'Er was geen akkoord mogelijk', zei Sánchez in het parlement, voor de stemming. 'We zullen niet de regering krijgen die belangrijk is voor Spanje.' Hij schoof de schuld voor de mislukking in de schoenen van Podemos.

Volgens Sanchez was niet het regeringsprogramma, maar de verdeling van de ministerportefeuilles het grote struikelblok bij de gesprekken met het radicaal-linkse kartel. Unidas Podemos wilde in de regering komen, 'om die te controleren', aldus de sociaaldemocratische premier. Naar verluidt had het kartel zijn zinnen gezet op het ministerie van Arbeid, maar daar kon voor de PSOE geen sprake van zijn.

Sanchez won eind april weliswaar de verkiezingen, maar met slechts 123 van de 350 zetels, waardoor de uittredende eerste minister aangewezen was op allianties om aan de macht te kunnen blijven. Sanchez had dinsdag al een eerste vertrouwensstemming verloren, waarbij hij een absolute meerderheid nodig had. Donderdag heeft hij een gewone meerderheid nodig. Met de stemmen van radicaal-links had Sanchez die zo goed als zeker gehaald, maar volgens mediaberichten had Unidas Podemos laten weten zich net zoals dinsdag te zullen onthouden.

Sanchez heeft nu tot en met 23 september om het parlement alsnog te proberen overtuigen. Lukt dat niet, dan zal de Spaanse koning Felipe VI. opnieuw vervroegde parlementsverkiezingen moeten uitroepen, die wellicht in november zouden plaatsvinden. Dat zou betekenen dat de Spanjaarden voor de vierde keer in vier jaar tijd naar de stembus moeten voor de verkiezing van een nieuw parlement. Hadden PSOE en Unidas Podemos mekaar wel gevonden, dan had Spanje haar eerste coalitieregering gekregen sinds de burgeroorlog (1936-1939).