En toen bevond ik mij, samen met mijn moeder, op een industrieterrein in Puurs. Het was zondagmiddag, matineetijd: buiten scheen een herfstzonnetje, binnen in het Pop-Up Theater van Studio 100 rook het naar bitterballen. Dat theater deed nog het meeste denken aan een fabriekshal, waar de heren Gert Verhulst en Hans Bourlon na de dernière van hun spektakelmusical misschien nog wel een cent voor zullen kunnen krijgen in Oost-Europa.
...

En toen bevond ik mij, samen met mijn moeder, op een industrieterrein in Puurs. Het was zondagmiddag, matineetijd: buiten scheen een herfstzonnetje, binnen in het Pop-Up Theater van Studio 100 rook het naar bitterballen. Dat theater deed nog het meeste denken aan een fabriekshal, waar de heren Gert Verhulst en Hans Bourlon na de dernière van hun spektakelmusical misschien nog wel een cent voor zullen kunnen krijgen in Oost-Europa. Maar zo mistroostig de locatie, zo indrukwekkend was '40-'45. Nadat Dirk Draulans er enthousiast over had verteld in de bedrijfskantine wilde ik er ook wel heen. En zo'n immense hal heeft dus inderdaad ook voordelen: bij elke scène kan er een nieuw decor naar binnen worden gereden, bijvoorbeeld. Zoals het bij een musical hoort, loopt er altijd wel ergens een troep figuranten rond die indien nodig kan beginnen mee te zingen, maar door die almaar wisselende decors heeft het publiek meer het gevoel naar een film te kijken dan naar een theatervoorstelling. Het meest indrukwekkend is wel het verhaal. Dat is doodserieus. Jelle Cleymans en Jonas Van Geel spelen Staf en Louis Seghers, twee broers tijdens de Tweede Wereldoorlog. Staf collaboreert met de Duitsers, Louis gaat uiteindelijk het verzet in. Met een van de twee - drie keer raden - loopt het slecht af. In een scène waarin Staf Declercq van het VNV het Antwerpse Sportpaleis toespreekt, heeft hij het over 'hardwerkende Vlamingen' tegenover Joden die zich maar niet willen integreren. Moeilijk om daar geen vingerwijzing naar vandaag in te zien. Ik was daar nogal door verrast. Ik hoor al mijn hele leven pleidooien voor cultuursubsidies, met als doembeeld wat voor schraal, commercieel theater er zou overblijven als alleen publiekscijfers ertoe zouden doen. Commerciëler dan '40-'45 kan niet: de eerste 250.000 tickets die verkocht werden, dekten alleen nog maar de vaste kosten. Studio 100 hoopt in ieder geval beter te doen dan met de musical '14-'18 en wil zeker meer dan 340.000 tickets verkopen. Wat is het resultaat? Een sterk, sober verhaal zonder pathetiek of zeemzoeterigheid dat de wereldoorlog nog eens in herinnering brengt. Er zijn, natuurlijk, genoeg opmerkingen te maken: Herbert Flack speelt mee, de muziek wordt niet live opgevoerd en - vooral - de liedteksten zijn van een soms pijnlijke middelmatigheid. Als '40-'45 zijn ambities werkelijk zou waarmaken, kwamen er minstens twee hits uit voort. Het was misschien kiezen tussen een fatsoenlijke tekstschrijver en een denderende trein door de zaal.