Patricia Adriaens, ceo: ‘Vrijwilligerswerk is het perfecte middel tegen verzuring’

Patricia Adriaens: 'Ik heb verschillende alleenstaande vriendinnen die bewust moeder zijn geworden, maar dat is nooit mijn keuze geweest.' © CARMEN DE VOS
Tine Hens
Tine Hens Journaliste voor Knack

Elke week vraagt Knack aan ondernemende mensen hoe ze lijf en psyche in balans houden. Als ceo van diepvriesbedrijf Fribona verdeelt Patricia Adriaens haar tijd tussen het bedrijf en vrijwilligerswerk. ‘Onze samenleving is hard voor mensen die uit de boot vallen.’

Elke week vraagt Knack aan ondernemende mensen hoe ze lijf en psyche in balans houden.

Na twee dochters had haar vader stiekem op een zoon gehoopt. Er was zelfs een naam, Philip, maar het werd Patricia, het derde meisje op rij. ‘Of hij daarover ontgoocheld was? Ik heb geregeld mogen horen dat ik eigenlijk Philip zou heten. Maar uiteindelijk was hij heel gelukkig met zijn drie dochters.’

Patricia Adriaens vertelt het in haar appartement in het centrum van Brugge met de nuchterheid die haar typeert en waarmee ze, zo zal ze uitleggen, alles in haar leven aanpakt. Ingetogen, daadkrachtig en met een groot hart voor mensen.

Samen met haar oudste zus is ze ceo van Fribona, een bedrijf dat haar vader in 1960 oprichtte en dat diepvriesmaaltijden bereidt en levert aan scholen, zorginstellingen, bedrijfsrestaurants. ‘De deur van mijn kantoor staat altijd open. Ik wil weten hoe het met de mensen gaat, in het bedrijf, maar ook thuis. In de diepvriessector werken we dan wel in de kou, we stralen warmte uit.’

Ze lacht, maar het zijn geen loze woorden, benadrukt ze. Ze mag dan wel een bedrijf leiden, ze heeft ook al in de nachtopvang van daklozen geslapen, met ex-gedetineerden aan tafel gezeten, ze is actief in de Brugse armoedevereniging Open Balie en ze is voorzitter van Groep Gidts, dat het maakwerkbedrijf Mariasteen en de instelling voor mensen met een motorische beperking Dominiek Savio in Gits omvat.

‘Als mensen een probleem hebben, kijk ik graag waar ik kan helpen. Op 12 maart 2020, de dag waarop de lockdown werd aangekondigd, kreeg ik telefoon. Poverello sloot de deuren, restaurants moesten dicht. Daklozen hadden geen plek meer waar ze op z’n minst een warme maaltijd konden krijgen. We hebben toen in allerijl vier microgolfovens in een parochiezaaltje geïnstalleerd en er een lading diepvriesmaaltijden naartoe gebracht. Uiteindelijk hebben we twee jaar lang tijdens de lockdowns mensen die nergens heen konden eten gegeven. Dat doe ik graag, er zijn voor mensen die uit de boot vallen. Het mooie, en misschien wel merkwaardige is, dat je van hen ook zo veel terug krijgt.’

Mijn totem bij de scouts was geduldig wasbeertje. Ik was en ben geen tafelspringer, maar ik nam vaak van nature de leiding.

U vindt het vanzelfsprekend om die mensen te helpen?

Patricia Adriaens: Eigenlijk wel. Nee zeggen moet ik nog altijd leren. Mensen vragen iets en ik denk: dat is leerrijk, verrijkend, ik ken het nog niet. Wat doet het bijvoorbeeld met een mens om dakloos te zijn? Een keer heb ik met een jongeman, hij was een jaar of dertig, door Brugge gewandeld en heeft hij me de plekken getoond waar hij ’s nachts sliep. Op zijn dertiende was hij van Belarus naar België gekomen. Nu was hij hier in Brugge, zonder dak boven zijn hoofd. Ik heb hem nog een fiets gegeven om werk te zoeken. Onze samenleving is hard voor mensen die uit de boot vallen. Gefailleerden, verslaafden, daklozen, ex-gedetineerden: we zijn er snel bij om te zeggen dat het hun eigen schuld is, dat wie zijn gat brandt op de blaren moet zitten. Dan kan allemaal wel zijn, maar een mens heeft ook recht op herstel en een nieuwe start.

Trekt u dat sociale engagement ook door in uw bedrijf?

Adriaens: We hebben gelukkig een productieleider die dat sociale engagement deelt en de werknemers motiveert om elkaar te steunen. Als iemand terugkeert na langdurige ziekte kan er al eens geklaagd worden over het lage tempo waarin hij of zij werkt. Dan is de houding van een productieleider essentieel. Mensen die langdurig ziek zijn, of ze nu kanker hebben of een burn-out, hebben begeleiding nodig willen ze weer werken. Dat vraagt geduld en tijd van de collega’s zodat ze in hun tempo kunnen opbouwen.

Wordt er soms misbruik gemaakt van uw begrip?

Adriaens: Het gebeurt weleens dat ik iemand te lang aan boord probeer te houden. Dan geef ik hem of haar een tweede kans, en een derde, en een vierde. We hadden een werknemer die alcoholverslaafd was. Ik heb geprobeerd hem te begeleiden en hulp voor hem te zoeken. Uiteindelijk hebben we hem toch moeten ontslaan. Ondertussen is hij gestorven. Gevallen met zijn fiets. Zo zonde. Ook dat heb ik ondertussen geleerd.

Drank en drugs zijn de grote boosdoeners en maken zo veel kapot.

Adriaens: Maar ik weet dat ik alles geprobeerd heb, dat ik er voor die persoon geweest ben. Daardoor verlies ik bij zo’n soort mislukking toch niet mijn kracht.

U bent bedrijfsleider en houdt er een druk leven van engagementen op na. Hoe combineert u dat allemaal?

Adriaens: Al dat vrijwilligerswerk geeft me de nodige energie om een goede ceo te zijn. De combinatie van een bedrijf leiden en vrijwilligerswerk houdt me in evenwicht. Alleen maar het bedrijf, nee, dat zou ik niet volhouden, ik zou afgestompt raken. Kijk, ik heb geluk gehad. Ik heb mijn talenten, ja, maar ik ben ook in een familie geboren die het goed had, het is niet meer dan normaal dat ik er voor anderen ben. Mensen die vrijwilligerswerk doen, zijn zelden verzuurd. Ik raad het iedereen aan. Zeker leidinggevenden. Verlaat uw ivoren toren. Met de werknemers van Fribona heb ik ook al een inleefnamiddag gedaan in Dominiek Savio en Mariasteen. Als je even ervaart wat het is om blind te zijn, om in een rolstoel te zitten, dan worden veel van de zaken waarover geklaagd en gezaagd wordt herleid tot wat ze zijn: pietluttigheden.

Zie je dat? (Ze wijst naar een paneel tegen de muur achter haar, waarop staat:) ‘Als je wat je kunt, mag doen en iets mee in beweging brengt wat zinvol is, dan ga je in jezelf geloven, meetellen in de groep en je gedragen voelen.’ Dat is de missie van Dominiek Savio. Maar geldt het niet voor iedereen? Dat we ons goed voelen als we ons door anderen omringd en gedragen voelen?

Bent u altijd zo sociaal geweest?

Adriaens: Dat is gegroeid. Op mijn zestiende deed ik vrijwilligerswerk in Lovendegem bij mensen met een zware handicap. Dat was een schok. Na een week was ik kapot. Dat heeft een enorme indruk op mij gemaakt. Maar ik wist toen al dat ik economie zou studeren om later mee in het bedrijf te stappen. Daarover heb ik nooit getwijfeld. Mijn totem bij de scouts was geduldig wasbeertje. Ik was en ben geen tafelspringer, maar ik nam vaak van nature de leiding, zowel op school als in de scouts. Tegelijkertijd voelde ik ook altijd de behoefte aan zingeving.

Waar vond en vindt u die zingeving?

Adriaens: Via mensen die ik ontmoette. Ik was 23, had een leidinggevende functie bij Fribona en zo werd ik lid van ETION, Ethisch Ondernemen. Ik herinner me nog de allereerste vergadering. Ze zouden op retraite gaan. Retraite, dacht ik, ik zit hier helemaal verkeerd. Maar dat is heel goed meegevallen. Sindsdien ga ik minstens twee keer per jaar op bezinning naar een klooster of abdij. Daar voed ik mijn geest en vind ik mijn rust. Door te wandelen, maar ook door gesprekken met de broeders die daar leven.

Hier in Brugge heb ik veel contact met de aalmoezenier van de mannengevangenis. Ik vind het prachtig hoe hij opkomt voor het menselijke in een strafinstelling. De oudste gedetineerde van België zit hier in de cel. Hij is onlangs honderd jaar geworden. Enkele maanden terug is hij naar de gevangenis gestuurd, een plek die niet voorzien is op mensen van zijn leeftijd. Hij moet zelf zijn maaltijden opwarmen of koffie bereiden. Dat kan toch een beetje menselijker? Ondanks de misdaad?

Bent u gelovig?

Adriaens: Geloof is een houvast, ja. Een gps. Ik ga naar de kerk maar ben geen pilaarbijter. Ik vind het belangrijker om het evangelie in de praktijk te brengen. Jah-weh, er zijn voor de andere, voor de kwetsbare mensen in de wereld. Op allerlei manieren. Ik ben bijvoorbeeld ook rechter in ondernemingszaken waarbij ik de faillissementen opvolg. Dat zijn soms drama’s. Onlangs nog had ik een persoonlijk faillissement van een restaurant, een gezin met drie jonge kinderen, waarbij we de wagen in beslag moesten nemen. ‘Toch niet de wagen’, zeiden ze. ‘Hoe moet ik de kinderen naar school brengen?’ Je ziet de ontreddering op hun gezicht, maar het is de wet. We kunnen niet anders. Ik druk hen altijd op het hart niet in een hoekje te kruipen, werk te zoeken en de pagina zo snel mogelijk om te slaan.

Ik ben geen knuffelaar. Onlangs gaf iemand me een zoen. Ik schrok. Dat was zeker twee jaar geleden.

U had het erover hoe uw engagementen u energie geven. Ik kan me indenken dat het als rechter in ondernemingszaken toch anders is, dat u dat eerder doet vanuit verantwoordelijkheidsgevoel?

Adriaens:Hoe gaan zulke dingen? Men vraagt je, je zegt ja en als ik dan op die stoel zit, dan kan ik toch beter de mensen een hart onder de riem steken dan ze als nummer te behandelen? Daar schiet niemand iets mee op en ik zou me er heel slecht bij voelen. Als het een sleur wordt, dan stop ik ermee. Dat hou ik mezelf ook voor. Soms zegt mijn zus dat ik geluk heb omdat ik zo veel kan doen. Dat klopt, maar zij heeft de zorg voor vijf kinderen. Ik ben alleenstaande, kies ervoor om voor kwetsbare mensen te zorgen en hoef aan niemand verantwoording af te leggen. Het risico is wel dat je jezelf daarbij makkelijk wegcijfert. Of dat men nogal snel denkt dat je voor alles tijd hebt. Mensen die niet alleen zijn, zien vooral mijn vrijheid, maar zo eenvoudig is het niet.

Voelt het soms als een gemis? Alleen en kinderloos zijn?

Adriaens: De dingen zijn gelopen zoals ze zijn gelopen. Ik heb verschillende vrienden die een relatie hebben dankzij mij. ‘Wanneer denk je eens aan jezelf?’ vragen ze dan. Maar ik sta er niet bij stil. Misschien omdat ik zo druk bezig ben. Ik heb alleenstaande vriendinnen die wel moeder zijn geworden, die daar bewust voor gekozen hebben, ik heb daar begrip voor, maar het is nooit mijn keuze geweest. Ik ben alleen, maar niet eenzaam. En lichamelijk contact? Ik ben geen knuffelaar. Onlangs gaf iemand me een zoen. Ik schrok. Dat was zeker twee jaar geleden. Het enige wat uitzonderlijk eens door mijn hoofd schiet, is de vraag wie er voor mij zal zorgen als ik oud ben en niet meer zelfstandig kan wonen. Ik kan niet van mijn metekinderen, neven en nichten verwachten dat ze me komen bezoeken als ik in een woon-zorgcentrum zit. Gelukkig heb ik voldoende alleenstaande vrienden. Soms zeggen we al lachend dat we later als we oud zijn allemaal samen gaan wonen.

Schrikt ouder worden u af? Of de dood?

Adriaens: Mijn vader is tien jaar geleden overleden. Dat was de eerste confrontatie met de dood. Ik heb het er moeilijk mee gehad. Het was ook geen makkelijk afscheid. Zijn beide ouders zijn 79 jaar geworden en de dag voor zijn 79e verjaardag hebben we hem naar het ziekenhuis gebracht met een zware bloeddrukval. Net voor hij zijn bewustzijn verloor, fluisterde hij: ‘Ik ga mijn verjaardag niet meer halen.’ Hij heeft nog zestien dagen in coma gelegen. Dat waren slopende dagen waarop we telkens heen- en weer werden geslingerd tussen hoop op beterschap en angst voor het fatale. Hij is overleden zonder dat we afscheid hebben kunnen nemen.

Mijn moeder is 84, ze woont nog alleen en ik weet nu al: de dag waarop zij overlijdt, verandert alles voor mij. We zijn twee handen op één buik. Iedere middag ga ik bij haar eten. Dan heeft ze een reden om te koken, heeft ze iemand om mee te praten en voor mij is het een luxe om gewoon de voeten onder tafel te schuiven. Tijdens corona heb ik haar overtuigd om andere mensen die alleen zijn op te bellen. ‘Waarom bellen ze niet naar mij?’ reageerde ze eerst, maar zodra ze begon te telefoneren, fleurde ze ervan op. ‘De mensen zijn zo content als ik bel.’ Er is niet veel nodig om iemand een beetje gelukkig te maken. Als je elke dag iemand gelukkig maakt, vermindert volgens mij de angst voor de dood.

Vergeten we dat soms? Laten we ons te veel leiden door het materiële?

Adriaens: Ik ben bedrijfsleider, ik heb economie gestudeerd, maar ik kan eerlijk zeggen dat geld geen drijfveer is. Het is een middel om wat onmogelijk lijkt waar te maken.

Dat is misschien wel makkelijk gezegd, omdat geld geen zorg is?

Adriaens: Geld maakt niet gelukkig, maar je hebt een basis nodig. Het is onze verantwoordelijkheid het bedrijf gezond te houden. Ik herinner me nog toen mijn zus en ik het overnamen van mijn vader. ‘Twee vrouwen’, werd er gezegd. ‘Dat zal snel gedaan zijn.’ We hebben toch doorgezet. Wij zijn rentmeesters. Het is belangrijk om dat voor ogen te houden. Het is ook het voordeel van een familiebedrijf en een verschil met een bedrijf dat gerund wordt door managers. Wij kunnen het ons veroorloven naar de lange termijn te kijken. Corona was geen makkelijke tijd voor ons. We stonden niet aan de winnende kant van de crisis. Om niet op mensen te besparen, hebben we andere toekomstplannen in de koelkast gezet. We zien wel wanneer het kan. Al houd ik voor het eerst mijn hart vast voor de toekomst. Met de inflatie, de energiekosten, het klimaat, de oorlog in Oekraïne. Ik ben bang dat er veel armoede gaat komen. Bovendien komt de hele wereld bij ons samen in het bedrijf. Een werknemer is getrouwd met een Oekraïense wier familie midden in het oorlogsgebied woont. Ze hoort de bommen en sirenes als ze met hen belt. Er werken ook vluchtelingen uit Afghanistan bij ons. De trauma’s die zij te verwerken hebben, daar is al helemaal geen aandacht voor.

Ligt u daar wakker van?

Adriaens: Het bedrukt me.

Wat helpt om de druk te verlichten? Of laat ik het anders formuleren: uw geest wordt duidelijk gevoed en geprikkeld, maar hoe houdt u uw lichaam en geest in balans?

Adriaens: Wandelen, fietsen, in de natuur zijn. Ik ben een stadsmens, maar ik ben graag in de natuur. Al is dat ook een bron van zorgen. Klimaat, enerzijds, maar ook onze bouwwoede. De betonstop moet er zo snel mogelijk komen, want het lijkt alsof de laatste resten natuur nu in ijltempo worden volgebouwd. Waarom toch? Als we kiezen voor inbreiding en hergebruik, beperken we onze bouwwoede en geven we het klimaat meer kans. We zijn mensen, we hebben die natuur zo nodig. Laat ons toch een beetje zuurstof.

Patricia Adriaens

? Geboren in 1966 in Brugge, woont in Brugge

? Studeerde financiële en economische wetenschappen

? Stapte in 1989 in het familiebedrijf Fribona als administratief directeur

? Vult haar baan als ceo aan met vrijwilligerswerk

? Is ook rechter in ondernemingszaken, waar ze faillissementen begeleidt

Partner Content