Terwijl de discussie volop woedt over de volgorde van vaccineren, hangt onze meest dynamische groep nog zeker tot half januari in de touwen door een avondklok en maatregelen die door veel jongeren als asociaal en jeugdonvriendelijk worden ervaren. De verwachte verontwaardiging over de verlenging van de maatregelen wordt aanvankelijk nog gesmoord door de op til zijnde examenperiode, de winkels die de consumentenhonger stillen, en een boetecultuur.

Het leven van jongeren, voor wie het sociale contact met leeftijdsgenoten essentieel is in hun ontwikkeling, wordt vandaag gedomineerd door het verbod. Maar daar stopt het niet. Om zeker te zijn dat de maatregelen worden gehandhaafd bouwen organisaties, scholen en ouders uit schrik en verantwoordelijkheidszin, nog een veiligheidsmarge in. Het resultaat is het meest strikte beleid van Europa. Het ziet er zelfs naar uit de jongeren uit het secundair en hoger onderwijs nog tot het einde van het schooljaar in een lat-relatie met hun medestudenten en lesgevers zullen vertoeven. Niemand wil verantwoordelijk zijn voor een uitbraakje. De jeugd is murw geslagen, de gelatenheid zo veelzeggend en algemeen dat we opschrikken bij de minste gezonde tegenreactie.

Een nieuw geïnstalleerde ongelijkheid loopt langs de lijnen van de veerkracht en de angst.

Een nieuwe geïnstalleerde ongelijkheid loopt langs de lijnen van de veerkracht en de angst. Enkel zij die over de combinatie van economische, sociale en psychische weerbaarheid beschikken geraken voorbij de angst die in drievoud toeslaat: de angst voor het virus en haar gevolgen, de angst veroorzaakt door de communicatie en maatregelen, en de angst voor hypotheek die dat alles legt op de toekomst. Hoewel viroloog Marc Van Ranst deze week in de Afspraak nog stelde dat er in de tweede golf meer aandacht is voor het psychisch welzijn, vallen de adviezen van de expertengroep terzake op een koude steen bij het overlegcomité. Wat zouden we met een ouderrechtencommissaris doen wanneer de kinderrechtencommissaris niet eens als een volwaardige gesprekspartner wordt aanzien?

De zorgsector primeert, de economische steunmaatregelen blijven gehandhaafd maar voor het psycho-sociaal welzijn is men aangewezen op zichzelf. Structurele maatregelen blijven achterwege of worden niet gecommuniceerd. Diverse actoren en de sociaal-culturele organisaties die hier een rol in hebben te spelen, geven amper thuis. Er is meer nodig dan het installeren van virtuele praatgroepen met studenten of een telefoonnummer van Awel of teleonthaal verspreiden. Hoewel laagdrempelig, je bereikt er niet per se de jongeren mee die het nodig hebben. Praten helpt, maar voor jongeren biedt sociale actie en contact met leeftijdsgenoten de beste garantie op een gezonde ontwikkeling.

Er is nood aan een overheid niet alleen verbiedt maar ook faciliteert en uitnodigt. Hoe kunnen jeugdwerk en sociaal culturele organisaties de technische werkloosheid inruilen voor acties gericht op jongeren, eenzamen en andere groepen? Te weinig lokale overheden stimuleren nog gezelschappen of muzikanten om straatvoorstellingen te doen. Waarom krijgen de fanfares geen toelating om op gezette en onverwachte tijden door de straten te trekken? Elke verbiedende maatregel wordt nu ook bepaald door haar uitzonderingen. Waar zijn de buurtwerkers die komen aanbellen met de vraag hoe het gaat? Wat doet het jeugdwerk om de plus twaalfjarigen in actie en van achter het scherm te halen? Per vier mag men toch altijd op stap. Daar waar gereguleerd wordt gaat het verbod meestal vergezeld van het gebod. Een overheid zou het gebod kunnen installeren om per vier buitenactiviteiten te organiseren of buren te verplichten dagelijks met een andere buur te spreken. Het zou een geruststellend en positief signaal geven van wat wel kan.

Het is logisch dat wanneer structurele maatregelen nu ontbreken om het psycho-sociaal welzijn te bevorderen, het debat over welke maatregelen nodig zijn om één en ander op te herstellen niet eens aan de orde is. Een miskend probleem is de mogelijke impact op de toekomst voor deze generatie. Jongeren haken meer dan ooit af in sport- en jeugdverenigingen of zeggen hun engagementen op. Studenten die in 2019 startten met een driejarige opleiding gaan volgend academiejaar hun laatste jaar in. Zij hebben amper de kans gehad om een sociaal en toekomstig professioneel netwerk op te bouwen via hun studies.

Jongeren zijn veerkrachtig en recupereren snel, maar wat plannen we te doen voor diegenen die dat als gevolg van deze crisis niet meer kunnen? Waarschijnlijk zal er ingezet worden op meer psychische hulp, praatgroepen en therapie. Maar dit is een typisch westerse invulling van wat hulp kan zijn, past de individuele verantwoordelijkheid als gegoten en bereikt vooral de happy few, de mondigen en de begoeden.

Hoe gaan we die jongeren terugwinnen die we onderweg verloren zijn binnen de sport of het jeugdwerk? Hoe bereiken we afhakers en de opgevers? Hoe creëren we voor de huidige afgestudeerden het broodnodige netwerk dat kansen in het volwassen leven verhoogt? Willen we de psycho-sociale gevolgen na deze crisis kunnen indijken dan is het nu tijd om collectieve herstellende acties te ontwikkelen. Voor velen is het einde van de crisis in zicht, voor heel wat anderen begint het dan pas.

Beno Schraepen is orthopedagoog, lector en onderzoeker aan het Departement Gezondheid en Welzijn van de AP Hogeschool Antwerpen.

Terwijl de discussie volop woedt over de volgorde van vaccineren, hangt onze meest dynamische groep nog zeker tot half januari in de touwen door een avondklok en maatregelen die door veel jongeren als asociaal en jeugdonvriendelijk worden ervaren. De verwachte verontwaardiging over de verlenging van de maatregelen wordt aanvankelijk nog gesmoord door de op til zijnde examenperiode, de winkels die de consumentenhonger stillen, en een boetecultuur. Het leven van jongeren, voor wie het sociale contact met leeftijdsgenoten essentieel is in hun ontwikkeling, wordt vandaag gedomineerd door het verbod. Maar daar stopt het niet. Om zeker te zijn dat de maatregelen worden gehandhaafd bouwen organisaties, scholen en ouders uit schrik en verantwoordelijkheidszin, nog een veiligheidsmarge in. Het resultaat is het meest strikte beleid van Europa. Het ziet er zelfs naar uit de jongeren uit het secundair en hoger onderwijs nog tot het einde van het schooljaar in een lat-relatie met hun medestudenten en lesgevers zullen vertoeven. Niemand wil verantwoordelijk zijn voor een uitbraakje. De jeugd is murw geslagen, de gelatenheid zo veelzeggend en algemeen dat we opschrikken bij de minste gezonde tegenreactie.Een nieuwe geïnstalleerde ongelijkheid loopt langs de lijnen van de veerkracht en de angst. Enkel zij die over de combinatie van economische, sociale en psychische weerbaarheid beschikken geraken voorbij de angst die in drievoud toeslaat: de angst voor het virus en haar gevolgen, de angst veroorzaakt door de communicatie en maatregelen, en de angst voor hypotheek die dat alles legt op de toekomst. Hoewel viroloog Marc Van Ranst deze week in de Afspraak nog stelde dat er in de tweede golf meer aandacht is voor het psychisch welzijn, vallen de adviezen van de expertengroep terzake op een koude steen bij het overlegcomité. Wat zouden we met een ouderrechtencommissaris doen wanneer de kinderrechtencommissaris niet eens als een volwaardige gesprekspartner wordt aanzien?De zorgsector primeert, de economische steunmaatregelen blijven gehandhaafd maar voor het psycho-sociaal welzijn is men aangewezen op zichzelf. Structurele maatregelen blijven achterwege of worden niet gecommuniceerd. Diverse actoren en de sociaal-culturele organisaties die hier een rol in hebben te spelen, geven amper thuis. Er is meer nodig dan het installeren van virtuele praatgroepen met studenten of een telefoonnummer van Awel of teleonthaal verspreiden. Hoewel laagdrempelig, je bereikt er niet per se de jongeren mee die het nodig hebben. Praten helpt, maar voor jongeren biedt sociale actie en contact met leeftijdsgenoten de beste garantie op een gezonde ontwikkeling.Er is nood aan een overheid niet alleen verbiedt maar ook faciliteert en uitnodigt. Hoe kunnen jeugdwerk en sociaal culturele organisaties de technische werkloosheid inruilen voor acties gericht op jongeren, eenzamen en andere groepen? Te weinig lokale overheden stimuleren nog gezelschappen of muzikanten om straatvoorstellingen te doen. Waarom krijgen de fanfares geen toelating om op gezette en onverwachte tijden door de straten te trekken? Elke verbiedende maatregel wordt nu ook bepaald door haar uitzonderingen. Waar zijn de buurtwerkers die komen aanbellen met de vraag hoe het gaat? Wat doet het jeugdwerk om de plus twaalfjarigen in actie en van achter het scherm te halen? Per vier mag men toch altijd op stap. Daar waar gereguleerd wordt gaat het verbod meestal vergezeld van het gebod. Een overheid zou het gebod kunnen installeren om per vier buitenactiviteiten te organiseren of buren te verplichten dagelijks met een andere buur te spreken. Het zou een geruststellend en positief signaal geven van wat wel kan.Het is logisch dat wanneer structurele maatregelen nu ontbreken om het psycho-sociaal welzijn te bevorderen, het debat over welke maatregelen nodig zijn om één en ander op te herstellen niet eens aan de orde is. Een miskend probleem is de mogelijke impact op de toekomst voor deze generatie. Jongeren haken meer dan ooit af in sport- en jeugdverenigingen of zeggen hun engagementen op. Studenten die in 2019 startten met een driejarige opleiding gaan volgend academiejaar hun laatste jaar in. Zij hebben amper de kans gehad om een sociaal en toekomstig professioneel netwerk op te bouwen via hun studies. Jongeren zijn veerkrachtig en recupereren snel, maar wat plannen we te doen voor diegenen die dat als gevolg van deze crisis niet meer kunnen? Waarschijnlijk zal er ingezet worden op meer psychische hulp, praatgroepen en therapie. Maar dit is een typisch westerse invulling van wat hulp kan zijn, past de individuele verantwoordelijkheid als gegoten en bereikt vooral de happy few, de mondigen en de begoeden. Hoe gaan we die jongeren terugwinnen die we onderweg verloren zijn binnen de sport of het jeugdwerk? Hoe bereiken we afhakers en de opgevers? Hoe creëren we voor de huidige afgestudeerden het broodnodige netwerk dat kansen in het volwassen leven verhoogt? Willen we de psycho-sociale gevolgen na deze crisis kunnen indijken dan is het nu tijd om collectieve herstellende acties te ontwikkelen. Voor velen is het einde van de crisis in zicht, voor heel wat anderen begint het dan pas.Beno Schraepen is orthopedagoog, lector en onderzoeker aan het Departement Gezondheid en Welzijn van de AP Hogeschool Antwerpen.