Mediaconcentratie is de laatste jaren enorm toegenomen in de kleine Vlaamse markt. Het begrip wordt bijna uitsluitend vanuit een eng economisch oogpunt bekeken, terwijl net de directe en indirecte gevolgen voor mens en maatschappij een prominente plek verdienen in het Vlaamse mediabeleid voor de komende jaren.

In zijn grondige rapporten meldt de Vlaamse Regulator voor de Media (VRM), de onafhankelijke mediawaakhond van de Vlaamse overheid, al jaren dat de concentratie in de kleine Vlaamse mediamarkt gestaag toeneemt. Een recente golf van fusies en overnames leidde ertoe dat we op enkele jaren tijd van negen naar amper vijf bedrijven gingen die nagenoeg alle grote Vlaamse (nieuws)media bezitten. Zo bestendigen ze alleen maar hun machtspositie en maken ze het kleinere spelers moeilijk om een rol van betekenis te spelen in de markt. Dat betekent natuurlijk niet dat kleinere journalistieke initiatieven zoals Apache, Bahamontes, EOS, ... geen waarde hebben. Integendeel.

De rapporten van de VRM leiden jaarlijks tot kortstondige bekommernissen en parlementaire discussies, maar opvallend genoeg ontbreken zowel vragen als antwoorden over de directe en indirecte impact van die concentratie op mens en maatschappij. En dat terwijl er steeds dringender nood is aan structurele maatregelen om die impact in kaart te brengen.

Er zijn inmiddels namelijk meerdere vuiltjes aan de lucht gekomen die aantonen dat de gevolgen van de verhoogde mediaconcentratie niet enkel positief, maar wel degelijk ook negatief lijken te zijn voor Vlaamse mediagebruikers. Uit enkele van onze eigen recente onderzoeken kunnen we niet anders dan besluiten dat het nieuwsaanbod op bepaalde vlakken verschraalt: nieuwsmedia nemen binnen hetzelfde bedrijf inhoud van elkaar over en ze berichten frequenter en beduidend positiever over elkaar dan over andere media. Diversiteit en een onafhankelijke inhoudelijke selectie van nieuwswaardige content staan onder druk. Dat is geen fait divers omdat nieuws een cruciale pijler is van een goed werkende democratie.

We willen daarom een lans breken voor meer aandacht voor mediaconcentratie en mogelijks kwalijke gevolgen ervan op journalistiek. Het Vlaams beleid zou daarbij nog meer dan nu het geval is moeten focussen op 4 dingen.

Ten eerste is verhoogde mediawijsheid cruciaal om de kennis van burgers over concentratietendensen op te vijzelen. Het Vlaams Kenniscentrum Mediawijsheid doet al fantastische dingen om de bevolking op maat van jong en oud te laten uitgroeien tot verstandigere en kritischere mediaconsumenten. Precies daarom ligt er voor dat centrum nog een sleutelrol weggelegd om op een behapbare en toegankelijke manier uit te leggen wat mediaconcentratie als begrip betekent, en wat het voor mensen kan betekenen, op zowel een negatieve als positieve manier.

Ten tweede pleiten we voor algemene erkenning en ondersteuning van onafhankelijke, vaak online-only mediaspelers. Zij hebben het ontzettend moeilijk om op te boksen tegen de gevestigde nieuwsmerken, terwijl ze in veel gevallen grote bijdragen leveren aan diversiteit in berichtgeving en actoren, wat de grotere media bij de pinken kan houden. Zonder dezelfde spelregels (rechten en plichten, voordelen en nadelen, subsidies en andere vormen van steun), kunnen ze onvoldoende impact genereren en wordt verdere verschraling van het nieuwsaanbod indirect in de hand gewerkt.

Ten derde is het belangrijk om een sterke publieke omroep te laten investeren in nieuws en duiding, uiteraard met respect voor deontologische principes, redactionele autonomie en onpartijdigheid. Op die manier verzeker je op structureel niveau pluralisme in de markt. Evenzeer moet die publieke omroep samenwerken met andere, grotere en kleine spelers om zo de nieuwsgierigheid in nieuws van alle Vlamingen te prikkelen en dit over de grenzen van de eigen platformen heen.

Ten vierde willen we een warm pleidooi houden voor meer en structureel onafhankelijk academisch onderzoek dat specifiek gericht is op alle mogelijke gevolgen van mediaconcentratie. Het economische aspect speelt daarbij zeker een belangrijke rol, maar moet aangevuld worden met de impact op nieuwsdiversiteit, -productie, -consumptie en -vertrouwen. Enkel zo kan het volledige beeld van wat mediaconcentratie in de Vlaamse context betekent, volledig correct in kaart worden gebracht. Dergelijk onderzoek kan worden ondergebracht onder de bevoegdheid van de VRM.

Mediaconcentratie is niet per definitie slecht. Het verhoogt de leefbaarheid van economisch initiatief in een kleine, doch welvarende markt zoals Vlaanderen. We mogen evenwel niet blind zijn voor de aantoonbare, negatieve gevolgen van mediaconcentratie. Met vrijheid van ondernemerschap en de onafhankelijke journalistiek komt ook een grote verantwoordelijkheid. Zoals hierboven uitgelegd, kan de overheid een rol spelen. Maar uiteindelijke ligt het zwaartepunt van de actie bij de mediabedrijven zelf.

Mediaconcentratie is de laatste jaren enorm toegenomen in de kleine Vlaamse markt. Het begrip wordt bijna uitsluitend vanuit een eng economisch oogpunt bekeken, terwijl net de directe en indirecte gevolgen voor mens en maatschappij een prominente plek verdienen in het Vlaamse mediabeleid voor de komende jaren.In zijn grondige rapporten meldt de Vlaamse Regulator voor de Media (VRM), de onafhankelijke mediawaakhond van de Vlaamse overheid, al jaren dat de concentratie in de kleine Vlaamse mediamarkt gestaag toeneemt. Een recente golf van fusies en overnames leidde ertoe dat we op enkele jaren tijd van negen naar amper vijf bedrijven gingen die nagenoeg alle grote Vlaamse (nieuws)media bezitten. Zo bestendigen ze alleen maar hun machtspositie en maken ze het kleinere spelers moeilijk om een rol van betekenis te spelen in de markt. Dat betekent natuurlijk niet dat kleinere journalistieke initiatieven zoals Apache, Bahamontes, EOS, ... geen waarde hebben. Integendeel. De rapporten van de VRM leiden jaarlijks tot kortstondige bekommernissen en parlementaire discussies, maar opvallend genoeg ontbreken zowel vragen als antwoorden over de directe en indirecte impact van die concentratie op mens en maatschappij. En dat terwijl er steeds dringender nood is aan structurele maatregelen om die impact in kaart te brengen.Er zijn inmiddels namelijk meerdere vuiltjes aan de lucht gekomen die aantonen dat de gevolgen van de verhoogde mediaconcentratie niet enkel positief, maar wel degelijk ook negatief lijken te zijn voor Vlaamse mediagebruikers. Uit enkele van onze eigen recente onderzoeken kunnen we niet anders dan besluiten dat het nieuwsaanbod op bepaalde vlakken verschraalt: nieuwsmedia nemen binnen hetzelfde bedrijf inhoud van elkaar over en ze berichten frequenter en beduidend positiever over elkaar dan over andere media. Diversiteit en een onafhankelijke inhoudelijke selectie van nieuwswaardige content staan onder druk. Dat is geen fait divers omdat nieuws een cruciale pijler is van een goed werkende democratie. We willen daarom een lans breken voor meer aandacht voor mediaconcentratie en mogelijks kwalijke gevolgen ervan op journalistiek. Het Vlaams beleid zou daarbij nog meer dan nu het geval is moeten focussen op 4 dingen. Ten eerste is verhoogde mediawijsheid cruciaal om de kennis van burgers over concentratietendensen op te vijzelen. Het Vlaams Kenniscentrum Mediawijsheid doet al fantastische dingen om de bevolking op maat van jong en oud te laten uitgroeien tot verstandigere en kritischere mediaconsumenten. Precies daarom ligt er voor dat centrum nog een sleutelrol weggelegd om op een behapbare en toegankelijke manier uit te leggen wat mediaconcentratie als begrip betekent, en wat het voor mensen kan betekenen, op zowel een negatieve als positieve manier.Ten tweede pleiten we voor algemene erkenning en ondersteuning van onafhankelijke, vaak online-only mediaspelers. Zij hebben het ontzettend moeilijk om op te boksen tegen de gevestigde nieuwsmerken, terwijl ze in veel gevallen grote bijdragen leveren aan diversiteit in berichtgeving en actoren, wat de grotere media bij de pinken kan houden. Zonder dezelfde spelregels (rechten en plichten, voordelen en nadelen, subsidies en andere vormen van steun), kunnen ze onvoldoende impact genereren en wordt verdere verschraling van het nieuwsaanbod indirect in de hand gewerkt.Ten derde is het belangrijk om een sterke publieke omroep te laten investeren in nieuws en duiding, uiteraard met respect voor deontologische principes, redactionele autonomie en onpartijdigheid. Op die manier verzeker je op structureel niveau pluralisme in de markt. Evenzeer moet die publieke omroep samenwerken met andere, grotere en kleine spelers om zo de nieuwsgierigheid in nieuws van alle Vlamingen te prikkelen en dit over de grenzen van de eigen platformen heen. Ten vierde willen we een warm pleidooi houden voor meer en structureel onafhankelijk academisch onderzoek dat specifiek gericht is op alle mogelijke gevolgen van mediaconcentratie. Het economische aspect speelt daarbij zeker een belangrijke rol, maar moet aangevuld worden met de impact op nieuwsdiversiteit, -productie, -consumptie en -vertrouwen. Enkel zo kan het volledige beeld van wat mediaconcentratie in de Vlaamse context betekent, volledig correct in kaart worden gebracht. Dergelijk onderzoek kan worden ondergebracht onder de bevoegdheid van de VRM.Mediaconcentratie is niet per definitie slecht. Het verhoogt de leefbaarheid van economisch initiatief in een kleine, doch welvarende markt zoals Vlaanderen. We mogen evenwel niet blind zijn voor de aantoonbare, negatieve gevolgen van mediaconcentratie. Met vrijheid van ondernemerschap en de onafhankelijke journalistiek komt ook een grote verantwoordelijkheid. Zoals hierboven uitgelegd, kan de overheid een rol spelen. Maar uiteindelijke ligt het zwaartepunt van de actie bij de mediabedrijven zelf.