Na 10 maanden corona-crisis is de bandbreedte van het debat smaller dan ooit. Discussies en opinies blijven meer dan ooit steken in politiek-ideologische kaders die in essentie moralistisch en paternalistisch zijn en waarin het doel (het vrijwaren van de zorg) sowieso de middelen heiligt. Individualiteit en egoïsme worden lijnrecht tegenover zorg en solidariteit geplaatst, en fake news en populisme tegenover wetenschap en expertise. Eén variant daarop is de framing van zogenaamde 'vaccintwijfelaars', die recent zijn weggezet als ofwel irrationeel ofwel 'free riders'. Beide oordelen gaan enkel op binnen de contouren van het dominante denken, waarin het collectieve goed waar ook vaccin-weigeraars van zouden profiteren automatisch wordt gedefinieerd als een wereld waarin het virus is 'overwonnen' door wetenschap en technologie.

Voor wie uitzoomt en kijkt naar de langere termijn is het niet zo eenvoudig. Zoals eerder al gesuggereerd, kan je ook argumenteren dat het vaccin net als lockdown-maatregelen deel uitmaakt van het systeem dat de pandemie heeft veroorzaakt. 'Als we deze pandemie en haar enorme financiële, sociale, economische, psychologische en maatschappelijke impact echt willen oplossen, is meer nodig dan twee injecties en groepsimmuniteit', schreef historicus Winther Degrauwe hier eerder al. Al enkele decennia begint duidelijk te worden dat we een nieuw geologisch tijdvak zijn ingetreden, namelijk het anthropoceen, waarin de aarde als geologische, ecologische en klimatologische realiteit voorgoed door de mens is veranderd. Dit komt doorgaans in beeld via de klimaatverandering en nu ook door de ontwikkeling van zoönosen zoals Sars-Covid-2, maar andere processen zijn niet minder belangrijk. Of het nu gaat om de ontginning van fossiele brandstoffen, ontbossing, de intensifiëring van de landbouw of de reductie van biodiversiteit, steeds gaat het om de mens die een onuitwisbare voetafdruk nalaat op de planeet. De oorzaken daarvan zijn complex en divers, maar een belangrijke gemene deler is alleszins de idee dat we als mens, dank zij wetenschap en technologie, de natuur naar onze hand kunnen zetten. Discussies over de precieze historische oorsprong daarvan daargelaten, is dit tot volle ontwikkeling gekomen tijdens de negentiende eeuw, vanaf de eerste industriële revolutie. De negentiende eeuw is de eeuw waarin de moderne technologieën zijn ontstaan die de gestage uitputting en vervuiling van de aarde hebben mogelijk gemaakt. Het is ook de eeuw waarin de epidemiologie is ontstaan en de technocratische controle over het menselijke bestaan.

Hoe ver kunnen we het recht op leven en ouderdom precies drijven, en ten koste van wat?

Uiteraard kan het anthropoceen niet aan de wetenschap en de technologie op zich worden toegeschreven. De wetenschappelijke vooruitgang is verweven met een op ontginning en accumulatie gericht economisch systeem dat eveneens in de negentiende eeuw tot wasdom is gekomen. Bovendien ontbolsterden toen ook het individualisme en de idee dat individuele vrijheid een recht is, die op hun beurt met dat economische systeem verweven zijn. Het eeuwenoude concept vrijheid werd ingevuld als de afwezigheid van belemmeringen op menselijke economisch activiteit, in plaats van als het vermogen tot zelfbestuur, zoals het voordien vaak werd geconcipieerd. De uitputting van de planeet wordt met andere woorden veroorzaakt door een samengaan van wetenschappelijk-technologische en mentaal-culturele factoren, namelijk het vermogen om de natuur te exploiteren en het recht om dit te doen in dienst van de mens. En beide componenten kunnen worden teruggevoerd op de oorsprong van de Verlichting, onder meer op het denken van John Locke (1632-1704), die in 1689 schreef dat God de mens had opgedragen 'de aarde te onderwerpen' en dat eigendom een 'natuurlijk' recht is, gebaseerd op menselijke arbeid en ontginning.

De ontwikkeling van medische kennis en expertise maken deel uit van dezelfde logica. Ook het menselijke lichaam wordt aan kennis en expertise onderworpen vanuit een hang naar controle. In de negentiende eeuw werd het lichaam met het evolutionaire denken en de ontwikkeling van de biologie en de genetica meer en meer herleid tot iets louter biologisch en moleculair. Dit verliep parallel aan de strijd tegen plagen zoals cholera, dysenterie en tuberculose, die niet alleen zorgde voor de introductie van riolering en stromend water en de sanering van krottenwijken, maar ook voor de disciplinering van de arbeidende klasse, die moest worden geleerd hygiënischer te leven - en liefst ook 'op afstand' van de meer begoede groepen. In het economische denken werden arbeid en productiviteit intussen sleutelbegrippen en werd het menselijke lichaam onder invloed van de thermodynamica ten dele zelfs gereduceerd tot een energie-producerende motor aangedreven door calorieën.

Gezien dit bredere kader moeten er mijns inzien vragen gesteld worden bij de mate waarin we het na te streven collectieve goed willen laten afhangen van wetenschap en technologie, inclusief (maar zeker niet uitsluitend) vaccins. Zullen we in de toekomst opnieuw onze toevlucht moeten nemen tot strenge vrijheidsbeperkende maatregelen, in afwachting van een vaccin dat nodig zal zijn om een volgend virus tegen te houden?

Als de wetenschap en de technologie ons stuurt in de richting van maatregelen die het leven zelf een jaar on hold zetten, dan lijkt het mij tijd om na te denken over de vraag of we niet toch terug meer de grillen van de natuur moeten accepteren - of alleszins meer moeten luisteren naar de mensen die liever die keuze zouden maken.

Om te beginnen wordt naarmate de pandemie vordert duidelijk dat we er niet in slagen de natuur - in dit geval het virus - te onderwerpen. Alle grote verschillen in lockdown-maatregelen ten spijt, blijken we op langere termijn zowat overal in hetzelfde schuitje te zitten. Doet dat niet vermoeden dat de maatregelen veel minder werken dan gedacht of verhoopt? Het roept meer dan ooit de vraag op of ze de enorme nevenschade wel waard zijn. Een vraag waarover het ethisch debat voorlopig maar weinig wordt gevoerd.

De recente ontwikkeling van de mutaties van het virus laten zien dat het virus ons ook -opnieuw- te snel af kan zijn. Moeten we dan niet nadenken over de mogelijkheid dat wetenschap en technologie ook tekort kunnen schieten? In plaats van mordicus het virus te willen verslaan, zouden we daarom beter eens goed nadenken over de essentie van het menszijn en van onze verhouding tot de natuur, alsook over de rol die we wetenschap en technologie daarin wensen te geven.

Welke rechten ten opzichte van de natuur kunnen we überhaupt laten gelden? In de tweede helft van de zeventiende eeuw definieerde John Locke 'natuurlijke rechten' als 'the right to life, liberty, and property', een definitie die doorwerkt in zowat alle latere verdragen waarin het recht op leven en gezondheid worden verankerd als universeel. Artikel 3 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens stelt bijvoorbeeld dat iedereen recht heeft op 'leven, vrijheid en onschendbaarheid van zijn persoon'. Op zich valt daar uiteraard weinig tegen in te brengen, maar hoe verhoudt zich dat tot het gedwongen opleggen van lockdown-maatregelen of morele en andere druk op mensen die het vaccin liever niet nemen?

Om te beginnen gaat het bij Locke niet eens om bescherming tegen ziekte, maar wel tegen het vermogen van de vorst of de staat om als een soort God op leven en dood in te grijpen. Locke en andere verlichte filosofen streden tegen een overheid en een Kerk die als een soort autoritaire vader konden opvoeden en sanctioneren. Dit Verlichte denken zou dus juist aanleiding moeten geven tot verzet tegen de vrijheidsberovende maatregelen en dwingende strategieën (waar ik een vaccinpaspoort ook bij reken) die in sommige gevallen de integriteit van het individuele lichaam onder druk kunnen zetten. Net als toen is het overheidsingrijpen vandaag immers gebaseerd op een morele definitie van het goede die niet ter discussie kan staan. Het verschil is dat het onderscheid tussen Goed en Kwaad nu niet langer wordt gemaakt door de kerk, maar door medische experts, die zichzelf, gewild of ongewild, als enige oplossing naar voor schuiven.

Als je in deze situatie dan pleit voor dwang wanneer het gaat over lockdown-maatregelen of vaccinatie, pleit voor een maatschappelijke logica die volgens mij niet onschuldig is. Het is de logica van controle over de natuur en de ontginning van de natuur voor menselijke behoeften - de logica die ons allemaal tot free riders maakt op onze planeet. Ik wil hiermee uiteraard niet suggereren dat het virus een deel van de oplossing is voor het probleem van overbevolking en de uitputting van grondstoffen, maar vind wel dat het vanuit dit perspectief al minder duidelijk is wie er vandaag precies aan de goede kant van de geschiedenis staat. Zijn het de mensen die een zekere afstand willen bewaren ten opzichte van de wetenschap en de technologie en er niet afhankelijk van willen worden, of eerder degenen die de wetenschap en de technologie verder omarmen?

Wie is er het meest egocentrisch, degene die lockdown-maatregelen en het vaccin afwijst of degene die het recht opeist om in een virusvrije wereld te leven en daarvoor bereid is ons sociale en mentale welzijn op te offeren en onze afhankelijkheid van de farmaceutische industrie verder te doen toenemen? Gedraagt iemand die het recht opeist om niet met een virus in contact te komen ten koste van de vrijheid en het welzijn van anderen, zich niet net zo goed individualistisch - of zelfs als een soort consument, die zorg en veiligheid koopt in een woonzorgcentrum?

Hoever kunnen we het recht op leven, gezondheid en ouderdom precies drijven en ten koste van wat? Eenvoudige antwoorden zijn er uiteraard niet, en de wetenschap op afstand houden heeft ingrijpende ethische consequenties, maar het wordt hoog tijd om deze vragen te stellen en het debat te voeren over welk collectief goed precies wenselijk is.

Na 10 maanden corona-crisis is de bandbreedte van het debat smaller dan ooit. Discussies en opinies blijven meer dan ooit steken in politiek-ideologische kaders die in essentie moralistisch en paternalistisch zijn en waarin het doel (het vrijwaren van de zorg) sowieso de middelen heiligt. Individualiteit en egoïsme worden lijnrecht tegenover zorg en solidariteit geplaatst, en fake news en populisme tegenover wetenschap en expertise. Eén variant daarop is de framing van zogenaamde 'vaccintwijfelaars', die recent zijn weggezet als ofwel irrationeel ofwel 'free riders'. Beide oordelen gaan enkel op binnen de contouren van het dominante denken, waarin het collectieve goed waar ook vaccin-weigeraars van zouden profiteren automatisch wordt gedefinieerd als een wereld waarin het virus is 'overwonnen' door wetenschap en technologie. Voor wie uitzoomt en kijkt naar de langere termijn is het niet zo eenvoudig. Zoals eerder al gesuggereerd, kan je ook argumenteren dat het vaccin net als lockdown-maatregelen deel uitmaakt van het systeem dat de pandemie heeft veroorzaakt. 'Als we deze pandemie en haar enorme financiële, sociale, economische, psychologische en maatschappelijke impact echt willen oplossen, is meer nodig dan twee injecties en groepsimmuniteit', schreef historicus Winther Degrauwe hier eerder al. Al enkele decennia begint duidelijk te worden dat we een nieuw geologisch tijdvak zijn ingetreden, namelijk het anthropoceen, waarin de aarde als geologische, ecologische en klimatologische realiteit voorgoed door de mens is veranderd. Dit komt doorgaans in beeld via de klimaatverandering en nu ook door de ontwikkeling van zoönosen zoals Sars-Covid-2, maar andere processen zijn niet minder belangrijk. Of het nu gaat om de ontginning van fossiele brandstoffen, ontbossing, de intensifiëring van de landbouw of de reductie van biodiversiteit, steeds gaat het om de mens die een onuitwisbare voetafdruk nalaat op de planeet. De oorzaken daarvan zijn complex en divers, maar een belangrijke gemene deler is alleszins de idee dat we als mens, dank zij wetenschap en technologie, de natuur naar onze hand kunnen zetten. Discussies over de precieze historische oorsprong daarvan daargelaten, is dit tot volle ontwikkeling gekomen tijdens de negentiende eeuw, vanaf de eerste industriële revolutie. De negentiende eeuw is de eeuw waarin de moderne technologieën zijn ontstaan die de gestage uitputting en vervuiling van de aarde hebben mogelijk gemaakt. Het is ook de eeuw waarin de epidemiologie is ontstaan en de technocratische controle over het menselijke bestaan. Uiteraard kan het anthropoceen niet aan de wetenschap en de technologie op zich worden toegeschreven. De wetenschappelijke vooruitgang is verweven met een op ontginning en accumulatie gericht economisch systeem dat eveneens in de negentiende eeuw tot wasdom is gekomen. Bovendien ontbolsterden toen ook het individualisme en de idee dat individuele vrijheid een recht is, die op hun beurt met dat economische systeem verweven zijn. Het eeuwenoude concept vrijheid werd ingevuld als de afwezigheid van belemmeringen op menselijke economisch activiteit, in plaats van als het vermogen tot zelfbestuur, zoals het voordien vaak werd geconcipieerd. De uitputting van de planeet wordt met andere woorden veroorzaakt door een samengaan van wetenschappelijk-technologische en mentaal-culturele factoren, namelijk het vermogen om de natuur te exploiteren en het recht om dit te doen in dienst van de mens. En beide componenten kunnen worden teruggevoerd op de oorsprong van de Verlichting, onder meer op het denken van John Locke (1632-1704), die in 1689 schreef dat God de mens had opgedragen 'de aarde te onderwerpen' en dat eigendom een 'natuurlijk' recht is, gebaseerd op menselijke arbeid en ontginning. De ontwikkeling van medische kennis en expertise maken deel uit van dezelfde logica. Ook het menselijke lichaam wordt aan kennis en expertise onderworpen vanuit een hang naar controle. In de negentiende eeuw werd het lichaam met het evolutionaire denken en de ontwikkeling van de biologie en de genetica meer en meer herleid tot iets louter biologisch en moleculair. Dit verliep parallel aan de strijd tegen plagen zoals cholera, dysenterie en tuberculose, die niet alleen zorgde voor de introductie van riolering en stromend water en de sanering van krottenwijken, maar ook voor de disciplinering van de arbeidende klasse, die moest worden geleerd hygiënischer te leven - en liefst ook 'op afstand' van de meer begoede groepen. In het economische denken werden arbeid en productiviteit intussen sleutelbegrippen en werd het menselijke lichaam onder invloed van de thermodynamica ten dele zelfs gereduceerd tot een energie-producerende motor aangedreven door calorieën.Gezien dit bredere kader moeten er mijns inzien vragen gesteld worden bij de mate waarin we het na te streven collectieve goed willen laten afhangen van wetenschap en technologie, inclusief (maar zeker niet uitsluitend) vaccins. Zullen we in de toekomst opnieuw onze toevlucht moeten nemen tot strenge vrijheidsbeperkende maatregelen, in afwachting van een vaccin dat nodig zal zijn om een volgend virus tegen te houden? Als de wetenschap en de technologie ons stuurt in de richting van maatregelen die het leven zelf een jaar on hold zetten, dan lijkt het mij tijd om na te denken over de vraag of we niet toch terug meer de grillen van de natuur moeten accepteren - of alleszins meer moeten luisteren naar de mensen die liever die keuze zouden maken.Om te beginnen wordt naarmate de pandemie vordert duidelijk dat we er niet in slagen de natuur - in dit geval het virus - te onderwerpen. Alle grote verschillen in lockdown-maatregelen ten spijt, blijken we op langere termijn zowat overal in hetzelfde schuitje te zitten. Doet dat niet vermoeden dat de maatregelen veel minder werken dan gedacht of verhoopt? Het roept meer dan ooit de vraag op of ze de enorme nevenschade wel waard zijn. Een vraag waarover het ethisch debat voorlopig maar weinig wordt gevoerd. De recente ontwikkeling van de mutaties van het virus laten zien dat het virus ons ook -opnieuw- te snel af kan zijn. Moeten we dan niet nadenken over de mogelijkheid dat wetenschap en technologie ook tekort kunnen schieten? In plaats van mordicus het virus te willen verslaan, zouden we daarom beter eens goed nadenken over de essentie van het menszijn en van onze verhouding tot de natuur, alsook over de rol die we wetenschap en technologie daarin wensen te geven. Welke rechten ten opzichte van de natuur kunnen we überhaupt laten gelden? In de tweede helft van de zeventiende eeuw definieerde John Locke 'natuurlijke rechten' als 'the right to life, liberty, and property', een definitie die doorwerkt in zowat alle latere verdragen waarin het recht op leven en gezondheid worden verankerd als universeel. Artikel 3 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens stelt bijvoorbeeld dat iedereen recht heeft op 'leven, vrijheid en onschendbaarheid van zijn persoon'. Op zich valt daar uiteraard weinig tegen in te brengen, maar hoe verhoudt zich dat tot het gedwongen opleggen van lockdown-maatregelen of morele en andere druk op mensen die het vaccin liever niet nemen? Om te beginnen gaat het bij Locke niet eens om bescherming tegen ziekte, maar wel tegen het vermogen van de vorst of de staat om als een soort God op leven en dood in te grijpen. Locke en andere verlichte filosofen streden tegen een overheid en een Kerk die als een soort autoritaire vader konden opvoeden en sanctioneren. Dit Verlichte denken zou dus juist aanleiding moeten geven tot verzet tegen de vrijheidsberovende maatregelen en dwingende strategieën (waar ik een vaccinpaspoort ook bij reken) die in sommige gevallen de integriteit van het individuele lichaam onder druk kunnen zetten. Net als toen is het overheidsingrijpen vandaag immers gebaseerd op een morele definitie van het goede die niet ter discussie kan staan. Het verschil is dat het onderscheid tussen Goed en Kwaad nu niet langer wordt gemaakt door de kerk, maar door medische experts, die zichzelf, gewild of ongewild, als enige oplossing naar voor schuiven. Als je in deze situatie dan pleit voor dwang wanneer het gaat over lockdown-maatregelen of vaccinatie, pleit voor een maatschappelijke logica die volgens mij niet onschuldig is. Het is de logica van controle over de natuur en de ontginning van de natuur voor menselijke behoeften - de logica die ons allemaal tot free riders maakt op onze planeet. Ik wil hiermee uiteraard niet suggereren dat het virus een deel van de oplossing is voor het probleem van overbevolking en de uitputting van grondstoffen, maar vind wel dat het vanuit dit perspectief al minder duidelijk is wie er vandaag precies aan de goede kant van de geschiedenis staat. Zijn het de mensen die een zekere afstand willen bewaren ten opzichte van de wetenschap en de technologie en er niet afhankelijk van willen worden, of eerder degenen die de wetenschap en de technologie verder omarmen? Wie is er het meest egocentrisch, degene die lockdown-maatregelen en het vaccin afwijst of degene die het recht opeist om in een virusvrije wereld te leven en daarvoor bereid is ons sociale en mentale welzijn op te offeren en onze afhankelijkheid van de farmaceutische industrie verder te doen toenemen? Gedraagt iemand die het recht opeist om niet met een virus in contact te komen ten koste van de vrijheid en het welzijn van anderen, zich niet net zo goed individualistisch - of zelfs als een soort consument, die zorg en veiligheid koopt in een woonzorgcentrum? Hoever kunnen we het recht op leven, gezondheid en ouderdom precies drijven en ten koste van wat? Eenvoudige antwoorden zijn er uiteraard niet, en de wetenschap op afstand houden heeft ingrijpende ethische consequenties, maar het wordt hoog tijd om deze vragen te stellen en het debat te voeren over welk collectief goed precies wenselijk is.