De meeste Europese landen hebben een publieke omroep. Britten hebben de BBC, de Noren NRK, de Denen DR, de Spanjaarden RTVE, de Polen TVP. En wij hebben VRT. Met één, Canvas, Radio 1, StuBru, MNM, Ketnet, vrtnws.be en diverse andere televisie-, radio- en online merken bereikt onze publieke omroep quasi iedereen in de Vlaamse samenleving. Ieder jaar opnieuw evalueert de Vlaamse Regulator voor de Media de performantie van de VRT. Ieder jaar opnieuw krijgt de publieke omroep een uitstekend rapport; ook trouwens van de meeste parlementsleden in de Commissie Media van het Vlaams Parlement.

Wat te doen met VRT? Eerst de inhoud, dan de centen.

Toch bespaart de Vlaamse Regering nog maar eens op de middelen van de publieke omroep en betogen personeel en sympathisanten morgen om die situatie aan de kaak te stellen. Een dovemansgesprek? In zekere zin wel.

Heel wat mensen denken dat de Vlaamse Regering en de politieke partijen die er deel van uit maken niet tevreden zouden zijn over de publieke omroep. Maar, onafgezien de bijzonder belangrijke discussies over neutraliteit / onpartijdigheid / objectiviteit van het nieuws- en duidingsaanbod, hoor ik bij de meeste politici vaak (niet altijd) veel lof voor de publieke omroep. Heel wat beleidsmakers weten dat de VRT behoorlijk wat kwaliteit levert in ruil voor de middelen die ze krijgt. Uit vergelijkend onderzoek blijkt ook steevast dat de VRT tot één van de meest performante Europese publieke omroepen hoort. Het informatieaanbod is uitgebreid en op maat van diverse doelgroepen.

De Vlaamse fictie waarin de VRT (en ook anderen) investeert is van hoog niveau. Programma's zoals Alleen Elvis Blijft Bestaan, Het Huis, De Wereld Vandaag, Kinderen Van Het Verzet en Down The Road tonen waar een publieke omroep voor staat. En initiatieven zoals De Warmste Week, de Radio 2 Tuindag of de Marathonradio van MNM brengen heel wat mensen samen, over maatschappelijke breuklijnen heen.

Een aantal beleidsmakers meent evenwel dat het met minder geld kan. Die perceptie heeft de publieke omroep voor een deel zelf gecreëerd natuurlijk. Ze bespaart al sinds 2007 en hoewel de producenten van Vlaamse content dat wel merken en ook allerhande cultuurhuizen dit ondervinden in de samenwerking met de VRT, merkt de modale mediagebruiker daar - uitgezonderd wat frustratie over herhalingen - (nog) niet zo veel van. Bovendien weet 'iedereen' dat er hier en daar nog wat bespaard kan worden bij de VRT. Efficiënties zijn er te vinden in iedere onderneming, publiek of privaat. Of dat in de miljoenen loopt valt evenwel te betwijfelen.

Er zal dus grondig naar het publieke omroepmodel moeten gekeken worden. En in die discussie is het belangrijk, hoe moeilijk ook, de inhoudelijke vragen eerst te plaatsen en vervolgens pas de budgettaire.

Welke rol heeft de publieke omroep in de samenleving?

In Europa, zien we 3 aanpakken. Ten eerste zijn er landen die de publieke omroep herleid hebben tot een staatsomroep. De visie van politieke leiders in bijvoorbeeld Hongarije, Polen en Spanje is dat de publieke omroep de zittende overheid moet steunen. Het is geen plaats van inclusie, maar van uitsluiting van zij die niet voor de heersende politieke elite gestemd hebben. Het is geen plaats waar aan het verhaal van een samenleving gebouwd wordt, maar waar er één versie van de geschiedenis verteld wordt. Het is geen plaats van het vrije woord, maar van geïnstrueerde journalisten die heel goed weten, en al dan niet betreuren, wat hun plaats is in de propagandamachine van de regering. Sommigen verbazen zich erover dat er plaats is voor dit soort van publieke omroep in Europa, maar helaas is het een pijnlijke realiteit.

Ten tweede zijn er landen die vinden dat de publieke omroep een belangrijke plek heeft in de democratische samenleving. De publieke omroep moet bijdragen aan het politieke, culturele en sociale burgerschap. Of hij dat nu doet via radio, televisie of 'nieuwe' media, is eigenlijk irrelevant. De publieke omroep documenteert de samenleving, maar voedt die samenleving ook. Ze laat alle meningen aan bod komen, overstijgt de waan van de dag en creëert inzicht in de complexiteit van de wereld en politiek. Ze voedt de anti-politiek niet, maar is wel kritisch. Ze brengt cultuur en beoogt daarbij niet enkel een breed bereik, maar ook de kennismaking met cultuuruitingen die misschien niet zo dicht bij mensen staan. Deze utopie bestaat nergens, maar je kan op basis van onderzoek argumenteren dat Noorwegen, Zweden, Finland, en Denemarken dit model het dichtst benaderen.

Ten derde is er een grote 'tussengroep' van landen die in principe bovenstaande visie onderschrijven, maar in de praktijk continu de balans zoeken tussen de belangrijke rol van een publieke omroep in een democratie enerzijds en een vraag in de private sector om de taak van de publieke omroep in te vullen in functie van hun belangen en bezorgdheden anderzijds. Duitsland, Vlaanderen, Nederland, Oostenrijk en Zwitserland kan je in deze groep terugvinden.

De balansoefening tussen een sterke publieke omroep en een sterke private mediasector is een legitieme beleidsuitdaging, waarbij zowel publieke omroep als commerciële mediabedrijven goed voor ogen moeten houden dat ze elkaar versterken. Dat wordt wel eens vergeten. Een kleinere publieke omroep is niet goed voor commerciële media en vice versa. Onderzoek, hoe vervelend de feitelijkheid soms ook is, toont dit recurrent aan. Beleidsmakers mogen in die zin niet de fout maken te veel mee te gaan in de emotionaliteit van deze of gene zijde, maar moeten vooral voor ogen houden welk publieke omroepmodel ze in welk type van mediamarkt willen realiseren.

Want terwijl we vaak focussen op meer of, vooral dan, minder geld voor de VRT; meer of, vooral dan, minder tekst op vrtnws.be; meer of, vooral dan, minder geld voor Vlaamse productie ... spreken we te weinig over de transities die de publieke omroep moet doormaken om überhaupt nog relevant te kunnen zijn in een digitale, internationale mediaomgeving. Ten eerste, hoe zeer iedereen ook focust op de online activiteiten van de publieke omroep: de VRT is net zoals vele andere Europese publieke omroepen in de eerste plaats nog altijd een omroep. Dat zie je aan de budgetten die vooral nog naar televisie en, in mindere mate, radio gaan.

Ten tweede heeft de publieke omroep het net zoals vele andere mediabedrijven moeilijk om te blijven connecteren met het hele publiek. We weten dat jongeren, mensen met een lager opleidingsniveau, allochtonen, enz. allemaal minder intens bereikt worden door de publieke omroep.

De publieke omroep ligt heel dicht bij wie we zijn als samenleving.

Ten derde is het noodzakelijk dat de publieke omroep in een internationale mediaomgeving meer doet met anderen. Hoe kan de publieke omroep in samenwerking met anderen in zowel de publieke ruimte als de commerciële sector de goede keuzes maken voor een sterkere Vlaamse samenleving? Hoe kan ze met cultuurhuizen de participatie van kinderen in cultuur verhogen en dit wars van het opleidingsniveau van de ouders? Hoe kan ze samen met commerciële omroepen ervoor zorgen dat niet alle sportbeleving achter de rode betaalknop verdwijnt? Hoe kan ze samen met de creatieve sector de idee te lijf gaan dat bijvoorbeeld documentaire saai is en enkel iets voor de Canvaskijker?

Laten we de discussie over die vragen in, maar ook buiten de VRT voeren. De publieke omroep ligt heel dicht bij wie we zijn als samenleving. Hij is verre van een perfecte weerspiegeling van die samenleving. Hij is verre van perfect, maar wel waardevol voor zijn kijkers en luisteraars. Waardevol voor Vlaanderen. En waardevol genoeg om een inhoudelijk debat ten gronde over te voeren. Daarna kunnen we tellen.

Professor Karen Donders haar wetenschappelijk onderzoek focust op de rol van de publieke omroep in een digitale samenleving, Europese mededingingsregels en de mediasector, de wisselwerking tussen de omroep- en distributiesector, en het kruispunt tussen mediabeleid en mediaeconomie.

De meeste Europese landen hebben een publieke omroep. Britten hebben de BBC, de Noren NRK, de Denen DR, de Spanjaarden RTVE, de Polen TVP. En wij hebben VRT. Met één, Canvas, Radio 1, StuBru, MNM, Ketnet, vrtnws.be en diverse andere televisie-, radio- en online merken bereikt onze publieke omroep quasi iedereen in de Vlaamse samenleving. Ieder jaar opnieuw evalueert de Vlaamse Regulator voor de Media de performantie van de VRT. Ieder jaar opnieuw krijgt de publieke omroep een uitstekend rapport; ook trouwens van de meeste parlementsleden in de Commissie Media van het Vlaams Parlement. Toch bespaart de Vlaamse Regering nog maar eens op de middelen van de publieke omroep en betogen personeel en sympathisanten morgen om die situatie aan de kaak te stellen. Een dovemansgesprek? In zekere zin wel. Heel wat mensen denken dat de Vlaamse Regering en de politieke partijen die er deel van uit maken niet tevreden zouden zijn over de publieke omroep. Maar, onafgezien de bijzonder belangrijke discussies over neutraliteit / onpartijdigheid / objectiviteit van het nieuws- en duidingsaanbod, hoor ik bij de meeste politici vaak (niet altijd) veel lof voor de publieke omroep. Heel wat beleidsmakers weten dat de VRT behoorlijk wat kwaliteit levert in ruil voor de middelen die ze krijgt. Uit vergelijkend onderzoek blijkt ook steevast dat de VRT tot één van de meest performante Europese publieke omroepen hoort. Het informatieaanbod is uitgebreid en op maat van diverse doelgroepen. De Vlaamse fictie waarin de VRT (en ook anderen) investeert is van hoog niveau. Programma's zoals Alleen Elvis Blijft Bestaan, Het Huis, De Wereld Vandaag, Kinderen Van Het Verzet en Down The Road tonen waar een publieke omroep voor staat. En initiatieven zoals De Warmste Week, de Radio 2 Tuindag of de Marathonradio van MNM brengen heel wat mensen samen, over maatschappelijke breuklijnen heen. Een aantal beleidsmakers meent evenwel dat het met minder geld kan. Die perceptie heeft de publieke omroep voor een deel zelf gecreëerd natuurlijk. Ze bespaart al sinds 2007 en hoewel de producenten van Vlaamse content dat wel merken en ook allerhande cultuurhuizen dit ondervinden in de samenwerking met de VRT, merkt de modale mediagebruiker daar - uitgezonderd wat frustratie over herhalingen - (nog) niet zo veel van. Bovendien weet 'iedereen' dat er hier en daar nog wat bespaard kan worden bij de VRT. Efficiënties zijn er te vinden in iedere onderneming, publiek of privaat. Of dat in de miljoenen loopt valt evenwel te betwijfelen. Er zal dus grondig naar het publieke omroepmodel moeten gekeken worden. En in die discussie is het belangrijk, hoe moeilijk ook, de inhoudelijke vragen eerst te plaatsen en vervolgens pas de budgettaire. In Europa, zien we 3 aanpakken. Ten eerste zijn er landen die de publieke omroep herleid hebben tot een staatsomroep. De visie van politieke leiders in bijvoorbeeld Hongarije, Polen en Spanje is dat de publieke omroep de zittende overheid moet steunen. Het is geen plaats van inclusie, maar van uitsluiting van zij die niet voor de heersende politieke elite gestemd hebben. Het is geen plaats waar aan het verhaal van een samenleving gebouwd wordt, maar waar er één versie van de geschiedenis verteld wordt. Het is geen plaats van het vrije woord, maar van geïnstrueerde journalisten die heel goed weten, en al dan niet betreuren, wat hun plaats is in de propagandamachine van de regering. Sommigen verbazen zich erover dat er plaats is voor dit soort van publieke omroep in Europa, maar helaas is het een pijnlijke realiteit. Ten tweede zijn er landen die vinden dat de publieke omroep een belangrijke plek heeft in de democratische samenleving. De publieke omroep moet bijdragen aan het politieke, culturele en sociale burgerschap. Of hij dat nu doet via radio, televisie of 'nieuwe' media, is eigenlijk irrelevant. De publieke omroep documenteert de samenleving, maar voedt die samenleving ook. Ze laat alle meningen aan bod komen, overstijgt de waan van de dag en creëert inzicht in de complexiteit van de wereld en politiek. Ze voedt de anti-politiek niet, maar is wel kritisch. Ze brengt cultuur en beoogt daarbij niet enkel een breed bereik, maar ook de kennismaking met cultuuruitingen die misschien niet zo dicht bij mensen staan. Deze utopie bestaat nergens, maar je kan op basis van onderzoek argumenteren dat Noorwegen, Zweden, Finland, en Denemarken dit model het dichtst benaderen. Ten derde is er een grote 'tussengroep' van landen die in principe bovenstaande visie onderschrijven, maar in de praktijk continu de balans zoeken tussen de belangrijke rol van een publieke omroep in een democratie enerzijds en een vraag in de private sector om de taak van de publieke omroep in te vullen in functie van hun belangen en bezorgdheden anderzijds. Duitsland, Vlaanderen, Nederland, Oostenrijk en Zwitserland kan je in deze groep terugvinden. De balansoefening tussen een sterke publieke omroep en een sterke private mediasector is een legitieme beleidsuitdaging, waarbij zowel publieke omroep als commerciële mediabedrijven goed voor ogen moeten houden dat ze elkaar versterken. Dat wordt wel eens vergeten. Een kleinere publieke omroep is niet goed voor commerciële media en vice versa. Onderzoek, hoe vervelend de feitelijkheid soms ook is, toont dit recurrent aan. Beleidsmakers mogen in die zin niet de fout maken te veel mee te gaan in de emotionaliteit van deze of gene zijde, maar moeten vooral voor ogen houden welk publieke omroepmodel ze in welk type van mediamarkt willen realiseren. Want terwijl we vaak focussen op meer of, vooral dan, minder geld voor de VRT; meer of, vooral dan, minder tekst op vrtnws.be; meer of, vooral dan, minder geld voor Vlaamse productie ... spreken we te weinig over de transities die de publieke omroep moet doormaken om überhaupt nog relevant te kunnen zijn in een digitale, internationale mediaomgeving. Ten eerste, hoe zeer iedereen ook focust op de online activiteiten van de publieke omroep: de VRT is net zoals vele andere Europese publieke omroepen in de eerste plaats nog altijd een omroep. Dat zie je aan de budgetten die vooral nog naar televisie en, in mindere mate, radio gaan.Ten tweede heeft de publieke omroep het net zoals vele andere mediabedrijven moeilijk om te blijven connecteren met het hele publiek. We weten dat jongeren, mensen met een lager opleidingsniveau, allochtonen, enz. allemaal minder intens bereikt worden door de publieke omroep. Ten derde is het noodzakelijk dat de publieke omroep in een internationale mediaomgeving meer doet met anderen. Hoe kan de publieke omroep in samenwerking met anderen in zowel de publieke ruimte als de commerciële sector de goede keuzes maken voor een sterkere Vlaamse samenleving? Hoe kan ze met cultuurhuizen de participatie van kinderen in cultuur verhogen en dit wars van het opleidingsniveau van de ouders? Hoe kan ze samen met commerciële omroepen ervoor zorgen dat niet alle sportbeleving achter de rode betaalknop verdwijnt? Hoe kan ze samen met de creatieve sector de idee te lijf gaan dat bijvoorbeeld documentaire saai is en enkel iets voor de Canvaskijker? Laten we de discussie over die vragen in, maar ook buiten de VRT voeren. De publieke omroep ligt heel dicht bij wie we zijn als samenleving. Hij is verre van een perfecte weerspiegeling van die samenleving. Hij is verre van perfect, maar wel waardevol voor zijn kijkers en luisteraars. Waardevol voor Vlaanderen. En waardevol genoeg om een inhoudelijk debat ten gronde over te voeren. Daarna kunnen we tellen. Professor Karen Donders haar wetenschappelijk onderzoek focust op de rol van de publieke omroep in een digitale samenleving, Europese mededingingsregels en de mediasector, de wisselwerking tussen de omroep- en distributiesector, en het kruispunt tussen mediabeleid en mediaeconomie.