Tine Nys kreeg op 27 april 2010 euthanasie op basis van psychisch lijden. De huisarts verklaarde maandagvoormiddag al dat hij een minimale kennis had over de euthanasiewetgeving, maar in het verdere verhoor bleek dat hij zijn rol volledig verkeerd inschatte. 'Mijn onafhankelijkheid werd bevestigd door de collega's en ik vertrouwde daarop. Het was de persoonlijke wens van Tine Nys dat ik mijn advies zou geven. Ik wou een grondig en goed gesprek met Tine, met de kans om haar euthanasie eventueel in tijd uit te stellen. Als die voorwaarde was voldaan, dan zou dat waarschijnlijk een positief advies geweest zijn, maar die voorwaarde is niet vervuld geweest', verklaarde de huisarts.

'Ik was in de vaste veronderstelling dat je een aanvraag moest sturen naar de euthanasiecommissie, en dat je pas na een goedkeuring de euthanasie mocht uitvoeren. Ik dacht dat mijn papiertje voor de euthanasiecommissie was', zei de huisdokter. 'Ik sta achter haar beslissing als arts en goede vriend van mijn patiënte maar betreur toch haar beslissing', stond op het briefje, maar hij besefte niet dat hij daarmee de geraadpleegde arts volgens de wet werd. 'Het was een gewoon geschreven briefje. Ik dacht dat het nodig was voor een administratieve aanvraag bij de euthanasiecommissie. (Naam van de uitvoerende arts, nvdr.) kwam het halen op mijn kabinet (..) Ik wist niet dat de euthanasie die dag zou gebeuren. Ik viel van mijn stoel toen ik de doodsbrief binnenkreeg.'

Tine Nys kreeg op 27 april 2010 euthanasie op basis van psychisch lijden. De huisarts verklaarde maandagvoormiddag al dat hij een minimale kennis had over de euthanasiewetgeving, maar in het verdere verhoor bleek dat hij zijn rol volledig verkeerd inschatte. 'Mijn onafhankelijkheid werd bevestigd door de collega's en ik vertrouwde daarop. Het was de persoonlijke wens van Tine Nys dat ik mijn advies zou geven. Ik wou een grondig en goed gesprek met Tine, met de kans om haar euthanasie eventueel in tijd uit te stellen. Als die voorwaarde was voldaan, dan zou dat waarschijnlijk een positief advies geweest zijn, maar die voorwaarde is niet vervuld geweest', verklaarde de huisarts. 'Ik was in de vaste veronderstelling dat je een aanvraag moest sturen naar de euthanasiecommissie, en dat je pas na een goedkeuring de euthanasie mocht uitvoeren. Ik dacht dat mijn papiertje voor de euthanasiecommissie was', zei de huisdokter. 'Ik sta achter haar beslissing als arts en goede vriend van mijn patiënte maar betreur toch haar beslissing', stond op het briefje, maar hij besefte niet dat hij daarmee de geraadpleegde arts volgens de wet werd. 'Het was een gewoon geschreven briefje. Ik dacht dat het nodig was voor een administratieve aanvraag bij de euthanasiecommissie. (Naam van de uitvoerende arts, nvdr.) kwam het halen op mijn kabinet (..) Ik wist niet dat de euthanasie die dag zou gebeuren. Ik viel van mijn stoel toen ik de doodsbrief binnenkreeg.'