Het is duidelijk dat het model van de massapartij vandaag niet (meer) opgaat: daarvoor is het aantal leden, hun diversiteit, hun activiteitsgraad, hun loyaliteit en hun ideologische standvastigheid te klein. In de plaats daarvan is een ander soort partijtype ontstaan (de zogenaamde cartel party), waardoor partijen ideologisch dichter bij elkaar komen te staan, kiezers belangrijker worden dan partijleden en de staat voorziet in overheidsfinanciering voor partijen, waardoor leden minder relevant worden. Dat wil evenwel niet zeggen dat in dit model van partijorganisatie partijleden overbodig zijn, noch dat ze dat noodzakelijkerwijs in de toekomst zullen worden.

Door de professionalisering van partijen zijn hun standpunten meer dan vroeger gebaseerd op statistieken en hard cijfermateriaal

Een aantal verbindingsfuncties tussen beleid en bevolking die partijleden traditioneel vervulden staan wel onder druk. Voor het informeren, socialiseren en mobiliseren van kiezers zijn er tegenwoordig heel wat alternatieven voorhanden. Die worden door de media aangereikt, en door sociale media in het bijzonder. Anders dan via face to face-contacten kan zo ineens een grote massa aan kiezers bereikt worden. Dat maakt dat het ledenaantal niet noodzakelijk een goede voorspeller van de verkiezingsuitslag hoeft te zijn. N-VA was bij de jongste verkiezingen veruit de grootste partij in stemmen, maar heeft ondanks een recente toename niet de meeste leden in Vlaanderen. En een partij als Lijst Dedecker (LDD) haalde enkele jaren geleden erg mooie electorale resultaten ondanks een zeer beperkte ledenbasis. Ook wat betreft de vormgeving van beleid zijn er kapers op de kust: door de professionalisering van partijen zijn hun standpunten meer dan vroeger gebaseerd op statistieken en hard cijfermateriaal (o.m. via opiniepeilingen), zowel wat de keuzes van standpunten als de uitwerking ervan betreft.

Partijen zullen verder evolueren naar netwerkorganisaties met ad-hocbetrokkenheid van heel wat buitenstaanders

Een partij heeft zo geen partijleden meer nodig om te weten wat er in de samenleving leeft en om na te gaan welke voorstellen al dan niet zullen werken. Eigenlijk zijn er enkel voor de rekrutering van potentiële kandidaten voor partijfuncties of voor een vertegenwoordigend mandaat in gemeenteraad of parlement niet meteen alternatieven voorhanden. Een partij die geen of weinig leden heeft, heeft het moeilijk om bij verkiezingen (volledige) lijsten in te dienen. Dat geldt bij uitstek voor lokale verkiezingen, waar partijen met weinig (LDD in Vlaanderen) of geen (PVV in Nederland) leden er maar zeer moeilijk in slagen om in alle gemeenten van het land waardevolle kandidaten te vinden. Ook voor nationale of regionale verkiezingen is dat niet altijd eenvoudig. Een partij die een ruime ledenbasis heeft, heeft meer potentiële kandidaten, kan strengere eisen stellen aan aspirant-kandidaten en weet door eerdere samenwerkingen in de partij welk vlees men in de kuip heeft. Niettemin loeren hier ook alternatieven om de hoek. Denk maar aan de recente plannen om 'onafhankelijken' of mensen die hun strepen in burgerbewegingen verdiend hebben op de kandidatenlijsten te plaatsen.

Partijleden zullen dus naar alle waarschijnlijkheid ook in de toekomst (een kleiner) deel blijven uitmaken van de politieke partijen in Vlaanderen. Maar die vorm van verbondenheid aan een partij zal steeds meer met lossere en dynamischere banden tussen burgers en partijen worden aangevuld. Op die manier zullen 'partijen met verschillende snelheden' ontstaan, om de terminologie van Susan Scarrow te gebruiken. Dat houdt in dat er ver- schillende vormen van affiliatie met de partij zijn, en dat partijlidmaatschap daar maar één van is. Daarnaast zijn er burgers zonder formeel lidmaatschap die ideeën aanleveren op programmacongressen, die boodschappen op Twitter liken, die partijfolders uitdelen, die programmapunten rechtstreeks bediscussiëren met partijleiders enzovoort.

Wie is nog van de partij?, acco
Wie is nog van de partij? © acco

We zagen dat Vlaamse partijen momenteel schuchtere pogingen ondernemen om met die nieuwe vormen van betrokkenheid te experimenteren. Onder meer de vernieuwingsoperaties 'Jij maakt morgen' van sp.a, de Innesto-operatie van CD&V en het recente programmacongres van Open Vld probeerden op die manier buitenstaanders bij de partij te betrekken. Het ligt in de lijn der verwachtingen dat die lijn verder zal doorgetrokken worden want ook de technologie zal dat soort betrokkenheid in de toekomst verder faciliteren. Die evolutie houdt tegelijk ook gevaren in voor de partij als ledenorganisatie. Immers, wanneer niet-leden ook bepaalde rechten in de partij krijgen, dan rijst de vraag waarom iemand nog lid van een politieke partij zou worden. Nochtans blijkt uit onze analyses dat de huidige partijleden daar relatief weinig problemen over maken, en inspraak voor de basis (of die nu toekomt aan mensen met of zonder lidkaart) in het algemeen toejuichen. Afwachten of dit zo blijft als die (formele) inspraak ook concreter wordt gemaakt.

Het ziet er dus naar uit dat partijen verder zullen evolueren naar netwerkorganisaties met ad-hocbetrokkenheid van heel wat buitenstaanders, maar waar ook plaats blijft voor een harde en kleine kern partijleden die deelneemt aan het gros van de activiteiten van de partij, en waaruit die partij kan putten om haar kandidatenlijsten met degelijke en betrouwbare kandidaten te vullen.

Het is duidelijk dat het model van de massapartij vandaag niet (meer) opgaat: daarvoor is het aantal leden, hun diversiteit, hun activiteitsgraad, hun loyaliteit en hun ideologische standvastigheid te klein. In de plaats daarvan is een ander soort partijtype ontstaan (de zogenaamde cartel party), waardoor partijen ideologisch dichter bij elkaar komen te staan, kiezers belangrijker worden dan partijleden en de staat voorziet in overheidsfinanciering voor partijen, waardoor leden minder relevant worden. Dat wil evenwel niet zeggen dat in dit model van partijorganisatie partijleden overbodig zijn, noch dat ze dat noodzakelijkerwijs in de toekomst zullen worden. Een aantal verbindingsfuncties tussen beleid en bevolking die partijleden traditioneel vervulden staan wel onder druk. Voor het informeren, socialiseren en mobiliseren van kiezers zijn er tegenwoordig heel wat alternatieven voorhanden. Die worden door de media aangereikt, en door sociale media in het bijzonder. Anders dan via face to face-contacten kan zo ineens een grote massa aan kiezers bereikt worden. Dat maakt dat het ledenaantal niet noodzakelijk een goede voorspeller van de verkiezingsuitslag hoeft te zijn. N-VA was bij de jongste verkiezingen veruit de grootste partij in stemmen, maar heeft ondanks een recente toename niet de meeste leden in Vlaanderen. En een partij als Lijst Dedecker (LDD) haalde enkele jaren geleden erg mooie electorale resultaten ondanks een zeer beperkte ledenbasis. Ook wat betreft de vormgeving van beleid zijn er kapers op de kust: door de professionalisering van partijen zijn hun standpunten meer dan vroeger gebaseerd op statistieken en hard cijfermateriaal (o.m. via opiniepeilingen), zowel wat de keuzes van standpunten als de uitwerking ervan betreft. Een partij heeft zo geen partijleden meer nodig om te weten wat er in de samenleving leeft en om na te gaan welke voorstellen al dan niet zullen werken. Eigenlijk zijn er enkel voor de rekrutering van potentiële kandidaten voor partijfuncties of voor een vertegenwoordigend mandaat in gemeenteraad of parlement niet meteen alternatieven voorhanden. Een partij die geen of weinig leden heeft, heeft het moeilijk om bij verkiezingen (volledige) lijsten in te dienen. Dat geldt bij uitstek voor lokale verkiezingen, waar partijen met weinig (LDD in Vlaanderen) of geen (PVV in Nederland) leden er maar zeer moeilijk in slagen om in alle gemeenten van het land waardevolle kandidaten te vinden. Ook voor nationale of regionale verkiezingen is dat niet altijd eenvoudig. Een partij die een ruime ledenbasis heeft, heeft meer potentiële kandidaten, kan strengere eisen stellen aan aspirant-kandidaten en weet door eerdere samenwerkingen in de partij welk vlees men in de kuip heeft. Niettemin loeren hier ook alternatieven om de hoek. Denk maar aan de recente plannen om 'onafhankelijken' of mensen die hun strepen in burgerbewegingen verdiend hebben op de kandidatenlijsten te plaatsen. Partijleden zullen dus naar alle waarschijnlijkheid ook in de toekomst (een kleiner) deel blijven uitmaken van de politieke partijen in Vlaanderen. Maar die vorm van verbondenheid aan een partij zal steeds meer met lossere en dynamischere banden tussen burgers en partijen worden aangevuld. Op die manier zullen 'partijen met verschillende snelheden' ontstaan, om de terminologie van Susan Scarrow te gebruiken. Dat houdt in dat er ver- schillende vormen van affiliatie met de partij zijn, en dat partijlidmaatschap daar maar één van is. Daarnaast zijn er burgers zonder formeel lidmaatschap die ideeën aanleveren op programmacongressen, die boodschappen op Twitter liken, die partijfolders uitdelen, die programmapunten rechtstreeks bediscussiëren met partijleiders enzovoort. We zagen dat Vlaamse partijen momenteel schuchtere pogingen ondernemen om met die nieuwe vormen van betrokkenheid te experimenteren. Onder meer de vernieuwingsoperaties 'Jij maakt morgen' van sp.a, de Innesto-operatie van CD&V en het recente programmacongres van Open Vld probeerden op die manier buitenstaanders bij de partij te betrekken. Het ligt in de lijn der verwachtingen dat die lijn verder zal doorgetrokken worden want ook de technologie zal dat soort betrokkenheid in de toekomst verder faciliteren. Die evolutie houdt tegelijk ook gevaren in voor de partij als ledenorganisatie. Immers, wanneer niet-leden ook bepaalde rechten in de partij krijgen, dan rijst de vraag waarom iemand nog lid van een politieke partij zou worden. Nochtans blijkt uit onze analyses dat de huidige partijleden daar relatief weinig problemen over maken, en inspraak voor de basis (of die nu toekomt aan mensen met of zonder lidkaart) in het algemeen toejuichen. Afwachten of dit zo blijft als die (formele) inspraak ook concreter wordt gemaakt. Het ziet er dus naar uit dat partijen verder zullen evolueren naar netwerkorganisaties met ad-hocbetrokkenheid van heel wat buitenstaanders, maar waar ook plaats blijft voor een harde en kleine kern partijleden die deelneemt aan het gros van de activiteiten van de partij, en waaruit die partij kan putten om haar kandidatenlijsten met degelijke en betrouwbare kandidaten te vullen.