In volle coronacrisis verloren in sneltempo heel wat Europeanen (een deel van) hun werk. Omdat vrijwel alle Europese regeringen hun geldbuidel moesten opentrekken voor (tijdelijke) werkloosheidsuitkeringen, dreigden heel wat lidstaten in budgettaire moeilijkheden te geraken. Aan sociaaleconomische maatregelen heeft België sinds 1 februari een bedrag van ruim 7,76 miljard extra moeten uittrekken.
...

In volle coronacrisis verloren in sneltempo heel wat Europeanen (een deel van) hun werk. Omdat vrijwel alle Europese regeringen hun geldbuidel moesten opentrekken voor (tijdelijke) werkloosheidsuitkeringen, dreigden heel wat lidstaten in budgettaire moeilijkheden te geraken. Aan sociaaleconomische maatregelen heeft België sinds 1 februari een bedrag van ruim 7,76 miljard extra moeten uittrekken. Jean Deboutte, topman van het Federaal Agentschap voor de Schuld, kondigde midden juni aan dat België dit jaar meer dan 60 miljard euro zal moeten lenen om de toename van het begrotingstekort te kunnen dekken. Meer dan driemaal zoveel als België tijdens de nasleep van de financiële crisis van 2008 had moeten ophalen. In een reactie op de economische gevolgen van de coronapandemie kwamen de Europese ministers van Financiën midden april overeen dat de Europese Commissie 100 miljard euro mocht lenen op de kapitaalmarkten om dat bedrag vervolgens goedkoop te kunnen verstrekken aan de lidstaten. In die zin was dat SURE-mechanisme, hoewel het louter om leningen gaat, min of meer de voorloper van het Europese herstelfonds waarin ook subsidies vervat zaten én betekent het instrument een significante stap voor de sociale pijler van de Europese Unie. Begin augustus heeft de Belgische regering een voorlopige aanvraag ingediend om achttien maanden lang aanspraak te kunnen maken op een deel van de centen. Maandag stelde de Europese Commissie haar verdeelsleutel voor, waaruit bleek dat ons land een beroep zou kunnen doen op 7,76 miljard euro. Met andere woorden: de Commissie ziet voldoende bewijs dat de extra uitgaven wel degelijk te wijten zijn aan de coronacrisis. Eenmaal Alexander De Croo en co. de verdeelsleutel van de Commissie effectief goedkeuren, dan kan het geld in principe beginnen rollen. De Belgische regering heeft vanaf dan tot achttien maanden de tijd om maximaal acht aanvragen in te dienen om op zulke leningen een beroep te doen. De looptijd van de leningen bedraagt maximaal vijftien jaar, volgens de Commissie een duidelijk signaal aan de lidstaten dat het om een eenmalig initiatief gaat waarbij Brussel niet de bedoeling heeft om op lange termijn bevoegdheden naar zich toe te trekken. Via een rapportagesysteem moeten de landen die effectief leningen ontvangen, aantonen dat ze het geld voor de juiste doeleinden zullen aanwenden. Vraag is of België dat ook zal doen. In regeringskringen valt te horen dat het Europese geld zinvol kan zijn om de Belgische staatsschuld over verscheidene portefeuilles te spreiden om zo de risico's tot een minimum te beperken. Een tegenargument is dat de rentevoet die de Europese Commissie kan aanbieden amper van die van de Belgische verschilt, waardoor de nood aan gunstige Europese voorwaarden niet meteen aanwezig is. Door het opkoopprogramma van staatsobligaties dat de Europese Centrale Bank in april in het leven heeft geroepen, is de kans redelijk groot dat België aan een gunstig tarief zal kunnen blijven lenen.Maar in crisistijd is er natuurlijk weinig voorspelbaar. Gezien het volatiele politieke, economische en budgettaire klimaat waarin ons land momenteel verkeert, kan dat snel veranderen. Denk maar aan ellenlange politieke onderhandelingen na de verkiezingen van 2010. Eind november 2011 steeg de rentevoet op de Belgische staatsobligaties in sneltempo naar zes procent. Omdat het verschil met de sterkste lidstaat van de eurozone, Duitsland, zo groot werd, dreigde België in financieringsnood te komen. Het ratingbureau Standard & Poor's verlaagde daarop de kredietwaardigheid van België van AA+ naar AA, wat de situatie nog prangender maakte dan ze voordien al was. Onder druk van de financiële markten verzamelden de politieke partijen toen in sneltempo opnieuw rond tafel. Twee weken later lag er, na 541 dagen onderhandelen, eindelijk een politiek akkoord op tafel en zag de regering-Di Rupo het daglicht. Of het ook nu zover komt, valt af te wachten. Momenteel is het verschil tussen de rente die beleggers eisen van België en van Duitsland relatief klein. Met andere woorden, beleggers zien op dit moment weinig redenen om Belgische overheidsobligaties te dumpen voor die van onze sterkere oosterburen. Mocht dat veranderen naar een situatie waarin dat wel gebeurt, zal het voor België een stuk moeilijker worden om staatsobligaties uit te geven om noodzakelijke investeringen te financieren. Aangezien ook de politieke stabiliteit invloed heeft op de financiële markten, spelen de aanslepende regeringsonderhandelingen ook in deze context geen onbelangrijke rol. Op het ministerie van Financiën valt te horen dat ze samen met het Agentschap voor de Schuld de situatie de komende weken en maanden in het oog zullen houden.Voor de Gewesten en de Gemeenschappen ligt de situatie iets moeilijker, ook al zijn de regeringen daar al een tijdlang gevormd. Zij kunnen doorgaans aan een minder goede rentevoet lenen dan België. In het voorstel van België dat door de Commissie werd goedgekeurd, zijn de maatregelen die de Gewesten en Gemeenschappen hebben genomen namelijk ook vervat. Wel moeten die langs het federale niveau passeren alvorens ze aanspraak kunnen maken op leningen.