Reynders, Roth, vertegenwoordigers van de andere 26 lidstaten en vicevoorzitter van de Europese Commissie Frans Timmermans bogen zich dinsdagochtend in het Egmontpaleis over het toezicht op het respect voor de rechtsstaat. De lopende procedures tegen Polen en Hongarije hebben de voorbije jaren immers aangetoond dat de aanpak in het kader van artikel 7 van het Europese verdrag op zijn beperkingen stuit.

Reynders lanceerde drie jaar geleden voor het eerst het idee om - naar analogie met het toezicht op de nationale begrotingen - jaarlijks de situatie van de rechtsstaat in àlle lidstaten te evalueren op politiek niveau. Die benadering wint terrein. 'Er is een zeer brede meerderheid van meer dan twintig lidstaten die het eens zijn met de principes die we op papier hebben gezet', concludeerde hij. De evaluatie moet gebaseerd zijn op principes als objectiviteit, politieke onpartijdigheid en de gelijke behandeling van alle lidstaten, en rekening houden met 'culturele verschillen' in de EU, betoogt Reynders.

De input kan geleverd worden door experts van bijvoorbeeld het EU-agentschap voor Fundamentele Rechten in Wenen en de Venetië-commissie van de Raad van Europa. Ook Duitsland is aan boord. 'Sommige collega's bekritiseren artikel 7 als een instrument waarmee het westen het oosten chanteert. Dat is niet het geval, maar een periodieke evaluatie van alle lidstaten kan hier het verschil maken', aldus Roth, die meent dat de oefening kan helpen om 'van elkaar te leren' en 'een gemeenschappelijk inzicht' te bereiken in wat de rechtsstaat inhoudt 'in het echte leven'.

Landen als Polen en Hongarije zijn uiteraard terughoudender, maar desondanks stemden alle lidstaten dinsdagochtend in met de oprichting van de werkgroep die het evaluatiesysteem de komende maanden moet uitwerken. Gehoopt wordt dat Finland, dat vanaf juli het voorzitterschap van de Europese ministerraden overneemt van Roemenië, tegen het einde van het jaar een consensus kan bereiken. Reynders en Roth beklemtonen dat het evaluatiesysteem niet in de plaats komt van artikel 7. Dat artikel omvat een stapsgewijze procedure om lidstaten tot de orde te roepen die fundamentele principes als de onafhankelijkheid van het gerecht met voeten treden.

De procedure kan in principe tot opschorting van stemrecht leiden, maar daarvoor is unanimiteit onder de lidstaten nodig en dat is allesbehalve evident. Over sancties wordt in het kader van het reviewmechanisme momenteel nog niet gesproken, maar Reynders en Roth sluiten niet uit dat herhaaldelijke weigeringen van lidstaten om rekening te houden met aanbevelingen alsnog kunnen leiden tot sancties, zoals artikel 7, inbreukprocedures bij het Europese Hof van Justitie of de opschorting van steunfondsen. De Europese Commissie heeft die link tussen Europese steunfondsen en respect voor de rechtsstaat reeds gemaakt in het kader van de voorstellen over de meerjarenbegroting na 2020 die de lidstaten momenteel bespreken.