Het regent rapporten van internationale milieuorganisaties over de belabberde toestand van de natuur op onze planeet. Dat bewustmakingsproces is al decennialang aan de gang, maar ondanks de geleverde inspanningen er is niet echt beterschap in zicht.
...

Het regent rapporten van internationale milieuorganisaties over de belabberde toestand van de natuur op onze planeet. Dat bewustmakingsproces is al decennialang aan de gang, maar ondanks de geleverde inspanningen er is niet echt beterschap in zicht. Het WWF brengt deze week nog maar eens een rapport uit over de teloorgang van de bossen. Het hamert er al lang op dat bossen een onvervangbare buffer vormen tegen de gevolgen van de klimaatopwarming. Het identificeerde 24 'ontbossingsfronten' in de wereld, vooral in de tropen en subtropen. Tussen 2004 en 2017 ging daar in totaal 43 miljoen hectare bos verloren, of de oppervlakte van een land als Marokko. Bossen raken ook op grote schaal versnipperd in kleine stukjes, wat noodlottig is voor de biodiversiteit. De voornaamste aanjager van de verliezen is de uitbreiding van de commerciële landbouw en van plantages, niet zelden gestimuleerd door landspeculatie. Kleinschalige landbouw en mijnbouw knagen aan wat overblijft. De IUCN (International Union for the Conservation of Nature) publiceerde in december een rapport over het verlies aan biodiversiteit. Een handvol soorten doet het goed, zoals de Europese bizon, die door middel van kweekprogramma's uit de doden is opgestaan en wordt uitgezet in bosgebieden in Rusland en Oost-Europa. Maar vooral bij waterdieren is het kommer en kwel. Alle zoetwaterdolfijnen in de wereld zijn met uitsterven bedreigd. Zoetwatervissen en amfibieën sterven in sneltreintempo uit. We verliezen meer soorten dan ooit tevoren in de geschiedenis van de mensheid. De wetenschap laat zich niet onbetuigd in analysen van wat er misgaat, tot in de beste vakbladen toe. Science analyseert de impact van de wereldwijde handel in dieren en planten. Elk jaar wordt er tussen 6,5 en 17 miljard euro gespendeerd aan illegaal verhandelde dieren en planten. Ongeveer een vijfde van de gewervelde landdieren wordt op een of andere manier bejaagd. Bijna negenduizend soorten dreigen te worden uitgeroeid. Een studie in Nature Communications toont aan dat vogels, zoogdieren en amfibieën in recente eeuwen gemiddeld bijna een vijfde van hun leefgebied hebben verloren door landbouw. Tegen 2100 zou dat oplopen tot een kwart. Vooral in de tropen gaat het de laatste decennia hard, omdat daar een 'achterstand' ten opzichte van meer gematigde regio's wordt goedgemaakt. De klimaatopwarming zal er ook een grote invloed op het woudlandschap hebben. Omdat de biodiversiteit in tropische regio's groot is, zullen de verliezen er bijzonder ernstig zijn. De mens heeft driekwart van het land op aarde veranderd, blijkt uit een ontnuchterende analyse in Nature. Ongeveer 40 procent van het productieve land is omgezet in landbouwgrond, en twee derde van de bossen in gematigde streken worden beheerd voor houtproductie. In de zeeën is het nog erger: liefst 90 procent van de visbestanden wordt niet-duurzaam bevist. Vis- en garnaalkwekerijen vernietigen op grote schaal mangrovebossen, die kusten beschermen tegen stormen. Om de productie van voedsel en hout op te drijven, wordt er massaal gebruikgemaakt van artificiële middelen, zoals fossiele brandstoffen, meststoffen, pesticiden, antibiotica en technologie waarmee bodems worden beschadigd of uitgeput. Fossiele brandstoffen zijn de drijvende kracht achter de klimaatopwarming. Meststoffen verhogen het stikstofgehalte, waardoor natuurgebieden onbeheerbaar worden. Pesticiden veroorzaken weerstand van schadelijke insecten en roeien nuttige insecten uit. Antibiotica creëren resistente bacteriën, waardoor ziektes onbehandelbaar worden. De analyse in Nature wijst op het groeiende belang van de internationale handel in landbouwproducten, die bijna een kwart van het land en het zoetwater opsoupeert en meer dan een derde van de mariene productie. Bijna alle land dat na 1986 in productie werd genomen, wordt ingeschakeld in de teelt van gewassen voor export. De vernietiging van tropisch regenwoud voor de productie van onder meer soja als veevoeder voor gematigde zones, zoals de onze, is daar een voorbeeld van. Niet zelden wordt het gekweekte vee uitgevoerd, waardoor wij letterlijk alleen met de shit achterblijven: van de mest- en stikstofproblematiek worden organisaties als de Boerenbond hyperkregelig, want ze hebben er geen pasklare oplossing voor, tenzij het aanpassen van hun landbouwmodel en dat willen ze niet. Nature waarschuwt ook voor de funeste gevolgen van die globale en op beperkte diversiteit steunende strategie. Naar analogie met de financiële crisis van 2008, die een gevolg was van overdreven globalisering, is een crisis van het landbouwsysteem niet uit te sluiten. 'Intensifiëring en globalisering hebben sectoren erg afhankelijk gemaakt van elkaar', stelt het blad. 'Homogenisering heeft geleid tot een sterke reductie van de mogelijkheden waarmee soorten, mensen, sectoren en instanties op veranderingen kunnen reageren. Het globale productie-ecosysteem bevat kenmerken die zware schokken kunnen versterken.' Een simulatie in Science maakt de concrete gevolgen van zo'n schok tastbaar. Als er niet dringend op ons natuurvernietigende productiesysteem wordt ingegrepen, dreigt er voor 5 miljard mensen een voedsel- en watertekort te ontstaan - door te veel watervervuiling en te weinig gewassenbevruchters, zoals bijen en hommels. Vooral in Afrika en Zuid-Azië wordt dat een acuut probleem, niet toevallig de regio's waar de grootste bevolkingsaangroei verwacht wordt. Het blad rekende ook voor dat de problemen met een factor drie tot zelfs tien verminderd kunnen worden als er op grote schaal wordt ingezet op een duurzame aanpak van onze voedselproductie. Het reduceren van voedselafval en vleesverbruik is een onderdeel van de oplossing. Ook Nature reikt een oplossing aan: we moeten weg van de dichotomie tussen land voor natuur enerzijds en voor landbouw anderzijds. We moeten naar kruisbestuivingsmodellen, waarbij landbouw natuurvriendelijker wordt en natuur ingeschakeld wordt voor landbouw (zie de koeien die aan graasbeheer doen in natuurreservaten). Een grootschalige studie in Science Advances bevestigt dat het mogelijk is de diversiteit van landbouwgewassen en -methodes beduidend te verhogen zonder dat er aan productie wordt ingeboet. Zo kan de impact van landbouw op de rest van de leefomgeving worden teruggedrongen. Simulaties wijzen uit dat een doorgedreven aanpak het verlies aan biodiversiteit met 90 procent kan terugdringen. De focus op een verweving van natuur- en landbouwfuncties mag niet ten koste gaan van de bescherming van echte natuurwaarden. De natuur kan de mens ook mentaal soelaas bieden, dat is in de coronacrisis meer dan ooit duidelijk geworden. In Europa blijken elke veertien vogelsoorten in je leefomgeving je mentaal welbevinden evenveel te verhogen als 124 euro netto per maand extra (op een gemiddelde maandwedde van 1237 euro), zo meldde Ecological Economics. De mate van 'natuurgeluk' hangt wel af van het soort natuur. Onderzoekers leggen in Landscape and Urban Planning uit dat Nederlanders gelukkiger worden van stranden, duinen en heidegebieden dan van parken of landbouwzones. Zelfs bossen maken minder gelukkig dan open gebieden, wat bizar is in het licht van de vaststelling dat veel mensen zich verzetten tegen boomkap in functie van natuurbeheer. Wereldwijd wordt er geknaagd aan natuurgebieden. Een studie in Proceedings of the National Academy of Sciences kwam tot de conclusie dat op veel plekken in de wereld bescherming van natuurgebieden niet verhindert dat die worden beïnvloed door de mens. Het betreft niet uitsluitend illegale ontginning of stroperij, maar ook factoren als de stikstofoverlast in natuurgebieden als gevolg van landbouw, waardoor beschermde natuurwaarden onder druk komen. Alleen in de noordelijke hemisfeer lijkt bescherming de vernietiging van natuurwaarden in zekere mate te vertragen (maar dus niet te verhinderen). Het meest alarmerende aan de laatste analyse was dat de mens sinds 1995 binnendringt in gebieden die als echt 'wild' en afgelegen omschreven kunnen worden, vooral in de tropen. Het zijn dikwijls ook gebieden met een uitzonderlijk grote biodiversiteit, die dus extra kwetsbaar zijn. Ook hier is landbouw de grote boosdoener: het meeste niet-beschermde land dat geschikt is voor landbouw is al ontgonnen. Een grote analyse in Nature van de evolutie van natuurbescherming in de 21e eeuw begon met een mooie vaststelling: tussen 2010 en 2019 nam de proportie beschermd gebied wereldwijd toe van 14,1 tot 15,3 procent voor land en zoetwater, en van 3 tot 7,5 procent voor mariene gebieden. Parallel daarmee werd er voordurend geknaagd aan eerder beschermde gebieden, of werden ze afgevoerd. De details wijzen uit dat een derde van de extra beschermde landgebieden kurkdroge zones betreft die weinig geschikt zijn voor landbouw, maar ook weinig biodiversiteit hebben. Een substantieel deel van de mariene bescherming betreft de zuidelijke oceaan rond Antarctica. De helft van de beschermde landgebieden en twee derde van de beschermde mariene gebieden lijden bovendien onder gebrekkige financiering voor de handhaving van bescherming. De harde realiteit is dat de budgetten voor natuurbescherming de laatste twintig jaar zelfs zijn gehalveerd. De studie wijst uit dat bijna 80 procent van de met uitsterven bedreigde dieren en planten vandaag geen enkele vorm van bescherming van hun leefgebied heeft. Over heel de wereld dringen mensen dierenbiotopen binnen of worden dieren in mensenbiotopen gedwongen door het verdwijnen van hun eigen leefgebied, waardoor er conflicten ontstaan. Of het nu gaat om olifanten in Sri Lanka, om wolven bij ons, om haaien in Australië of om virusdragende vleermuizen in China, overal worden mensen ongemakkelijk van de druk van dieren op hun leefomgeving. Confrontaties zijn dan onvermijdelijk, met noodlottige gevolgen voor mensen (de coronacrisis) en dieren (het uitsterven van soorten). Soms passen soorten zich aan de menselijke aanwezigheid aan. Roofdieren komen vaak goed aan hun trekken in een mensenbiotoop, op voorwaarde dat ze wettelijk beschermd zijn. Soorten kunnen zich ook aanpassen aan landschapsveranderingen. Sommige soorten reageren beter op versnippering van hun oorspronkelijke bosbiotoop als er ter plekke historische precedenten inzake fragmentatie waren: een biotoop krijgt dan vooral soorten of individuen die 'geleerd hebben' aaneengesloten bos te vermijden en zich op te houden in bosranden. Dat meldde bioloog Luc Lens (UGent) een poos geleden in Science. Wat zich niet kan aanpassen, is eerder al weggefilterd. Maar in veel gevallen gaat de menselijke aanslag op een leefomgeving zo snel en drastisch dat soorten geen tijd krijgen om zich aan te passen. Regelgeving en realistische doelstellingen zijn dan de enige manier om te redden wat er te redden valt. Een voorname aanbeveling van het recentste WWF-rapport over ontbossing is dat er onder meer in Europa efficiënte wetgeving moet komen over alle aspecten van ontbossing. Bioloog Luc De Meester (KU Leuven) brak met een aantal collega's in Science een lans voor veel ambitieuzere biodiversiteitsdoelstellingen. Een recent rapport van de VN concludeerde dat geen enkel biodiversiteitsdoel voor 2020 dat in 2010 werd afgesproken (in het Japanse Aichi) gehaald werd. De realisaties kwamen zelfs niet in de buurt van wat was afgesproken. Dat is vooral een gevolg van het feit dat de afspraken véél te vrijblijvend zijn en niet kunnen worden afgedwongen. Het is duidelijk dat vrijwilligheid geen goede aanpak is voor de strijd tegen natuurverloedering. De Meester wil vooral ook inzetten op natuurherstel: het opwaarderen van gedegradeerde landschappen, zoals verlaten landbouwgebieden. Milieujurist Hendrik Schoukens (UGent) wijdde er in het blad Natuur.focus een lange analyse aan. De titel van Schoukens' bijdrage was veelbetekenend: hij had het over ecologisch herstel als 'fata morgana' in het Europese milieubeleid. En Europa wordt wereldwijd beschouwd als een voortrekker in milieubescherming! Volgens Schoukens zijn er 'te veel spanningen tussen woorden en daden, en tussen beleidsambities en bestaand recht' om een doorbraak te kunnen realiseren. Schoukens waarschuwt er ook voor dat inzetten op ecologisch herstel weinig zinvol is als we elders natuur blijven vernietigen. Op het einde van zijn verhaal kwam er toch een beetje goed nieuws: Europa lijkt bereid om bindende wetgeving in het kader van het herstel van gedegradeerde ecosystemen 'in het vooruitzicht te stellen'. Zelfs zo'n bescheiden ambitie wordt een houvast voor natuurbeschermers in deze tijden van grootschalige verloedering. Zover is het gekomen. Het is een mirakel dat er nog altijd mensen zijn die blijven geloven dat de teloorgang kan worden tegengegaan.