De cultuurstrijd is ingezet. Ons culturele verleden wordt gecanoniseerd en moet de toekomst van Vlaanderen dienen. Minister van cultuur Jan Jambon maakt duidelijke keuzes: voor de grote instellingen, voor erfgoed, voor bakstenen en maakt komaf met de humus van kunst en cultuur: innovatie in de kunsten, sociaal-cultureel werk, participatie, cultuureducatie.

Cultuur moet besparen, maar dat is niet voor het eerst. De sector krijgt deze besparingsoperatie voor een tweede keer op het bord. In 2014 werd generiek 5 procent bespaard, nu 6 procent. Uitzondering wordt gemaakt voor de zeven Vlaamse kunstinstellingen, de 'grote instellingen' die maar 3 procent moet ophoesten en voor VAF en Literatuur Vlaanderen. Voor die laatste komt er geld bij, maar dat extra is bijlange niet zoveel als Jambon laat uitschijnen. Trek de besparing van 3 procent en de niet-indexering van de werkingsmiddelen van die extra middelen af, en het plaatje oogt weinig rooskleurig. Voorts zal er geld worden opzijgezet voor een Vlaamse canon, een museum voor de Vlaamse cultuur én voor 'culturele ambassadeurs' (die zijn hiermee dus terug sinds de regering Van den Brande) zoals de privé-collectioneurs Fernand Huts en Axel Vervoordt, die Vlaanderen in het buitenland moeten uitdragen.

In die keuzes zit een agenda, maar ook een systeemfout.

De agenda is duidelijk: kunst en cultuur van het verleden zijn de vehikels voor het definiëren en vastleggen van de Vlaamse identiteit. Gedeelde cultuur vanuit een gedeeld verleden moet de Vlaamse natievorming gestalte geven, de geesten doen rijpen en vervolgens de harten winnen voor Vlaamse onafhankelijkheid.

Maar niet alle kunst en cultuur. Enkel het glorieuze deel, de gecanoniseerde kunst en cultuur, wie dood is en wie vandaag excelleert in de grote huizen komen in aanmerking. Innovatie, nogal een tegendraads experiment, maar ook het bruisende verenigingsleven van Vlaanderen, dat lust Jambon niet. De cultuur van het verleden moet dus de toekomst, de Vlaamse natievorming gestalte geven.

In de cultuurbesparingen van Jambon zit een agenda, maar ook een systeemfout.

Hier zit de systeemfout in het denken van Jambon. Hij is ervan overtuigd dat onze Vlaamse kunst en cultuur enkel zal excelleren door in de top te investeren. Het culturele veld is echter een fijnmazige piramide met eigen dynamiek waarin alle actoren hun rol spelen om kunst en cultuur bottom up te creëren, te spreiden, door te geven. Vernieuwing gebeurt aan de basis, via projectsubsidies (min 5 miljoen), werkingsbeurzen voor kunstenaars, ontwikkeld in werkplaatsen en onder andere sociaal-artistiek werk. Die innovatie wordt opgepikt door kunstorganisaties en de Kunstinstellingen en sijpelt door naar de amateurkunsten, het sociaal-culturele werk (min 4,2 miljoen).

Organisaties die inzetten op participatie en kunsteducatief werk zorgen ervoor dat het publiek naar cultuur wordt geleid. Dezelfde innovaties sijpelen ook door naar breed toegankelijke cultuur, zoals musicals en andere producties van pakweg Studio100, maar ook naar televisiefictie en film. Zonder de innovaties van visionaire kunstenaars haalt ook de populaire cultuur zijn huidige niveau niet.

Middelen weghalen aan de basis van die piramide betekent dat op korte termijn de top wordt drooggelegd. Je hebt het allemaal nodig, zonder de humus geen excellentie. Het ecosysteem is broos maar door zijn fijnmazigheid ook sterk, het levert het kader voor het excellente niveau waar we staan vandaag. Innovatie is per definitie trial and error, maar dat zaaigeld is vitaal. Diezelfde systeemfout maakt de Vlaamse regering trouwens inzake onderzoek en ontwikkeling. Jambon wil van Vlaanderen een topregio inzake innovatie maken, maar enkel toegepast onderzoek is van tel. De Vlaamse regering gelooft niet in het belang van fundamenteel onderzoek, nochtans evenzeer vitaal voor innovatie.

De gaten die geslagen worden aan de basis waar vernieuwing gebeurt, gaan deze dynamiek breken. Zo pleegt de Vlaamse regering een regelrechte aanslag op een kleine, maar vitale sector. Jambon dwingt het veld in een schisma tussen de top die gekoesterd wordt en al de rest die afgestoten wordt, maar wel de toekomstige Vlaamse meesters moeten en zullen leveren. De duidelijke keuzes zijn in die zin ook een afrekening met een sector die durft dwars te liggen. Een cultuurstrijd wordt gevoerd op kap van jonge kunststudenten, beginnende kunstenaars én de honderdduizenden vrijwilligers en amateurkunstenaars die Vlaanderen rijk is.

Een cultuurstrijd wordt gevoerd op kap van jonge kunststudenten, beginnende kunstenaars én de honderdduizenden vrijwilligers en amateurkunstenaars die Vlaanderen rijk is.

De gevolgen gaan we snel zien, wanneer nu een generatie talent geen kansen meer krijgt. Het worden zeer barre tijden voor wie momenteel in de kunsthumaniora of kunsthogeschool droomt van een eerste eigen productie, voor de honderdenduizenden Vlamingen die in een harmonie, lokale toneelkring of één van de duizenden sociaal-culturele verenigingen zich vrijwillig inzetten, voor de Vlamingen die de kwaliteit van onze kunst en cultuur die we vandaag kennen, vanzelfsprekend zijn gaan vinden, een kwaliteit die niet alleen in de kleine kunstorganisaties tot grote instellingen terug te vinden is, maar die ook doorvloeit naar wat we op televisie, in de filmzaal én in zalen van Studio 100 te zien krijgen.

Die dynamiek droogleggen ten voordele van een poging tot canonisering van ons culturele verleden en de kroonjuwelen, is dodelijk voor de sector en ook niet-efficient voor de eigen agenda, namelijk de geesten te laten rijpen voor de Vlaamse onafhankelijkheid. En dit gebeurt allemaal met goedkeuring van de twee meerderheidspartners van N-VA. Zij hebben de pen vastgehouden en de coalitiepartners Open VLD en CD&V hadden geen Tipex of moed om bij te sturen.