Goed zes maanden na zijn forse verkiezingsoverwinning, in december 2019, bestuurde Boris Johnson in de coronacrisis zo slecht dat hij alweer op weg leek naar de uitgang. Hij was zijn magie kwijt, kopten populaire kranten - BoJo lost his mojo. Maar vorige week kreeg oppositiepartij Labour bij regionale en lokale verkiezingen een nieuwe klap. De Conservatieven van Johnson wonnen zelfs opnieuw in de zogenoemde rode muur van kieskringen in het verkommerde noorden van het land, dat decennialang alleen voor de socialisten koos. W...

Goed zes maanden na zijn forse verkiezingsoverwinning, in december 2019, bestuurde Boris Johnson in de coronacrisis zo slecht dat hij alweer op weg leek naar de uitgang. Hij was zijn magie kwijt, kopten populaire kranten - BoJo lost his mojo. Maar vorige week kreeg oppositiepartij Labour bij regionale en lokale verkiezingen een nieuwe klap. De Conservatieven van Johnson wonnen zelfs opnieuw in de zogenoemde rode muur van kieskringen in het verkommerde noorden van het land, dat decennialang alleen voor de socialisten koos. Wie de mensen daar nog maar enkele jaren geleden had verteld dat ze ooit voor de partij van Margaret Thatcher zouden stemmen, was gek verklaard. Johnson won niet overal. Labour hield stand in Wales en houdt burgemeesters in steden als Londen en Manchester. In Schotland behaalde de Scottish National Partij (SNP) net geen volstrekte meerderheid. Genoeg voor SNP-leidster Nicola Sturgeon om een nieuw referendum over de onafhankelijkheid van Schotland te eisen. Johnson vindt dat de pandemie net heeft aangetoond dat het belangrijk is om samen te blijven. Hij stelde snel een ontmoeting voor met de leiders van de delen van het Verenigd Koninkrijk - Engeland, Schotland, Wales en Noord-Ierland. Gedoe over een nieuw referendum in Schotland kan hij missen als kiespijn. De winst van de tory's wordt nog altijd voor een deel aan de brexit toegeschreven: de arbeidersgemeenschappen in het noorden zouden gevoelig zijn voor de patriottische peptalk van Johnson. Toch lijkt dat resultaat ook in de hand gewerkt door de vaccinatiecampagne, die het land snel uit de lockdown heeft gehaald en de Europeanen op het vasteland een neus zette. Dat is de verdienste van de regering, maar vooral van de vaak verguisde National Health Service (NHS). Johnson beloofde die NHS nu meer geld, nadat de dienst door opeenvolgende Conservatieve regeringen jarenlang op droog zaad is gezet. Wat Labour overkomt, lijkt op het lot van meer sociaaldemocratische partijen in Europa. Ook in Engeland is het nu in hoofdzaak de partij van een vaak jonge, goed geschoolde stedelijke bevolking en van etnische minderheden. Ze is de band met het ruimere land kwijt. In plaats van weer een interne oorlog te beginnen, kan ze zich beter aan het discours van Joe Biden spiegelen. Die kan in de Verenigde Staten alsnog wel een brug slaan tussen links en het centrum in de Democratische Partij. Hij doet dat door in al zijn plannen op meer jobs in te zetten. De les van Biden kan zijn dat Labour naar zijn corebusiness terug moet: werk en solidariteit.