Volwaardige leden zijn wel degelijk belangrijk, zo klonk het meermaals op een voorzittersdebat rond de resultaten van onderzoek van de UGent naar de partijen en hun leden. Dat meldt persagentschap Belga. Uit dat onderzoek, waarvan de resultaten door professor Bram Wauters werden gebundeld in het boek 'Wie is nog van de partij?', bleek onder meer dat veruit de meeste leden van Vlaamse partijen geen graten zien in meer invloed voor niet-leden. Een kleinere groep, maar nog steeds een meerderheid, wil niet-leden zelfs hun zeg laten doen bij de vorming van de kieslijsten (lees meer).

Rekruteringsmachine

Bart De Wever (N-VA) formuleerde zijn mening zo: 'Ik ben geen romanticus, ik denk dat partijen in essentie rekruteringsmachines zijn die zichzelf willen versterken en hun basis willen verbreden'. Een bepaalde 'kritische massa' aan leden is immers nodig om voldoende talentvol personeel te hebben om lijsten vol te krijgen en mandaten op te nemen. 'Mensen die een aandeel kopen in je partij hebben een voorrecht', vervolgde De Wever. 'Je kan externe sprekers vragen of ad hoc samenwerken, dat doen we volop. Maar niet-leden mogen niet komen als ik congres houd. Ik zou niet weten waarom.'

Belga
© Belga

De N-VA-topman noemde het ook een illusie dat partijen even transparant en democratisch moeten zijn als de democratie zelf.

Andere voorzitters sloegen een meer open toon aan, maar zijn evenmin geneigd niet-leden op gelijke voet te zetten als leden. CD&V-voorzitter Wouter Beke benadrukte dat de 'Innesto'-vernieuwing binnen zijn partij door evenveel niet-leden als leden werd vormgegeven, maar dat op congressen enkel plaats is voor die laatsten. 'Finaal heb je toch graag dat je ze over de brug haalt en lid maakt.'

En ook Meyrem Almaci gaf aan dat Groen al heel lang 'ramen en deuren heeft opengegooid', maar dat het uiteindelijk wel enkel de leden zijn die stemmen bij voorzittersverkiezingen of over programmastandpunten.

Open VLD-collega Gwendolyn Rutten en SP.A-fractieleider Joris Vandenbroucke hielden net als Almaci een vurig pleidooi voor verrijking via het betrekken van buitenstaanders, maar braken tot slot evenmin een lans voor een volledig gelijke behandeling van leden en niet-leden.

Burgerinitiatieven

Rutten vond de uitspraak door De Wever van partijen als rekruteringsmachines getuigen van een 'erg cynische kijk'. Zij gelooft naar eigen zeggen wel volop in experimenten zoals burgerkabinetten, burgerbegrotingen en initiatieven zoals de G1000, waarbij tot ver buiten de eigen partij bevraagd wordt.

De Wever vindt echter dat partijen zelfvertrouwen moeten durven hebben. 'Ik moet niet weten wat een G1000 vindt. Wij bieden standpunten aan en als mensen die aantrekkelijk vinden, kunnen ze vragen stellen of bijkomende ideeën aanreiken. Maar we gaan de wereld toch niet op zijn kop zetten en als politici zeggen: "we weten het niet meer, we gaan het telkens weer komen vragen"? Dan kan je evengoed gewoon ontslag nemen.'

Volwaardige leden zijn wel degelijk belangrijk, zo klonk het meermaals op een voorzittersdebat rond de resultaten van onderzoek van de UGent naar de partijen en hun leden. Dat meldt persagentschap Belga. Uit dat onderzoek, waarvan de resultaten door professor Bram Wauters werden gebundeld in het boek 'Wie is nog van de partij?', bleek onder meer dat veruit de meeste leden van Vlaamse partijen geen graten zien in meer invloed voor niet-leden. Een kleinere groep, maar nog steeds een meerderheid, wil niet-leden zelfs hun zeg laten doen bij de vorming van de kieslijsten (lees meer).Bart De Wever (N-VA) formuleerde zijn mening zo: 'Ik ben geen romanticus, ik denk dat partijen in essentie rekruteringsmachines zijn die zichzelf willen versterken en hun basis willen verbreden'. Een bepaalde 'kritische massa' aan leden is immers nodig om voldoende talentvol personeel te hebben om lijsten vol te krijgen en mandaten op te nemen. 'Mensen die een aandeel kopen in je partij hebben een voorrecht', vervolgde De Wever. 'Je kan externe sprekers vragen of ad hoc samenwerken, dat doen we volop. Maar niet-leden mogen niet komen als ik congres houd. Ik zou niet weten waarom.' De N-VA-topman noemde het ook een illusie dat partijen even transparant en democratisch moeten zijn als de democratie zelf. Andere voorzitters sloegen een meer open toon aan, maar zijn evenmin geneigd niet-leden op gelijke voet te zetten als leden. CD&V-voorzitter Wouter Beke benadrukte dat de 'Innesto'-vernieuwing binnen zijn partij door evenveel niet-leden als leden werd vormgegeven, maar dat op congressen enkel plaats is voor die laatsten. 'Finaal heb je toch graag dat je ze over de brug haalt en lid maakt.' En ook Meyrem Almaci gaf aan dat Groen al heel lang 'ramen en deuren heeft opengegooid', maar dat het uiteindelijk wel enkel de leden zijn die stemmen bij voorzittersverkiezingen of over programmastandpunten. Open VLD-collega Gwendolyn Rutten en SP.A-fractieleider Joris Vandenbroucke hielden net als Almaci een vurig pleidooi voor verrijking via het betrekken van buitenstaanders, maar braken tot slot evenmin een lans voor een volledig gelijke behandeling van leden en niet-leden. Rutten vond de uitspraak door De Wever van partijen als rekruteringsmachines getuigen van een 'erg cynische kijk'. Zij gelooft naar eigen zeggen wel volop in experimenten zoals burgerkabinetten, burgerbegrotingen en initiatieven zoals de G1000, waarbij tot ver buiten de eigen partij bevraagd wordt. De Wever vindt echter dat partijen zelfvertrouwen moeten durven hebben. 'Ik moet niet weten wat een G1000 vindt. Wij bieden standpunten aan en als mensen die aantrekkelijk vinden, kunnen ze vragen stellen of bijkomende ideeën aanreiken. Maar we gaan de wereld toch niet op zijn kop zetten en als politici zeggen: "we weten het niet meer, we gaan het telkens weer komen vragen"? Dan kan je evengoed gewoon ontslag nemen.'