Fons Leroy, topman van de VDAB, bevestigt in zijn reactie op mijn interview in Knack de meeste van mijn uitspraken, hoewel hij dat zelf onvoldoende lijkt te beseffen. Ik onthoud vooral dat Leroy de visie onderschrijft dat mensen aan de slag houden in tijdelijke, slecht betaalde jobs economisch onzinnig is.

'Werk is zowat het belangrijkste integratiemiddel in de samenleving', zo stelt Leroy. Daar heeft hij volkomen gelijk in. Werk bepaalt in belangrijke mate onze sociale identiteit. Over het zelfbeeld van tijdelijke werknemers schreef Tuur Viaene enkele jaren geleden een boek met veelzeggende titel: Wegwerpmens. Want werk bezorgt je een sociale identiteit, vast werk maakt het een positief gegeven.

Dienstencheques zijn een koterij die aan enkelingen onderdak biedt, maar niets oplost.

Leroy geeft aan dat onze arbeidsmarkt volatiel en onzeker is. Dat zijn twee zaken die rechtstreeks ingaan tegen een duurzame sociale integratie. Een mens, om deel uit te maken van de groep, heeft nood aan zekerheden en vastheid, zeker op werkgebied. Je kan deze stabiliteit bieden door in te grijpen op de arbeidsmarkt of door een nieuw sociaal systeem op te bouwen.

Levenslange leerplicht

De overheid en sociale partners kiezen voor de eerste weg: Fons Leroy gelooft sterk in levenslang leren, in investeren in nieuwe vaardigheden. Dat hebben ook de werkgevers begrepen: zij proberen de praktische opleiding van werknemers zoveel als mogelijk te verhalen op de overheid. Mijn opleiding in het callcenter? Drie weken, volledig betaald door pôle emploi, de Franse VDAB.

Dit soort opleidingen wordt zo een verplichting voor wie wil werken, zelfs al gaat het om een vaardigheid die je op een dag in het bedrijf kan leren, zoals een poetsmachine bedienen. Tegen de tijd dat je zo'n opleiding bij de overheid kan volgen, is de vacature al lang vervlogen - en het tijdelijke contract meestal al voorbij.

Leroy stelt verder dat België nog steeds een dominant model heeft van voltijdse arbeid met contracten van onbepaalde duur. Dat is de duale arbeidsmarkt: een grote groep geniet een statuut met een hoge mate aan sociale bescherming, een kleine betaalt de rekening. Of zoals denktank Itinera reeds tien jaar geleden schreef: 'De kosten van de overbescherming (sic) van bestaande jobs worden afgewenteld op laaggeschoolden en werklozen.'

Ik maak precies dat punt: een kleine groep, met zwakke schouders, wordt simpelweg opgeofferd. Wie echter de cijfers over tijdelijke - en uitzendarbeid opvolgt, weet dat deze groep groeiende is en er dus geknaagd wordt aan het dominante model.

Europese integratie

Dat Leroy het systeem van dienstencheques aanhaalt als overwinning, is op zijn minst cynisch. De dienstencheques zijn een koterij, een bijgebouwtje aan het bestaande systeem dat aan enkelingen onderdak biedt. De prijs die je betaalt om deze werknemers op een legale, relatief stabiele manier werk te verschaffen is hoog. Negen euro betalen voor een dienst die een werkelijke economische waarde heeft van ruim twintig euro? Dat noemt men een subsidie aan de werkgever.

Sociale dumping in Europa pak je niet aan met kleine ingrepen.

Ik mag hopen dat de politieke en syndicale hefbomen waarover Leroy spreekt meer zijn dan gelijkaardige koterijen. Sociale dumping in de Europese Unie pak je niet aan met kleine ingrepen: naast het vrij verkeer van personen moet er een eenvormig Europees sociaal systeem komen. Dat is de enige manier om de uitbuiting op de bodem van de arbeidsmarkt op lange termijn tegen te gaan.

Ik ga graag met Fons Leroy of zijn medewerkers verder in discussie over de ellende in de niet-dominante groep van wegwerpwerknemers, een groep die hij in zijn antwoord buiten beschouwing laat. In de tussentijd raad ik hem mijn boek aan, en dat hij eens een praatje doet met de leverancier van de pakjesdienst die het tegen dumpingprijs thuisbezorgt.