Een Vlaamse woestijn

We kunnen er niet langer naast kijken. Vlaanderen droogt op. Na de opeenvolging van droge jaren in het voorbije decennium, hakte het gebrek aan regen tijdens de lockdown-lente er zwaar in. De grondwaterstanden staan historisch laag. Enkele natuurgebieden gingen in vlammen op. Dorre akkers, gebarsten grond, het nieuwe normaal? In de buurt van de Kalmhoutse Heide spreekt men van 'verwoestijning'. Vlaanderen is ondertussen even droog als Andalusië. We gingen er verkeerdelijk vanuit dat de overvloedige regen de nood aan systemische ingrepen overbodig maakte.

We waren verkeerd.

Decennialange politieke verwaarlozing van het waterthema betaalt zich nu echter cash terug. De voorbije decennia werd er vlotjes gedraineerd en gebetonneerd, alsof droogte een dystopie die enkel aan de verwrongen geesten van enkele verwaaide, geitenwollensokken onheilsprofeten kon zijn ontsproten. Het is nu eenmaal moeilijker stemmen te winnen met een pleidooi voor een herstel van de natuurlijke hydrologie van ons landschap dan met stemmingmakerij op de sociale media over criminaliteit onder asielzoekers en op de spits gedreven taaldisputen.

Maar passons. Ondertussen is het menig politicus gedaagd dat het anders moet. Ook minister Demir lijkt dit begrepen te hebben. In haar nieuwe Waterbeleidsnota kondigt zij aan dat de bestrijding van droogte-extremen centraal zal staan in haar toekomstige beleid. Men heeft de ambitie om de verhardingsgraad in de bestemmingen landbouw, natuur en bos sterk terug te dringen.

Duizend sneden

Zoals steeds geldt ook hier het Engelse adagium 'the proof of the pudding is in the eating'. Met aankondigingspolitiek schieten we niets op. Er rest ons weinig tijd. Het gewijzigde beleid moet in de eerste plaats resulteren in een aanpassing van de milieuwetgeving, want die bevat nog steeds teveel loopholes die een verdere verdroging van het landschap oogluikend toestaan. Meer nog, in vele gevallen is het perfect wettelijk om grondwater op te pompen in een verdroogd gebied. Begrijpe wie kan!

U knippert vast even met de ogen?

Edoch, verdiep u even in de ins and outs van de Vlaamse milieuwetgeving. Dan wordt meteen duidelijk dat het alfa en omega van ons milieubeleid, met name de vergunnings- en milieubeoordelings(MER)-plicht voor schadelijke activiteiten, onvoldoende thuis geeft wanneer het gaat over grondwaterwinning en die onvermijdelijke drainage. Enkele willekeurige illustraties. Voor een grondwaterwinning tot 5000 kubieke meter per jaar geldt in Vlaanderen slechts een 'meldingsplicht'. Ter vergelijking: voor een stal van 85.000 vleeskippen heb je jaarlijks zo'n 6700 kubieke meter water nodig. Met een beetje knip- en plakwerk blijf je zo onder de drempel. Vrijheid, blijheid.... en verdere verdroging. Idem dito voor het draineren van gronden in functie van landbouwdoeleinden alsook droogleggingsprojecten van minder dan 50 hectaren (of minder dan 15 hectare als ze dicht bij beschermde natuur liggen). Niet vergunningsplichtig. En dus kan men zonder enige tegenwerping ons landschap verder verdrogen. Zelfs de natuurwetgeving geeft verstek. En dan hebben we het nog niet gehad over het laissez faire, laissez passer-beleid in de vergunningenpraktijk van de voorbije decennia, dat door de komst van eeuwigdurende 'omgevingsvergunningen' deels in de wet werd ... nou ja, 'gebetoneerd'. Bedrijfszekerheid boven voortschrijdend inzicht.

Schending Europees recht

Enter het begrip 'dood door duizend sneden'. Het refereert naar een gruwelijk Chinese foltertechniek. Ook zonder tekening erbij is het duidelijk: een accumulatie van kleine ingrepen kan een ecosysteem op de knieën krijgen. En dat merken we in Vlaanderen tot onze scha en schande. We zijn zo maar even 50% van onze waardevolle wetlands verloren de voorbije halve eeuw. Op zichzelf bekeken is het draineren van één akker in een vallei niet problematisch. Maar het wordt wèl een probleem wanneer er tien landbouwers dezelfde redenering gebruiken om akkers in te richten waar dit eigenlijk niet hoort. En wanneer er nog enkele verhardingen bijkomen in zonevreemde woonwijken en de grachten vlotjes recht worden getrokken. Want al dat water moet natuurlijk zo snel mogelijk de beek of rivier in stromen volgens de aloude polderlogica. Om het dan later op te pompen om gronden te besproeien die in de eerste plaats niet voor landbouw geschikt zijn. Men zou haast blij moeten zijn dat de bever, gelukkig een Europees beschermde soort, terug op de afspraak is om het 'gepomp' van menig polderbestuur hier en daar wat te milderen door de aanleg van dammen en natuurlijke vijvers. Al zal dat diertje zich hierdoor niet populairder maken bij menig dijkgraaf.

De optelsom van al die 'legale' ingrepen brengt ons waar we nu staan. In een verdroogd Vlaanderen. En 'legaal' is overigens een relatief begrip. Want vanuit EU-milieurecht zit er hier een serieus haar in de boter. Ondanks de eerdere veroordeling van Vlaanderen in 2011 omwille van het vrijstellen van kleinere projecten van een verdere milieubeoordeling (MER), volhardt men nog in de boosheid die Europa eerder aanklaagde. De Vlaamse decreten zijn niet strikt genoeg. Want Vlaanderen moet volgens die EU wetten ook de accumulatie van kleinere grondwaterwinningen op hun milieueffecten bekijken. En dat gebeurt gewoon niet genoeg. We schuiven langzaam op richting een verbod op drainage omdat de maatschappelijke kost van het statusquo niet langer te verantwoorden valt.

In plaats van steevast te pleiten voor een nieuw rondje staatshervorming op federaal niveau, zou men overigens beter komaf maken met de baroniën van polders en wateringen, die vaak op klassieke wijze duizenden hectaren continu droogleggen in functie van landbouw. Ook deze instanties dienen zich te conformeren aan de nieuwe ecologische realiteit. Een interne staatshervorming binnen Vlaanderen moet het integraal waterbeleid, 17 jaar na de goedkeuring van het Decreet Integraal Waterbeleid, nu écht centraal plaatsen bij elke ingreep in de hydrologie van een gebied, hoe klein ook. Het is dat of een pijnlijke folterdood voor ons uitgedroogde landschap. Waar wachten we eigenlijk nog op? Vlaanderen heeft alle hefbomen in handen.

We kunnen er niet langer naast kijken. Vlaanderen droogt op. Na de opeenvolging van droge jaren in het voorbije decennium, hakte het gebrek aan regen tijdens de lockdown-lente er zwaar in. De grondwaterstanden staan historisch laag. Enkele natuurgebieden gingen in vlammen op. Dorre akkers, gebarsten grond, het nieuwe normaal? In de buurt van de Kalmhoutse Heide spreekt men van 'verwoestijning'. Vlaanderen is ondertussen even droog als Andalusië. We gingen er verkeerdelijk vanuit dat de overvloedige regen de nood aan systemische ingrepen overbodig maakte. We waren verkeerd.Decennialange politieke verwaarlozing van het waterthema betaalt zich nu echter cash terug. De voorbije decennia werd er vlotjes gedraineerd en gebetonneerd, alsof droogte een dystopie die enkel aan de verwrongen geesten van enkele verwaaide, geitenwollensokken onheilsprofeten kon zijn ontsproten. Het is nu eenmaal moeilijker stemmen te winnen met een pleidooi voor een herstel van de natuurlijke hydrologie van ons landschap dan met stemmingmakerij op de sociale media over criminaliteit onder asielzoekers en op de spits gedreven taaldisputen. Maar passons. Ondertussen is het menig politicus gedaagd dat het anders moet. Ook minister Demir lijkt dit begrepen te hebben. In haar nieuwe Waterbeleidsnota kondigt zij aan dat de bestrijding van droogte-extremen centraal zal staan in haar toekomstige beleid. Men heeft de ambitie om de verhardingsgraad in de bestemmingen landbouw, natuur en bos sterk terug te dringen. Zoals steeds geldt ook hier het Engelse adagium 'the proof of the pudding is in the eating'. Met aankondigingspolitiek schieten we niets op. Er rest ons weinig tijd. Het gewijzigde beleid moet in de eerste plaats resulteren in een aanpassing van de milieuwetgeving, want die bevat nog steeds teveel loopholes die een verdere verdroging van het landschap oogluikend toestaan. Meer nog, in vele gevallen is het perfect wettelijk om grondwater op te pompen in een verdroogd gebied. Begrijpe wie kan!U knippert vast even met de ogen?Edoch, verdiep u even in de ins and outs van de Vlaamse milieuwetgeving. Dan wordt meteen duidelijk dat het alfa en omega van ons milieubeleid, met name de vergunnings- en milieubeoordelings(MER)-plicht voor schadelijke activiteiten, onvoldoende thuis geeft wanneer het gaat over grondwaterwinning en die onvermijdelijke drainage. Enkele willekeurige illustraties. Voor een grondwaterwinning tot 5000 kubieke meter per jaar geldt in Vlaanderen slechts een 'meldingsplicht'. Ter vergelijking: voor een stal van 85.000 vleeskippen heb je jaarlijks zo'n 6700 kubieke meter water nodig. Met een beetje knip- en plakwerk blijf je zo onder de drempel. Vrijheid, blijheid.... en verdere verdroging. Idem dito voor het draineren van gronden in functie van landbouwdoeleinden alsook droogleggingsprojecten van minder dan 50 hectaren (of minder dan 15 hectare als ze dicht bij beschermde natuur liggen). Niet vergunningsplichtig. En dus kan men zonder enige tegenwerping ons landschap verder verdrogen. Zelfs de natuurwetgeving geeft verstek. En dan hebben we het nog niet gehad over het laissez faire, laissez passer-beleid in de vergunningenpraktijk van de voorbije decennia, dat door de komst van eeuwigdurende 'omgevingsvergunningen' deels in de wet werd ... nou ja, 'gebetoneerd'. Bedrijfszekerheid boven voortschrijdend inzicht. Enter het begrip 'dood door duizend sneden'. Het refereert naar een gruwelijk Chinese foltertechniek. Ook zonder tekening erbij is het duidelijk: een accumulatie van kleine ingrepen kan een ecosysteem op de knieën krijgen. En dat merken we in Vlaanderen tot onze scha en schande. We zijn zo maar even 50% van onze waardevolle wetlands verloren de voorbije halve eeuw. Op zichzelf bekeken is het draineren van één akker in een vallei niet problematisch. Maar het wordt wèl een probleem wanneer er tien landbouwers dezelfde redenering gebruiken om akkers in te richten waar dit eigenlijk niet hoort. En wanneer er nog enkele verhardingen bijkomen in zonevreemde woonwijken en de grachten vlotjes recht worden getrokken. Want al dat water moet natuurlijk zo snel mogelijk de beek of rivier in stromen volgens de aloude polderlogica. Om het dan later op te pompen om gronden te besproeien die in de eerste plaats niet voor landbouw geschikt zijn. Men zou haast blij moeten zijn dat de bever, gelukkig een Europees beschermde soort, terug op de afspraak is om het 'gepomp' van menig polderbestuur hier en daar wat te milderen door de aanleg van dammen en natuurlijke vijvers. Al zal dat diertje zich hierdoor niet populairder maken bij menig dijkgraaf. De optelsom van al die 'legale' ingrepen brengt ons waar we nu staan. In een verdroogd Vlaanderen. En 'legaal' is overigens een relatief begrip. Want vanuit EU-milieurecht zit er hier een serieus haar in de boter. Ondanks de eerdere veroordeling van Vlaanderen in 2011 omwille van het vrijstellen van kleinere projecten van een verdere milieubeoordeling (MER), volhardt men nog in de boosheid die Europa eerder aanklaagde. De Vlaamse decreten zijn niet strikt genoeg. Want Vlaanderen moet volgens die EU wetten ook de accumulatie van kleinere grondwaterwinningen op hun milieueffecten bekijken. En dat gebeurt gewoon niet genoeg. We schuiven langzaam op richting een verbod op drainage omdat de maatschappelijke kost van het statusquo niet langer te verantwoorden valt.In plaats van steevast te pleiten voor een nieuw rondje staatshervorming op federaal niveau, zou men overigens beter komaf maken met de baroniën van polders en wateringen, die vaak op klassieke wijze duizenden hectaren continu droogleggen in functie van landbouw. Ook deze instanties dienen zich te conformeren aan de nieuwe ecologische realiteit. Een interne staatshervorming binnen Vlaanderen moet het integraal waterbeleid, 17 jaar na de goedkeuring van het Decreet Integraal Waterbeleid, nu écht centraal plaatsen bij elke ingreep in de hydrologie van een gebied, hoe klein ook. Het is dat of een pijnlijke folterdood voor ons uitgedroogde landschap. Waar wachten we eigenlijk nog op? Vlaanderen heeft alle hefbomen in handen.