Om te beginnen: wat is De School van Gaasbeek, en wat doen jullie daar?
...

Om te beginnen: wat is De School van Gaasbeek, en wat doen jullie daar? Anna Franziska Jäger: Het is een werkplaats voor kunstenaars in het oude gemeentehuis van Gaasbeek, een deelgemeente van Lennik, waar vroeger ook de dorpsschool was ondergebracht. In april hebben we daar gewerkt aan deze nieuwe voorstelling. Nathan Ooms: En het Septemberfestival is een jaarlijks driedaags festival waarop alle residenten van De School hun werk presenteren. Viviane De Muynck en Chris Lomme openen het. Op zaterdag 8 september komen de residenten aan bod. En de dag erna bezetten dichters De School. Jullie werk is gebaseerd op Ongeduld, een roman van de Oostenrijkse schrijver Stefan Zweig uit 1939. Hoe zijn jullie daarbij uitgekomen? Ooms: Anna Franziska en ik merken dat 'empathie' en 'medelijden' tegenwoordig gebruikt én misbruikt worden. Theatermakers doen van oudsher een beroep op de empathie van hun publiek. Zo ontstaat ontroering. Maar vandaag gebruiken ook politici het begrip empathie. Beter: ze misbruiken het om potentiële kiezers te overtuigen. Toen we een vriendin daarover vertelden, raadde zij ons Ongeduld aan. Daarin analyseert Stefan Zweig de ingewikkelde relatie tussen een luitenant en een adellijk, kreupel meisje. Het boek werd onze belangrijkste tekstbron. Jäger: Ik sloeg het open en werd meteen geraakt door de sterke, sobere taal. De zin die me overhaalde was deze: (leest voor) 'Er zijn twee soorten medelijden. Een weekhartig, sentimenteel medelijden dat een soort ongeduld van het hart is om zichzelf te ontdoen van de pijnlijke ervaring geraakt te zijn door iemands lijden. (...) Het andere medelijden, het enige dat ertoe doet, is onsentimenteel maar creatief. Het laat een persoon de lijdende bijstaan en mee lijden, tot voorbij de eigen kracht.' Hoe hebben jullie Ongeduld naar de scene vertaald? Ooms: We hebben het boek gelezen in het Nederlands en het Engels - dan is de titel Beware of Pity. Ook het Duitse origineel, Ungeduld des Herzens, hebben we erbij gehaald. We bewerkten de tekst tot een stuk dat door de setting, het spel en de taal het publiek uitdaagt om mee te gaan in de fictie én er afstand van te nemen. Anders gezegd: om zowel empathie te voelen als erover te reflecteren. Anna Franziska vertolkt het meisje Edith. Ik ben Anton, de luitenant die haar uit medelijden bezoekt en blijft bezoeken. Met noodlottige gevolgen. We spelen met bloemen en een kartonnen zwaard op een vierkante speelvloer. Daaromheen zit het publiek. Alle aanwezigen hebben dus een plaatsje op de eerste rij en kijken aldoor naar ons én naar elkaar. Onze personages spreken Engels, behalve in één scène: daarin spreekt Edith de luitenant in het Duits aan, een taal die 'onze' Anton niet begrijpt. Daardoor krijgt zij - die het slachtoffer is van zijn medelijden - even macht over hem. Mevrouw Jäger, u blijkt al even gefascineerd door het spel tussen vorm en inhoud als uw moeder, choreografe Anne Teresa De Keersmaeker. Jäger: Een van mijn grote inspiratiebronnen is de fotografie, zoals het werk van de Duitser Wolfgang Tillmans. Foto's kadreren de werkelijkheid op een schijnbaar objectieve manier maar geven er telkens een poëtische gloed aan. Dat willen Nathan en ik op onze manier doen. As a Matter of Fiction biedt een poëtisch perspectief op empathie, op het gebruik en het misbruik ervan. Het is zinvol om bij die tegenstelling stil te staan, en bij de literaire kracht waarmee Zweig ze heeft benaderd.