Tussen 1974 en 1980 deed ik een tijd lang antropologisch onderzoek rond het Lemmensplein in Kuregem. Het ging om mensen met een Siciliaanse achtergrond. Daarover heb ik in 1980 een artikel gepleegd in La Revue Nouvelle: "Un quasi-ghetto à Anderlecht". Ik heb er ook een hoofdstuk aan gewijd in mijn doctoraatsproefschrift in 1981. Het ging om een geïsoleerde kleine wijk, met een concentratie van meestal zeer kansarme inwoners, en enkele kernen van maffieuze aard rond een tweetal cafés (waar wapens, drugs, vrouwen verhandeld werden). Er was geen middenveld- noch enige jeugdwerking, tenzij in de omgeving er net buiten. Een aantal jongeren, niet 'de' jongeren (want de meesten werden binnenshuis gehouden), leunden aan bij de twee cafés, die ik zelf maar binnen kon nadat ik enkele twintigers 'te vriend' gemaakt had die er aan huis waren.

Tweets als beleid zal wel 'politiek nieuwe stijl' zijn, maar wat lost het op in de praktijk?

In die buurt was er een gezin waar ik twee keer in de week mijn Siciliaans ging leren en wat verder woonde mijn kapper, in privé en 'in het zwart'. Het waren doodbrave mensen. Gedurende 6 jaar zag ik er nooit politie te voet op straat, een zeldzame keer een politiewagen. In die cafés zag ik nooit politie langskomen, al was het maar om eens een 'espresso' of 'una birra' te drinken. Een Italiaanse pastoor had zijn kantoor enkele huizen verder, maar moest verhuizen... want zijn gelovigen staken de Bergense steenweg, een belangrijke psychologische grens toentertijd, niet over. Mijn Siciliaanse vrienden aan de andere kant van de Bergensesteenweg waren er niet over te spreken dat ik me soms in die wijk ophield.

Tweets als beleid zal wel 'politiek nieuwe stijl' zijn, maar wat lost het op in de praktijk?

Recent sprak ik iemand dicht bij het beleid, die me zei dat die omgeving nog altijd gemeden werd door de politie. En op Facebook gewaagt Walter Vandenbossche, jarenlang gemeentelijk mandataris, van een lijn, drugslijn vermoed ik, tussen Lemmensplein en Peterbos. Er zijn ondertussen wel vier decennia overheen gegaan. Let wel, de inwoners zijn niet langer van Siciliaanse herkomst. Het gaat daar, net als in sommige buurten van Laag-Molenbeek, over een aankomstwijk.

Dicht bij Foyer, waar ik nu werk, had een tijd lang de Havenwijk in Molenbeek evenmin een goede reputatie. Daar is ondertussen verandering in gekomen. Ook hier ging het eertijds om een wat geïsoleerde wijk, met nogal wat depots voor drugsdealing. Men is er enkele lofts gaan inplanten, de gemeente heeft er een mooi wijkcentrum opgericht, de lokale scholen werden er serieus opgewaardeerd. In de transitiejaren zijn er enkele rellen met jongeren geweest.

Die opstootjes, opgestookt door enkele, niet 'de' jongeren, waren vermoedelijk een poging om nieuwe inwoners en de politie buiten te houden. Foyer hield er toen een actie "Molem sans bagarre", waarbij jongeren uit de wijk van huis tot huis gingen om mensen te vragen zo'n sticker aan hun venster aan te brengen. Ook zij waren, niet anders dan de herrieschoppers, jongeren uit de wijk. Het werd een succesvolle actie. Vandaag is er nog altijd drugsdealing rond metrostation Ribaucourt, maar de Havenwijk zelf is veel leefbaarder geworden.

Veilige havens voor deviante praktijken

Peterbos ken ik niet, maar ik heb er al die jaren horen over spreken als een wijk die bepaalde van die kenmerken in zich verenigt. Wat hebben zo'n buurten met elkaar gemeen? Het zijn/waren 'blinde vlekken', 'veilige havens voor deviante praktijken'. De wijken zijn wat geïsoleerd, met concentratie van kansarmoede, afwezigheid van de Staat, deviante praktijken (kernen waar drugs en wapens circuleren), soms enige racketeering. De doorsnee inwoners zijn er doodbrave mensen die moeten zien te overleven en dat meestal op een heel waardige wijze doen, met als eerste bedoeling - vaak - om te kunnen verhuizen.

Waar zijn de vaders en moeders? Ze voelen zich machteloos, door het leven en de wereld 'gepasseerd', 'opzij geduwd'. Men moet dit gevoel niet aanmoedigen, akkoord. En daarom moet je zien hoe je ze kan samen brengen om samen een tegenmacht op te bouwen tegen de malafide figuren die de buurt domineren.

Gewenst beleid

Ongetwijfeld moeten de deviante kernen van maffieuze aard er uitgeschakeld worden (en a.u.b. niet enkel weggeduwd worden naar elders!), terwijl tegelijk isolement moet doorbroken worden, en lokaal aan de opbouw van een transparant, sociaal weefsel moet gewerkt worden, met in het hart ervan, voor de jongeren: uitstekend onderwijs. Als ik schrijf dat die maffieuze kernen niet moeten weggeduwd worden, bedoel ik dat men niet moet toelaten dat andere, nieuwsoortige 'blinde vlekken' in de omgeving ontstaan.

Want dit is het grote gevaar dat men vandaag riskeert. Men concentreert zich op wat men meent te kennen en laat nieuwe 'blinde vlekken' ontstaan. Fundamenteel moet men beletten dat in zo'n zones als de Brusselse kanaalzone, maar ik vermoed dat zoiets ook in Antwerpen voorkomt, ruimtes kunnen ontstaan, van welke aard ook, die aan vereiste vergunningsverplichtingen en transparantie ontsnappen.

En naar de jeugd toe: ja, er moet geïnvesteerd worden in sterke middenveld- en jeugdwerkingen, tegelijk echter ook continu wakend over de kwaliteit ervan.

Met die complexe opdracht voor ogen, verwondert het me dat sommige beleidmakers zich blijken te specialiseren in allerlei zeer ongenuanceerd getwitter. Het zal politiek-nieuwe-stijl zijn, maar, mijn artikel van 40 jaar geleden over het Lemmensplein indachtig, verkies ik een beleid dat blijk geeft van zowel een korte als een lange termijn visie.

Tweets als beleid? Ok, het kan een twitteraar ongetwijfeld populair maken, vooral bij wie niet rechtstreeks betrokken is. Het zal beletten dat je je aanhang naar een andere partij ziet overhellen. Begrip hiervoor. Het doet het aantal volgers waarschijnlijk sterk toenemen, maar nogmaals: wat lost zoiets op in de praktijk? In alle geval, in de ogen van wie er moet wonen of werken zie ik enkel perplexiteit.

Johan Leman, antropoloog, voorzitter Foyer vzw, em. hoogleraar KU Leuven

Tussen 1974 en 1980 deed ik een tijd lang antropologisch onderzoek rond het Lemmensplein in Kuregem. Het ging om mensen met een Siciliaanse achtergrond. Daarover heb ik in 1980 een artikel gepleegd in La Revue Nouvelle: "Un quasi-ghetto à Anderlecht". Ik heb er ook een hoofdstuk aan gewijd in mijn doctoraatsproefschrift in 1981. Het ging om een geïsoleerde kleine wijk, met een concentratie van meestal zeer kansarme inwoners, en enkele kernen van maffieuze aard rond een tweetal cafés (waar wapens, drugs, vrouwen verhandeld werden). Er was geen middenveld- noch enige jeugdwerking, tenzij in de omgeving er net buiten. Een aantal jongeren, niet 'de' jongeren (want de meesten werden binnenshuis gehouden), leunden aan bij de twee cafés, die ik zelf maar binnen kon nadat ik enkele twintigers 'te vriend' gemaakt had die er aan huis waren. In die buurt was er een gezin waar ik twee keer in de week mijn Siciliaans ging leren en wat verder woonde mijn kapper, in privé en 'in het zwart'. Het waren doodbrave mensen. Gedurende 6 jaar zag ik er nooit politie te voet op straat, een zeldzame keer een politiewagen. In die cafés zag ik nooit politie langskomen, al was het maar om eens een 'espresso' of 'una birra' te drinken. Een Italiaanse pastoor had zijn kantoor enkele huizen verder, maar moest verhuizen... want zijn gelovigen staken de Bergense steenweg, een belangrijke psychologische grens toentertijd, niet over. Mijn Siciliaanse vrienden aan de andere kant van de Bergensesteenweg waren er niet over te spreken dat ik me soms in die wijk ophield. Recent sprak ik iemand dicht bij het beleid, die me zei dat die omgeving nog altijd gemeden werd door de politie. En op Facebook gewaagt Walter Vandenbossche, jarenlang gemeentelijk mandataris, van een lijn, drugslijn vermoed ik, tussen Lemmensplein en Peterbos. Er zijn ondertussen wel vier decennia overheen gegaan. Let wel, de inwoners zijn niet langer van Siciliaanse herkomst. Het gaat daar, net als in sommige buurten van Laag-Molenbeek, over een aankomstwijk.Dicht bij Foyer, waar ik nu werk, had een tijd lang de Havenwijk in Molenbeek evenmin een goede reputatie. Daar is ondertussen verandering in gekomen. Ook hier ging het eertijds om een wat geïsoleerde wijk, met nogal wat depots voor drugsdealing. Men is er enkele lofts gaan inplanten, de gemeente heeft er een mooi wijkcentrum opgericht, de lokale scholen werden er serieus opgewaardeerd. In de transitiejaren zijn er enkele rellen met jongeren geweest. Die opstootjes, opgestookt door enkele, niet 'de' jongeren, waren vermoedelijk een poging om nieuwe inwoners en de politie buiten te houden. Foyer hield er toen een actie "Molem sans bagarre", waarbij jongeren uit de wijk van huis tot huis gingen om mensen te vragen zo'n sticker aan hun venster aan te brengen. Ook zij waren, niet anders dan de herrieschoppers, jongeren uit de wijk. Het werd een succesvolle actie. Vandaag is er nog altijd drugsdealing rond metrostation Ribaucourt, maar de Havenwijk zelf is veel leefbaarder geworden.Peterbos ken ik niet, maar ik heb er al die jaren horen over spreken als een wijk die bepaalde van die kenmerken in zich verenigt. Wat hebben zo'n buurten met elkaar gemeen? Het zijn/waren 'blinde vlekken', 'veilige havens voor deviante praktijken'. De wijken zijn wat geïsoleerd, met concentratie van kansarmoede, afwezigheid van de Staat, deviante praktijken (kernen waar drugs en wapens circuleren), soms enige racketeering. De doorsnee inwoners zijn er doodbrave mensen die moeten zien te overleven en dat meestal op een heel waardige wijze doen, met als eerste bedoeling - vaak - om te kunnen verhuizen. Waar zijn de vaders en moeders? Ze voelen zich machteloos, door het leven en de wereld 'gepasseerd', 'opzij geduwd'. Men moet dit gevoel niet aanmoedigen, akkoord. En daarom moet je zien hoe je ze kan samen brengen om samen een tegenmacht op te bouwen tegen de malafide figuren die de buurt domineren.Ongetwijfeld moeten de deviante kernen van maffieuze aard er uitgeschakeld worden (en a.u.b. niet enkel weggeduwd worden naar elders!), terwijl tegelijk isolement moet doorbroken worden, en lokaal aan de opbouw van een transparant, sociaal weefsel moet gewerkt worden, met in het hart ervan, voor de jongeren: uitstekend onderwijs. Als ik schrijf dat die maffieuze kernen niet moeten weggeduwd worden, bedoel ik dat men niet moet toelaten dat andere, nieuwsoortige 'blinde vlekken' in de omgeving ontstaan. Want dit is het grote gevaar dat men vandaag riskeert. Men concentreert zich op wat men meent te kennen en laat nieuwe 'blinde vlekken' ontstaan. Fundamenteel moet men beletten dat in zo'n zones als de Brusselse kanaalzone, maar ik vermoed dat zoiets ook in Antwerpen voorkomt, ruimtes kunnen ontstaan, van welke aard ook, die aan vereiste vergunningsverplichtingen en transparantie ontsnappen. En naar de jeugd toe: ja, er moet geïnvesteerd worden in sterke middenveld- en jeugdwerkingen, tegelijk echter ook continu wakend over de kwaliteit ervan. Met die complexe opdracht voor ogen, verwondert het me dat sommige beleidmakers zich blijken te specialiseren in allerlei zeer ongenuanceerd getwitter. Het zal politiek-nieuwe-stijl zijn, maar, mijn artikel van 40 jaar geleden over het Lemmensplein indachtig, verkies ik een beleid dat blijk geeft van zowel een korte als een lange termijn visie. Tweets als beleid? Ok, het kan een twitteraar ongetwijfeld populair maken, vooral bij wie niet rechtstreeks betrokken is. Het zal beletten dat je je aanhang naar een andere partij ziet overhellen. Begrip hiervoor. Het doet het aantal volgers waarschijnlijk sterk toenemen, maar nogmaals: wat lost zoiets op in de praktijk? In alle geval, in de ogen van wie er moet wonen of werken zie ik enkel perplexiteit.