Nederlandse kooplieden niet langer hinder ondervinden van hun Spaanse concurrenten. De Vrede van Münster markeert daarmee een belangrijk omslagpunt in de Nederlandse geschiedenis. Zo wordt het althans vaak geïnterpreteerd: het is de geboorte van een onafhankelijk Nederland. En in zekere zin is dat ook zo. Maar hoe origineel zijn de bepalingen die de onderhandelaars in Münster met elkaar hebben opgeschreven eigenlijk?

Goed voorbeeld doet goed volgen

Helemaal uit de lucht zijn ze in ieder geval niet komen vallen. En dat is misschien ook niet zo heel verwonderlijk. Want nog geen veertig jaar eerder hebben Spanje en Nederland ook al uitgebreide besprekingen gevoerd om een einde te maken aan de vijandelijkheden. Dat levert in 1609 nog geen blijvende vrede op, maar wel een wapenstilstand die twaalf jaar duurt: het Twaalfjarig Bestand.

Als we de tekst van dit Bestand vergelijken met die van de Vrede van Münster, dan valt op dat er heel veel inhoudelijke overeenkomsten zitten tussen deze twee verdragen. De conclusie kan niet anders zijn dan dat het Bestand gediend heeft als een soort conceptversie voor het Vredestraktaat. In artikel 66 verwijst de tekst van de Vrede zelfs expliciet naar die van het Bestand: artikel 15 van het Bestand en artikel 10 van het amendement van 1610 zullen na 1648 van kracht blijven. Deze artikelen regelen de compensatie voor geconfisqueerde goederen.

Vele zinnen in andere artikelen zijn letterlijk dezelfde. Artikel 3 van zowel het Bestand als de Vrede is daarvan een mooi voorbeeld. In allebei de teksten luidt het begin van het artikel:

Een yegelijck sal behouden, ende datelijck gebruycken die Landtschappen, Steden, Plaetsen, Landen, ende Heerlijckheyden die hy jegen-woordich houdt ende besidt, sonder daerinne getroubleert ofte belet te worden ...

Ere wie ere toekomt

Daarnaast is het opvallend dat alle 38 artikelen uit het Twaalfjarig Bestand op de een of andere manier terugkomen in de tekst van de Vrede van Münster. Adriaen Pauw en Johan de Knuyt, de belangrijkste Nederlandse onderhandelaars in Münster, hebben duidelijk hun huiswerk goed gedaan. Maar misschien moeten we dan Johan van Oldenbarnevelt en de Franse diplomaat Pierre Jeannin, die in 1609 verantwoordelijk waren voor de totstandkoming van het Twaalfjarig Bestand, postuum nog hun rechtmatige eer geven voor de Vrede van 1648. Beter laat dan nooit ...

MEER WETEN?

De tentoonstelling Topstukken in perspectief - van Plakkaat tot Abdicatie is tot en met 5 januari 2020 te zien in het Nationaal Archief in Den Haag. Kijk voor meer informatie op nationaalarchief.nl/topstukken.

S. Groeneveld, Unie - Bestand - Vrede. Drie fundamentele wetten van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Hilversum 2009

Het Vredestraktaat

Van het traktaat van de Vrede van Münster zijn vier exemplaren gemaakt, twee in het Frans en twee in het Nederlands. In het Nationaal Archief berust zowel een Nederlandstalige als een Franstalige versie. Beide exemplaren zijn ondertekend en bezegeld door de gezanten van beide partijen. De volgorde van de zegels en handtekeningen geeft de hiërarchie tussen de ondertekenaars weer. Voor de Republiek tekent eerst de vertegenwoordiger van Gelre, vroeger een hertogdom, en daarna de vertegenwoordigers van Holland en Zeeland, het voormalige graafschap. Op 30 januari 1648 zetten zij hun handtekeningen onder het traktaat en drukten hun stempels ernaast in de zegelwas. Daarna moet het worden geratificeerd door de koning van Spanje en de Staten-Generaal. Spanje doet dat in twee Ratificaties; één in het Spaans en één in het Frans, dat tot het einde van de 19de eeuw de officiële diplomatieke taal was. Het Spaanstalige exemplaar is ondertekend met Yo el Rey (Ik de koning), het Franstalige slechts met Philippe. Aan beide stukken hangt het gouden zegel van koning Filips IV.

De Spaanse en Nederlandse gezanten leggen vervolgens op 15 mei 1648 plechtig de eed af op het vredesverdrag in de grote zaal van het raadhuis van Münster. Dit gebeurt met open deuren en onder grote belangstelling van het publiek. Daarna worden de ratificaties uitgewisseld. De Spaanse stukken worden overgedragen in een kistje, aan de buitenkant met rood fluweel bekleed, voorzien van zilverbeslag en zilverdraad.

Schilder Gerard ter Borch is meegereisd in het gevolg van de Hollandse afgevaardigde Adriaen Pauw. Hij legt het moment dat de Spaanse en Nederlandse gezanten hun eed zweren op de Vrede van Münster vast op het doek. Daarop zijn duidelijk het kistje en de ratificaties te zien. Ook alle gezanten zijn afgebeeld.

De Vrede van Münster: het vredesverdrag, de ratificaties en het kistje, 15 mei 1648. (Foto Jan Zweerts, Nationaal Archief, Archief Staten-Generaal)