Er is een daling in vier van de vijf provincies, enkel in West-Vlaanderen blijft de index ongewijzigd. In Antwerpen ligt de kansarmoede-index met 17,5 procent het hoogst, in Vlaams-Brabant (8,2 pct) het laagst. De provincies Oost- en West-Vlaanderen kennen een even hoge kansarmoede-index (12,9 pct). Limburg komt uit op 14,1 procent, aldus het jaarlijks rapport.

De daling van de index tegenover 2019 doet zich zowel voor bij kinderen met een moeder van Belgische origine, als bij kinderen met een moeder van niet-Belgische origine. Het aandeel kinderen met een moeder van niet-Belgische origine dat in kansarmoede opgroeit, ligt wel nog steeds veel hoger: 32,4 procent tegen 5,7 procent.

Kansarmoede heeft bij meer dan 8 op de 10 kinderen in kansarmoede te maken met een beperkt inkomen en met een laag opleidingsniveau van de ouders. Zowat 78 procent van de kinderen heeft ouders die werkloos zijn of een precaire arbeidssituatie kennen. Meer dan de helft (56,5 pct) van de kinderen in kansarmoede heeft een gebrekkige huisvesting. Gezondheidsproblemen en een laag stimulatieniveau komen minder vaak voor, luidt het.

Cruciale eerste duizend dagen

'De cijfers suggereren voorzichtig dat kansarmoede niet langer stijgt op Vlaams niveau en dat de situatie van jonge gezinnen op diverse levensdomeinen iets beter is dan enkele jaren geleden. Het blijft belangrijk om dit de volgende jaren te blijven monitoren via de registraties door de lokale teams van Kind en Gezin.

Maar een kansarmoede-index van bijna 14 procent blijft hoog. Het betekent dat in heel Vlaanderen 1 op 7 gezinnen met kinderen jonger dan 3 jaar opgroeit in kansarmoede. Net die eerste 1.000 dagen zijn cruciaal voor het verdere leven van elk kind', aldus het agentschap Opgroeien.

Er is een daling in vier van de vijf provincies, enkel in West-Vlaanderen blijft de index ongewijzigd. In Antwerpen ligt de kansarmoede-index met 17,5 procent het hoogst, in Vlaams-Brabant (8,2 pct) het laagst. De provincies Oost- en West-Vlaanderen kennen een even hoge kansarmoede-index (12,9 pct). Limburg komt uit op 14,1 procent, aldus het jaarlijks rapport. De daling van de index tegenover 2019 doet zich zowel voor bij kinderen met een moeder van Belgische origine, als bij kinderen met een moeder van niet-Belgische origine. Het aandeel kinderen met een moeder van niet-Belgische origine dat in kansarmoede opgroeit, ligt wel nog steeds veel hoger: 32,4 procent tegen 5,7 procent. Kansarmoede heeft bij meer dan 8 op de 10 kinderen in kansarmoede te maken met een beperkt inkomen en met een laag opleidingsniveau van de ouders. Zowat 78 procent van de kinderen heeft ouders die werkloos zijn of een precaire arbeidssituatie kennen. Meer dan de helft (56,5 pct) van de kinderen in kansarmoede heeft een gebrekkige huisvesting. Gezondheidsproblemen en een laag stimulatieniveau komen minder vaak voor, luidt het. 'De cijfers suggereren voorzichtig dat kansarmoede niet langer stijgt op Vlaams niveau en dat de situatie van jonge gezinnen op diverse levensdomeinen iets beter is dan enkele jaren geleden. Het blijft belangrijk om dit de volgende jaren te blijven monitoren via de registraties door de lokale teams van Kind en Gezin. Maar een kansarmoede-index van bijna 14 procent blijft hoog. Het betekent dat in heel Vlaanderen 1 op 7 gezinnen met kinderen jonger dan 3 jaar opgroeit in kansarmoede. Net die eerste 1.000 dagen zijn cruciaal voor het verdere leven van elk kind', aldus het agentschap Opgroeien.