Joël Van Cauter

‘We moeten vrijwilligers en vast personeel samenbrengen in plaats van ze tegen elkaar uit te spelen’

Joël Van Cauter Filosoof en econoom, verbonden aan de denktank Itinera

‘Een andere kijk op de relatie tussen vrijwilligerswerk en werkgelegenheid kan helpen om maatregelen te bedenken die de activiteit bevorderen en het politieke debat aanmoedigen’, schrijft Joël Van Cauter van Itinera. Deze bijdrage maakt deel uit van  de zomerreeks De Doordenkers van Knack.be: Loon naar Werken.

De relatie tussen vrijwilligerswerk en werk is vaak gespannen. In vrijwilligersorganisaties is het niet ongewoon dat werknemers (vast personeel) zich bedreigd voelen door vrijwilligers die “hun werk inpikken” en “onbetrouwbaar zijn”. Aan de andere kant vragen veel vrijwilligers zich af waarom bepaalde werknemers betaald worden, terwijl ze zelf gratis werken en “het veld beter kennen”. Deze realiteit wordt uitgebreid geanalyseerd aan de hand van casestudies, sociologische en managementstudies.

De spanning is ook aanwezig op politiek niveau. Sommige partijen en vakbonden zijn terughoudend wat het onderwerp betreft, omdat ze bang zijn dat vrijwilligerswerk de lonen en arbeidsvoorwaarden van werknemers zal verlagen. We herinneren ons de heftige debatten over het initiatief van de regering-Michel, die vrijwilligerswerk wilde aanmoedigen door alle burgers toe te staan om tot € 6.000 per jaar onbelast bij te verdienen.

Reële complementariteit

In feite vullen vrijwilligerswerk en werk elkaar goed aan. In vrijwilligersorganisaties heeft vrijwilligerswerk twee voordelen. Ten eerste is het een krachtige hefboom voor actie. De bijdrage van werknemers wordt onvermijdelijk beperkt door budgetten, maar ook door de beschermende arbeidswetgeving die bijvoorbeeld avond- en zondagswerk regelt. Vrijwilligers hoeven zich hier geen zorgen over te maken: ze komen gewoon opdagen wanneer het moet. Aan de andere kant herinneren ze ons aan de betekenis. Ze zijn als kanaries in een mijn: als de kanaries sterven, is dat omdat er gas is en de lucht niet langer leefbaar is voor de mijnwerkers; als vrijwilligers een vereniging verlaten, is dat vaak omdat het werk van de vereniging niet langer genoeg voldoening geeft. In een vrijwilligerssector die niet immuun is voor devitalisatie, is dit een waardevolle stimulans. 

Bovendien zorgen werknemers – ook wel vast personeel genoemd – voor de continuïteit van de werking en de stabiliteit in de structuren, wat moeilijk te bereiken is met een puzzel van verplichtingen van een paar uur per week. De verenigingen die goed functioneren zijn die waar iedereen zijn steentje bijdraagt, waarbij betaald werk het mogelijk maakt om de gedoneerde tijd in te zetten. Er kan dan een opwaartse spiraal in gang worden gezet, waarbij activiteit en organisatie groeien. ArmenTeKort en Duo for a Job zijn goede recente voorbeelden.

De deugdzame sociale cirkel

De opwaartse spiraal is ook te vinden op maatschappelijk niveau. Het kan verrassend lijken om vast te stellen dat landen met een hoog niveau van vrijwilligerswerk ook een sterke toename van betaald werk kennen. In België bijvoorbeeld is slechts 7,8% van de bevolking betrokken bij vrijwilligerswerk, een van de laagste percentages in Europa, en de werkgelegenheidsgraad bedraagt 66,7%, een van de laagste in Europa. Ierland heeft een vrijwilligerspercentage van 14,8% en een werkgelegenheidspercentage van 73,8%, terwijl Zwitserland een vrijwilligerspercentage van 19,5% en een werkgelegenheidspercentage van 80% heeft (gegevens van UGent en de Koning Boudewijnstichting, 2020, en de OESO). Nederland is een voorbeeld van een succesvolle combinatie van massaal vrijwilligerswerk en deeltijds werk. 

(Lees verder hieronder.)

Correlatie betekent natuurlijk niet causaliteit. Maar er is een positieve wisselwerking tussen sociaal kapitaal, waaraan vrijwilligerswerk een belangrijke bijdrage levert, en economische activiteit. Voor individuen is het sociale netwerk een van de factoren die hen helpt een baan te vinden en sociale mobiliteit te bereiken. Op collectief niveau dragen de dichtheid en kwaliteit van het sociaal kapitaal bij aan het vertrouwen dat nodig is voor de ondernemingsdynamiek.

De beweging aanwakkeren

Deze positieve interactie vraagt om maatregelen die vrijwilligerswerk bevorderen in het kader van economisch of transversaal beleid, en niet alleen sociaal beleid. 

Waarom schaffen we de aangifte- en vergunningsvereisten voor vrijwilligerswerk door werklozen niet af? Momenteel is het mogelijk voor een werkzoekende om een vrijwilligersactiviteit uit te voeren voor een non-profitorganisatie, maar op voorwaarde dat de activiteit op voorhand wordt aangegeven, op een zeer precieze manier, en dat de directeur van het werkloosheidsbureau ermee instemt. De logica van de administratieve controle a priori en de geest van wantrouwen zouden contraproductief zijn, zowel voor de erkenning van de werklozen als voor de collectieve dynamiek.

En waarom kan overheidsfinanciering voor non-profitorganisaties niet geheel of gedeeltelijk gekoppeld worden aan het aantal vrijwilligers? Op dit moment worden verenigingen gesubsidieerd op basis van projectbeschrijvingen die meestal niet veeleisend zijn. De administratieve verslagen zijn wel vaak nauwgezet. Impactanalyses zijn zeldzaam. Toch zou het nuttig zijn om deze in te voeren. Met dit in het achterhoofd zouden we ons kunnen voorstellen dat de ontwikkeling van vrijwilligerswerk door middel van gesubsidieerde arbeid in overweging wordt genomen. Het financieren van 10 vaste medewerkers die bijdragen aan de activiteit van 80 actieve vrijwilligers ten behoeve van de hele gemeenschap zou dan als meer legitiem worden erkend dan het financieren van 10 vaste medewerkers die pionnen zijn van partijen en bewegingen. De ene vereniging is natuurlijk de andere niet, en sommige werkingen vereisen continuïteit of specifieke kwalificaties die meer personeel in loondienst rechtvaardigen. We moeten daarom voorzichtig zijn als we dergelijke aanpak invoeren, maar het zou wel de synergie van krachten stimuleren.

Ervan uitgaande dat vrijwilligerswerk en werkgelegenheid hand in hand kunnen gaan, moeten we erkennen dat er twee kanten aan de medaille zijn: activiteit en een beweging die gekoesterd moet worden. We moeten ze samenbrengen in plaats van ze tegen elkaar uit te spelen. Op die manier kunnen we het debat vergemakkelijken dat een deel van de komende verkiezingscampagne in beslag zal nemen. En terecht, want activiteit blijft een rode draad in ons leven…

Joël Van Cauter is fellow van Itinera. In zijn onderzoek behandelt hij de thema’s armoede en burgerschap. 

Partner Content