Angela Merkel kan de geschiedenis ingaan als een toonbeeld van inschikkelijkheid, Europagezindheid en menselijkheid. Die erfenis is van belang voor haar als mens en vooral voor alle komende voorvechters van het Europese project. Maar om ze veilig te stellen, zal Merkel tijdens het halfjaarlijkse Europese voorzitterschap én haar laatste jaar als bondskanselier meer moed moeten tonen. Ze zal de stap moeten zetten naar groots leiderschap.
...

Angela Merkel kan de geschiedenis ingaan als een toonbeeld van inschikkelijkheid, Europagezindheid en menselijkheid. Die erfenis is van belang voor haar als mens en vooral voor alle komende voorvechters van het Europese project. Maar om ze veilig te stellen, zal Merkel tijdens het halfjaarlijkse Europese voorzitterschap én haar laatste jaar als bondskanselier meer moed moeten tonen. Ze zal de stap moeten zetten naar groots leiderschap. Laten we eerlijk zijn: de voorbije vijftien jaar heeft Merkel gesurft op de economische groei die haar voorganger Gerhard Schröder in beweging heeft gezet. Door die groei heeft zij haar bekende pragmatisme aan de dag kunnen leggen in het verdiepen van de Europese financiële samenwerking. Door die groei heeft ze dat pragmatisme ook aan de dag moeten leggen, want het Duitse economische succes hing grotendeels af van uitvoer naar zwakke Europese landen. De zogenoemde moed die de bondskanselier toonde tijdens de eurocrisis en opnieuw tijdens de coronacrisis was dus in de eerste plaats zakelijk pragmatisme: zonder Europees economisch herstel geen Duits herstel. Merkel heeft steevast gehandeld naar het Duitse economische eigenbelang, of toch dat van de exporterende industrie. En dat is uiteraard haar taak. Om werkelijk haar sporen als een groot leider te verdienen, wachten haar nog vijf grote opdrachten. Versnel de hervormingen die de Duitse economie evenwichtiger maken: dat is de eerste opdracht. Onder Merkel is Duitsland te zeer afhankelijk geworden van uitvoer. Hoewel de uitvoer piekte en grote bedrijven forse winsten draaiden, is het aandeel van de bestedingen door gezinnen in de economie aanzienlijk gedaald. De armoede en het gebrek aan sociale mobiliteit in het onderwijs zijn onvoldoende aangepakt. Opdracht twee is de groene omwenteling bestendigen. Voorlopig blijft Duitsland enorm afhankelijk van fossiele brandstoffen en ingevoerde consumptiegoederen uit vervuilende lagelonenlanden. Onder Merkel werd een groot deel van de vervuiling verplaatst. Als het haar menens is met de groene economische revolutie, zoals ze in juli aankondigde, dan rest haar maar één optie: de CO2-heffing aan de Europese buitengrens snel invoeren. Zolang we vervuiling externaliseren, blijft een klimaatneutraal Europa een waanidee. De derde opdracht is daarmee verwant: herzie de relaties met China en Rusland. Humanisme en opportunisme zijn niet verzoenbaar. Ook nu, ondanks decennia van vergeefse dialoog, ondanks de repressie in Hongkong en de internering van miljoenen Oeigoeren blijven Duitse diplomaten het partnerschap met China verdedigen. Als het de bondskanselier menens is met de mensenrechten, moet ze de economische samenwerking met China heroverwegen. Hetzelfde geldt voor Rusland. Houdt Berlijn Russische dissidenten de ene dag de hand boven het hoofd, dan plant het ze de andere dag een spreekwoordelijk mes in de rug. Er rest opnieuw één optie: stop de bouw van de Nord Stream 2-pijpleiding. Opdracht vier: kom in het reine met de leiders van Polen en Hongarije. De regering-Merkel werpt zich op als een hoeder van internationale akkoorden en van mensenrechten. 'We moeten ons meer dan ooit laten leiden door fundamentele rechten', opperde ze. Dat betekent dat de bondskanselier minstens aan moet sturen op een verwijdering van de Hongaarse leider Viktor Orban uit de EPP-groep in het Europees Parlement. En dat ze stopt met vertragingsmanoeuvres die de Europese instellingen verhinderen om overtredingen van de Europese politieke basisregels te bestraffen. De vijfde opdracht is oprechte en empathische solidariteit. Wanneer een sterk land als Duitsland de binnenlandse consumptie niet opkrikt, vloeit er geld naar de zwakke landen: in een muntunie is dat onvermijdelijk. Daar heeft mevrouw Merkel weinig verdienste aan. Eerder dan een transfer van geld hebben fragiele landen een transfer van ideeën nodig, ideeën die hen helpen om sterker te worden. Hoe kunnen ze banen creëren, ondernemerschap aanmoedigen, de instroom van vluchtelingen en migranten verwerken? De uitdagingen zijn talrijk, en er rest weinig tijd. Europa heeft sterke leiders nodig, rolmodellen. Mevrouw Merkel zou er nog een kunnen worden, maar dan mag ze tijdens haar laatste jaar niet blijven hangen in slogans. Dan mag ze haar Europese agenda niet laten bepalen door megabedrijven die hun toekomstverhaal vooral buiten Europa schrijven. En dan mag ze vooral zichzelf niet wijsmaken dat haar verhaal ten einde is. Haar parcours van inschikkelijkheid heeft een apotheose van moed nodig.