Op 23 februari keurde een meerderheid in het Vlaams Parlement een decreet goed dat de bestaande Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu (die toeziet op stedenbouwkundige en milieumisdrijven) opheft en een nieuw kader invoert voor de opvolging van de omgevingshandhaving in Vlaanderen. Daarmee heeft de Vlaamse Regering, zonder er veel ruchtbaarheid aan te geven, een nieuwe stap gezet in het afschermen en politiseren van haar beleid.

Eenzelfde oefening gebeurde enkele maanden geleden al met de afschaffing van het Milieurapport, dat een regelmatig terugkerend overzicht gaf over de toestand van het milieu en natuur in Vlaanderen. Zowel de rapporten van de Hoge Handhavingsraad als het Milieurapport waren door de jaren heen referenties geworden voor wie beleid inzake milieu, natuur en ruimtelijke ordening wilde opvolgen en evalueren. Ze dankten die status onder meer aan de decretaal vastgelegde regelmaat waarmee ze verschenen, de vaste structuur die opvolging door de tijd mogelijk maakte en de eveneens bij decreet vastgelegde betrokkenheid van onafhankelijke academici en experten uit het middenveld.

Onvermijdelijk legden de rapporten vaak de vinger op allerlei 'inconvenient truths' over slabakkende milieukwaliteit, groeiende aantallen bedreigde of helemaal verdwenen soorten, of lakse handhaving van bouwovertredingen. Even vaak toonden ze aan dat er een grote kloof gaapt tussen de zelfverklaarde ambities van het beleid en de reëel ingezette middelen.

Het nieuwe model dat nu door N-VA, CD&V en Open VLD wordt ingevoerd, beoogt overduidelijk om dit soort vervelende momenten in de toekomst te vermijden. De decretaal voorziene procedures en vormvereisten voor milieurapportering en voor de opvolging van de handhaving worden in het nieuwe systeem immers zo goed als volledig geschrapt: in de toekomst bepaalt de regering zélf waarover ze informatie wil geven.

Van een evenwichtig samengestelde en onafhankelijke stuurgroep met onafhankelijke externe deskundigen, die toeziet op de opmaak van de verschillende rapporten, is geen sprake meer. Pottenkijkers zijn niet meer welkom in de beleidskeuken van de Vlaamse meerderheidspartijen. De regering zal voortaan zelf de inhoud van de rapporten volkomen naar eigen inzicht en verlangens kunnen vastleggen. Ze kan zélf kiezen waar ze de lat legt. Domeinen waar geen of slechte resultaten worden geboekt, kan ze vakkundig uit het rapport elimineren.

Pottenkijkers zijn niet meer welkom in de beleidskeuken van de Vlaamse meerderheidspartijen.

Wie denkt dat dit alleen vervelend is voor de politieke oppositie, vergist zich. Vlaanderen kent een breed middenveld met veel expertise en een verscheidenheid aan visies. We beschikken over een weelde aan onderzoekers en experten aan onze universiteiten, hogescholen en uiteenlopende onderzoeksinstellingen, vaak op absoluut topniveau en nota bene allemaal geheel of gedeeltelijk door de overheid gefinancierd. Waar zij tot nog toe in een duidelijk afgebakend kader onafhankelijk hun evaluaties konden maken, zal er nu nog slechts op afroep van de regering kunnen bijgedragen worden aan de studies die de regering zelf uitkiest.

Dat de regering de beleidsevaluatie naar zich toe heeft getrokken, tegen de adviezen van het middenveld in, belooft alvast niet veel goeds voor hun betrokkenheid in de toekomst. Zo merkte de SERV in zijn advies op dat het ontbreken van een duidelijk kader de opvolging en evaluatie over verschillende jaren heel erg moeilijk maakt.

Het brede middenveld werd in het verleden niet toevallig mee in de cockpit geplaatst om het beleid te analyseren en te evalueren. De input van onafhankelijke expertise in de beleidsevaluatie creëert immers een draagvlak voor het beleid. Het zorgt voor geloofwaardigheid bij de burger, die op basis van objectieve en meetbare criteria kan nagaan of de vooropgestelde doelstellingen gehaald worden. En -misschien belangrijker nog- of de aan hem of haar gevraagde inspanningen daartoe bijdragen.

Aan het parlement worden bovendien essentiële instrumenten ontnomen om het regeringsbeleid op te volgen en te evalueren. De Vlaamse meerderheid, die haar eigen parlementsleden al aan zich heeft gebonden met een 'zwijgakkoord', dreigt op die manier de rest van het Vlaams Parlement te reduceren tot een 'zwijgparlement'.

Uiteraard is gemakkelijker scoren voor een regering die tegelijk speler, arbiter en VAR is. Maar als iedereen weet dat de wedstrijd bij voorbaat gearrangeerd is, zijn die goals maar heel weinig waard.

Bruno Tobback is Vlaams parlementslid voor SP.A.

Op 23 februari keurde een meerderheid in het Vlaams Parlement een decreet goed dat de bestaande Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu (die toeziet op stedenbouwkundige en milieumisdrijven) opheft en een nieuw kader invoert voor de opvolging van de omgevingshandhaving in Vlaanderen. Daarmee heeft de Vlaamse Regering, zonder er veel ruchtbaarheid aan te geven, een nieuwe stap gezet in het afschermen en politiseren van haar beleid.Eenzelfde oefening gebeurde enkele maanden geleden al met de afschaffing van het Milieurapport, dat een regelmatig terugkerend overzicht gaf over de toestand van het milieu en natuur in Vlaanderen. Zowel de rapporten van de Hoge Handhavingsraad als het Milieurapport waren door de jaren heen referenties geworden voor wie beleid inzake milieu, natuur en ruimtelijke ordening wilde opvolgen en evalueren. Ze dankten die status onder meer aan de decretaal vastgelegde regelmaat waarmee ze verschenen, de vaste structuur die opvolging door de tijd mogelijk maakte en de eveneens bij decreet vastgelegde betrokkenheid van onafhankelijke academici en experten uit het middenveld.Onvermijdelijk legden de rapporten vaak de vinger op allerlei 'inconvenient truths' over slabakkende milieukwaliteit, groeiende aantallen bedreigde of helemaal verdwenen soorten, of lakse handhaving van bouwovertredingen. Even vaak toonden ze aan dat er een grote kloof gaapt tussen de zelfverklaarde ambities van het beleid en de reëel ingezette middelen.Het nieuwe model dat nu door N-VA, CD&V en Open VLD wordt ingevoerd, beoogt overduidelijk om dit soort vervelende momenten in de toekomst te vermijden. De decretaal voorziene procedures en vormvereisten voor milieurapportering en voor de opvolging van de handhaving worden in het nieuwe systeem immers zo goed als volledig geschrapt: in de toekomst bepaalt de regering zélf waarover ze informatie wil geven.Van een evenwichtig samengestelde en onafhankelijke stuurgroep met onafhankelijke externe deskundigen, die toeziet op de opmaak van de verschillende rapporten, is geen sprake meer. Pottenkijkers zijn niet meer welkom in de beleidskeuken van de Vlaamse meerderheidspartijen. De regering zal voortaan zelf de inhoud van de rapporten volkomen naar eigen inzicht en verlangens kunnen vastleggen. Ze kan zélf kiezen waar ze de lat legt. Domeinen waar geen of slechte resultaten worden geboekt, kan ze vakkundig uit het rapport elimineren. Wie denkt dat dit alleen vervelend is voor de politieke oppositie, vergist zich. Vlaanderen kent een breed middenveld met veel expertise en een verscheidenheid aan visies. We beschikken over een weelde aan onderzoekers en experten aan onze universiteiten, hogescholen en uiteenlopende onderzoeksinstellingen, vaak op absoluut topniveau en nota bene allemaal geheel of gedeeltelijk door de overheid gefinancierd. Waar zij tot nog toe in een duidelijk afgebakend kader onafhankelijk hun evaluaties konden maken, zal er nu nog slechts op afroep van de regering kunnen bijgedragen worden aan de studies die de regering zelf uitkiest. Dat de regering de beleidsevaluatie naar zich toe heeft getrokken, tegen de adviezen van het middenveld in, belooft alvast niet veel goeds voor hun betrokkenheid in de toekomst. Zo merkte de SERV in zijn advies op dat het ontbreken van een duidelijk kader de opvolging en evaluatie over verschillende jaren heel erg moeilijk maakt. Het brede middenveld werd in het verleden niet toevallig mee in de cockpit geplaatst om het beleid te analyseren en te evalueren. De input van onafhankelijke expertise in de beleidsevaluatie creëert immers een draagvlak voor het beleid. Het zorgt voor geloofwaardigheid bij de burger, die op basis van objectieve en meetbare criteria kan nagaan of de vooropgestelde doelstellingen gehaald worden. En -misschien belangrijker nog- of de aan hem of haar gevraagde inspanningen daartoe bijdragen. Aan het parlement worden bovendien essentiële instrumenten ontnomen om het regeringsbeleid op te volgen en te evalueren. De Vlaamse meerderheid, die haar eigen parlementsleden al aan zich heeft gebonden met een 'zwijgakkoord', dreigt op die manier de rest van het Vlaams Parlement te reduceren tot een 'zwijgparlement'. Uiteraard is gemakkelijker scoren voor een regering die tegelijk speler, arbiter en VAR is. Maar als iedereen weet dat de wedstrijd bij voorbaat gearrangeerd is, zijn die goals maar heel weinig waard.Bruno Tobback is Vlaams parlementslid voor SP.A.