Amper één zomer en een resem beelden die er inhakken. Van Jozef Chovanec in zijn cel tot het eindeloos trieste relaas van de dood van de jonge student Sanda. Van de zeedijk van Oostende waar honderden mensen in een mars mega racistische spreekkoren roepen, tot iets verderop - in Blankenberge - waar jongeren een rustige 'strand-zondag' voor velen compleet verknallen. Van chatgroepen die openlijk aanzetten tot haat en geweld tegen holebi's, tot (ex)-politieagenten die zich in hun chatgroep racistisch uitlaten en evenzeer aanzetten tot geweld.

Van Reuzegom tot zaak-Chovanec: is "et alors" de nieuwe moraal?'

Ernstige gebeurtenissen - met in 2 gevallen iemand die gestorven is en dus nooit meer kan terugkomen - ontdaan van menselijkheid en verontwaardiging, van respect en vooral van oprechte empathie. In een mum van tijd hoogstens verworden tot een case van verweer. Stuk voor stuk uitingen van machtsmisbruik en onnodig geweld in het ene geval, van dedain en ongenaakbaarheid in het andere. Ik hoor en zie zoveel onverschilligheid vandaag, niet het minst bij leidinggevenden in verschillende sectoren van onze samenleving die net het voorbeeld zouden moeten tonen. Et alors?

Hebben we met zijn allen te veel eelt gekweekt? Is dit het dan, de samenleving 2.0? Een samenleving waar het ons blijkbaar niet zo gek veel meer kan schelen hoeveel pijn we anderen veroorzaken. Echte pijn die échte mensen voelen. Van nabestaanden tot slachtoffers allerhande. Sommigen sterven zelfs een tweede keer door dat gebrek aan empathie. Dat gebrek aan gewoon 'mens' zijn.

In 2007 stapte ik in de politiek uit overtuiging. Dat engagement is in 13 jaar niet veranderd. Alleen zijn de gangbare zeden en normen dat wel. De verruwing en de verharding van de toon - uiteraard op sociale media waar toen geen sprake van was - is één zaak, maar de gelatenheid die ik nu zie en voel bij zelfs de dramatische gebeurtenissen van de voorbije zomer vind ik een pak zorgwekkender. Et alors?

De cultuur van de 'ontmenselijking', van het toestoppen en verstoppen, van wegkijken, van verantwoordelijkheid afschuiven en - als het even kan - naar anderen wijzen, is het nieuwe normaal. Het is misschien de rode draad die relschoppers met politieagenten verbindt, en een rector met een minister-president. Het morele kompas is zoek. En als zelfs de politiek zich neerlegt bij dat nieuwe normaal - een normaal zonder moraal - waarom zou je zelf dan nog je stem verheffen?

En dus, wat gaan we nu doen, wij mensen allemaal, als niemand dat morele kompas weer juist zet? Gaan we dan voortaan allemaal zwijgen als we zelf zoiets meemaken? Gaan we voortaan allemaal duiken, als we zoiets zelf zien? Neen toch?

Precies de politiek - mijn beroepscategorie - heeft een cruciale sleutel in handen om daar iets aan te doen. Om het kompas weer in de goede richting te doen wijzen. Om het vermogen te ontginnen om de ander weer te zien als een mens. Om dat morele leiderschap op te eisen die de menselijke code altijd en overal hoog in het vaandel draagt, welke overtuiging je ook hebt. Want voor te veel mensen vandaag - niet het minst jongeren - vergt het nog te veel moed om te zijn wie je bent. En om te worden wie je wil zijn. Om die sfeer van onbegrip en wantrouwen om te zetten in elkaar (proberen te) begrijpen én te vertrouwen, of simpelweg gezegd: opnieuw een sfeer van 'menselijkheid' te zetten. Dat moet de politiek nu doen.

Zodat iedereen in dit land opnieuw voelt dat het 'veilig' is om zijn of haar verhaal te vertellen. Zodat het wél de moeite loont om te vechten tegen oneerlijke en onzichtbare machtsstructuren, precies om ze ten goede te veranderen. Zodat iedereen kan opkomen voor zijn of haar rechten - of voor een ander - ook al staat er schijnbaar een muur voor je. En dat morele pad weer effenen, dat hoeven niet alleen ministers of partijleiders te doen, maar wij allemaal in de politiek. Want zo'n leiderschap tonen, heel moeilijk is dat niet: gewoon mens zijn is al meer dan 90% van het werk.

Amper één zomer en een resem beelden die er inhakken. Van Jozef Chovanec in zijn cel tot het eindeloos trieste relaas van de dood van de jonge student Sanda. Van de zeedijk van Oostende waar honderden mensen in een mars mega racistische spreekkoren roepen, tot iets verderop - in Blankenberge - waar jongeren een rustige 'strand-zondag' voor velen compleet verknallen. Van chatgroepen die openlijk aanzetten tot haat en geweld tegen holebi's, tot (ex)-politieagenten die zich in hun chatgroep racistisch uitlaten en evenzeer aanzetten tot geweld. Ernstige gebeurtenissen - met in 2 gevallen iemand die gestorven is en dus nooit meer kan terugkomen - ontdaan van menselijkheid en verontwaardiging, van respect en vooral van oprechte empathie. In een mum van tijd hoogstens verworden tot een case van verweer. Stuk voor stuk uitingen van machtsmisbruik en onnodig geweld in het ene geval, van dedain en ongenaakbaarheid in het andere. Ik hoor en zie zoveel onverschilligheid vandaag, niet het minst bij leidinggevenden in verschillende sectoren van onze samenleving die net het voorbeeld zouden moeten tonen. Et alors? Hebben we met zijn allen te veel eelt gekweekt? Is dit het dan, de samenleving 2.0? Een samenleving waar het ons blijkbaar niet zo gek veel meer kan schelen hoeveel pijn we anderen veroorzaken. Echte pijn die échte mensen voelen. Van nabestaanden tot slachtoffers allerhande. Sommigen sterven zelfs een tweede keer door dat gebrek aan empathie. Dat gebrek aan gewoon 'mens' zijn. In 2007 stapte ik in de politiek uit overtuiging. Dat engagement is in 13 jaar niet veranderd. Alleen zijn de gangbare zeden en normen dat wel. De verruwing en de verharding van de toon - uiteraard op sociale media waar toen geen sprake van was - is één zaak, maar de gelatenheid die ik nu zie en voel bij zelfs de dramatische gebeurtenissen van de voorbije zomer vind ik een pak zorgwekkender. Et alors?De cultuur van de 'ontmenselijking', van het toestoppen en verstoppen, van wegkijken, van verantwoordelijkheid afschuiven en - als het even kan - naar anderen wijzen, is het nieuwe normaal. Het is misschien de rode draad die relschoppers met politieagenten verbindt, en een rector met een minister-president. Het morele kompas is zoek. En als zelfs de politiek zich neerlegt bij dat nieuwe normaal - een normaal zonder moraal - waarom zou je zelf dan nog je stem verheffen? En dus, wat gaan we nu doen, wij mensen allemaal, als niemand dat morele kompas weer juist zet? Gaan we dan voortaan allemaal zwijgen als we zelf zoiets meemaken? Gaan we voortaan allemaal duiken, als we zoiets zelf zien? Neen toch? Precies de politiek - mijn beroepscategorie - heeft een cruciale sleutel in handen om daar iets aan te doen. Om het kompas weer in de goede richting te doen wijzen. Om het vermogen te ontginnen om de ander weer te zien als een mens. Om dat morele leiderschap op te eisen die de menselijke code altijd en overal hoog in het vaandel draagt, welke overtuiging je ook hebt. Want voor te veel mensen vandaag - niet het minst jongeren - vergt het nog te veel moed om te zijn wie je bent. En om te worden wie je wil zijn. Om die sfeer van onbegrip en wantrouwen om te zetten in elkaar (proberen te) begrijpen én te vertrouwen, of simpelweg gezegd: opnieuw een sfeer van 'menselijkheid' te zetten. Dat moet de politiek nu doen. Zodat iedereen in dit land opnieuw voelt dat het 'veilig' is om zijn of haar verhaal te vertellen. Zodat het wél de moeite loont om te vechten tegen oneerlijke en onzichtbare machtsstructuren, precies om ze ten goede te veranderen. Zodat iedereen kan opkomen voor zijn of haar rechten - of voor een ander - ook al staat er schijnbaar een muur voor je. En dat morele pad weer effenen, dat hoeven niet alleen ministers of partijleiders te doen, maar wij allemaal in de politiek. Want zo'n leiderschap tonen, heel moeilijk is dat niet: gewoon mens zijn is al meer dan 90% van het werk.