Partijhoofdkwartieren hebben enorm veel in de pap te brokken in de Belgische politiek. Ze vormen samen regeringen, hebben grote invloed op het programma ervan, beslissen wie minister wordt, sturen het stemgedrag van hun parlementsleden, bepalen wie een verkiesbare plaats krijg, benoemen topmensen in de administratie en ga zo maar door.

Of de partijtop zich daarbij veel laat sturen door de basis? De leden zelf denken alvast van wel. Wauters en co besluiten dat leden hun eigen invloed relatief hoog inschatten. Bij Groen leeft dat gevoel het sterkst, de leden van CD&V achten hun eigen invloed het kleinst. Leden van alle bevraagde partijen - N-VA, CD&V, Open Vld, sp.a en Groen - zouden hun invloed trouwens liefst nog zien groeien.

Opvallend is dat 86 procent van de leden - over de partijgrenzen heen - gerust ook meer invloed wil voor niet-leden. Dit keer staan de leden van Groen daar het minst voor te springen. Het lijkt er dus op dat zij menen dat ze veel inspraak hebben en die niet graag uit handen geven. Voor Open Vld-leden hoeft er dan weer nauwelijks een verschil te zijn in invloed tussen leden en niet-leden.

Worden de vragen concreter, dan valt die inschikkelijkheid in alle partijen wel wat terug. Toch noemt nog steeds een meerderheid van de leden het 'zeer wenselijk' (16%) of minstens 'tamelijk wenselijk' (37%) dat niet-leden invloed krijgen bij het aanduiden van de lijsttrekker. Een mogelijkheid die bijvoorbeeld al bestaat bij sommige partijen in Italië en Frankrijk.

Wauters en zijn collega's stelden tot slot vast dat actieve leden niet per definitie negatiever staan ten opzichte van inspraak voor niet-leden, integendeel. Voorts blijken oudere leden positiever over inspraak voor niet-leden, terwijl hoogopgeleide leden er net minder voor open staan dan hun lager opgeleide partijgenoten

Partijhoofdkwartieren hebben enorm veel in de pap te brokken in de Belgische politiek. Ze vormen samen regeringen, hebben grote invloed op het programma ervan, beslissen wie minister wordt, sturen het stemgedrag van hun parlementsleden, bepalen wie een verkiesbare plaats krijg, benoemen topmensen in de administratie en ga zo maar door. Of de partijtop zich daarbij veel laat sturen door de basis? De leden zelf denken alvast van wel. Wauters en co besluiten dat leden hun eigen invloed relatief hoog inschatten. Bij Groen leeft dat gevoel het sterkst, de leden van CD&V achten hun eigen invloed het kleinst. Leden van alle bevraagde partijen - N-VA, CD&V, Open Vld, sp.a en Groen - zouden hun invloed trouwens liefst nog zien groeien. Opvallend is dat 86 procent van de leden - over de partijgrenzen heen - gerust ook meer invloed wil voor niet-leden. Dit keer staan de leden van Groen daar het minst voor te springen. Het lijkt er dus op dat zij menen dat ze veel inspraak hebben en die niet graag uit handen geven. Voor Open Vld-leden hoeft er dan weer nauwelijks een verschil te zijn in invloed tussen leden en niet-leden. Worden de vragen concreter, dan valt die inschikkelijkheid in alle partijen wel wat terug. Toch noemt nog steeds een meerderheid van de leden het 'zeer wenselijk' (16%) of minstens 'tamelijk wenselijk' (37%) dat niet-leden invloed krijgen bij het aanduiden van de lijsttrekker. Een mogelijkheid die bijvoorbeeld al bestaat bij sommige partijen in Italië en Frankrijk. Wauters en zijn collega's stelden tot slot vast dat actieve leden niet per definitie negatiever staan ten opzichte van inspraak voor niet-leden, integendeel. Voorts blijken oudere leden positiever over inspraak voor niet-leden, terwijl hoogopgeleide leden er net minder voor open staan dan hun lager opgeleide partijgenoten