Het agentschap Opgroeien is sinds enkele jaren volledig verantwoordelijk voor het welzijn van kinderen en jongeren in Vlaanderen. Dat varieert van kinderopvang, pleegzorg, adoptie en geestelijke gezondheidszorg tot de opvang van jeugddelinquenten in een gesloten instelling. De nieuwe instelling is het gevolg van een fusie tussen het vroegere Kind en Gezin, Jongerenwelzijn en een deel van het aanbod van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. Het wordt geleid door Katrien Verhegge en Bruno Vanobbergen.
...

Het agentschap Opgroeien is sinds enkele jaren volledig verantwoordelijk voor het welzijn van kinderen en jongeren in Vlaanderen. Dat varieert van kinderopvang, pleegzorg, adoptie en geestelijke gezondheidszorg tot de opvang van jeugddelinquenten in een gesloten instelling. De nieuwe instelling is het gevolg van een fusie tussen het vroegere Kind en Gezin, Jongerenwelzijn en een deel van het aanbod van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. Het wordt geleid door Katrien Verhegge en Bruno Vanobbergen. Zij zeggen niet verrast te zijn door de opmerkelijke stijging van het aantal jongeren in wat vroeger de 'bijzondere jeugdbijstand' werd genoemd: van 19.611 in 2017 naar 21.519 in 2019. Dezelfde tendensen doen zich immers ook voor in onze buurlanden. Toch maakt Bruno Vanobbergen, de vroegere kinderrechtencommissaris, zich zorgen. 'De drempels waartegen jongeren botsen, worden steeds groter. Wij kunnen bovendien als samenleving blijkbaar minder goed om met tegenslag. Alleen de successen tellen nog. Daardoor wordt er sneller gespecialiseerde hulp ingeroepen.' De cijfers bewijzen volgens Katrien Verhegge ook dat de prestatiedruk voor kinderen blijft toenemen. 'Er is veel stress in onze maatschappij, en niet alleen bij de volwassenen. Een groeiende groep kinderen kan die druk niet meer aan, ook al omdat de sociale media een grotere zichtbaarheid geven aan de groepsdruk. We vangen daarover duidelijke signalen op vanuit de Vlaamse Scholierenkoepel.' Uit het jaarverslag blijkt voorts dat jongens sneller in aanraking komen met jeugdhulp dan meisjes. Dat er opvallend meer jongens (75 procent) in een gesloten jeugdinstelling worden opgenomen als gevolg van een verontrustende gezinssituatie of een misdrijf is niet zo verwonderlijk. Jongens plegen veel meer en vooral zwaardere misdrijven dan meisjes. Het valt wel op dat iets meer jongens (52 procent) dan meisjes te rade gaan bij de Centra Geestelijke Gezondheidszorg. Vanobbergen verwijst onder meer naar de biologische verschillen. 'Bij jongens komt bijvoorbeeld ook vaker ADHD voor. Op een of andere manier lijken sommige jongens minder goed te passen in de structuren van onze samenleving. Dat uit zich ook in een oververtegenwoordiging van jongens bij de schoolverlaters zonder diploma en bij de definitief uitgesloten leerlingen.' Verhegge sluit bovendien niet uit dat meisjes minder snel hulp zoeken omdat ze hun moeilijkheden langer voor zichzelf houden. 'Daar moeten we alert voor zijn.' Een van de belangrijke taken van het agentschap Opgroeien is om kinderen die zich in een verontrustende gezinsomgeving bevinden zo snel mogelijk te detecteren en hun hulp te bieden. Het gaat bijvoorbeeld om kinderen die het slachtoffer zijn van fysieke of emotionele mishandeling. Het totale aantal kinderen en jongeren in zogenaamde 'verontrusting' dat door de sociale diensten van onze jeugdrechtbanken wordt gemeld, steeg de voorbije twee jaren met 5 procent tot bijna 15.000 kinderen. Opvallend is de stijging van het aantal cases dat door de parketten als hoogdringend wordt beschouwd: van 845 in 2017 tot 1165 in 2019. Dat gaat bijvoorbeeld om kinderen die uit een gezin worden gehaald als de ouders verslaafd zijn aan drugs en/of alcohol, en niet meer in staat zijn om voor hen te zorgen. Een deel van die kinderen wordt geplaatst bij pleegouders. Uit het jaarverslag van het agentschap Opgroeien blijkt dan ook een sterke stijging van pleegzorg in Vlaanderen. Het aantal dossiers steeg van 7693 in 2017 tot 9038 vorig jaar, of een toename van 17 procent. Volgens Verhegge en Vanobbergen is het een bewuste keuze van de Vlaamse regering om voor deze oplossing te kiezen in plaats van de kinderen naar een instelling te sturen. Een promotiecampagne van de Rode Duivels om meer pleegouders te vinden deed de rest. Toch is er op dit ogenblik nog een tekort van ongeveer 700 pleegouders. Het valt op dat het woord 'kinderarmoede' nergens vermeld wordt in het jaarverslag. Toch zegt Katrien Verhegge dat het agentschap Opgroeien zwaar inzet op de strijd daartegen. 'Onze kracht is dat we vanuit de werking van Kind & Gezin heel veel gezinnen bereiken en we van daaruit bruggen kunnen bouwen op de verschillende levensdomeinen. Alleen blijkt dat misschien niet zo in onze cijfers. Wij zetten vooral in op samenwerking met onder meer de scholen, de VDAB en sociale huisvesting. Onze Huizen van het Kind spelen daarin een cruciale rol.' Ook niet in het jaarverslag maar wel verontrustend zijn de gevolgen van corona voor een grote groep kinderen en jongeren. Deze gezondheidscrisis heeft hun kwetsbaarheid vergroot omdat de overheid corona bijna exclusief bekeek door de bril van volwassenen. De jongeren werden aan hun lot overgelaten. Dat blijkt uit de oproepen die Teleonthaal, de Centra Algemeen Welzijnswerk (CAW) en de Jongeren Adviescentra (JAC) ontvingen. Bij Teleonthaal steeg in maart van dit jaar het aantal oproepen van jongeren met 14 procent in vergelijking met dezelfde maand een jaar eerder. In april bedroeg de stijging zelfs 31 procent. Dezelfde tendens is te zien bij de CAW/JAC. Daar nam het aantal telefonische oproepen toe met 32 procent en het aantal chats zelfs met meer dan 200 procent. De oproepen gaan vooral over angst en geweld in het gezin als gevolg van covid-19. De presentatie van het jaarverslag is volgens Katrien Verhegge ook de aanleiding om een nieuwe visie op jeugdhulp voor te stellen. 'Symbool daarvan is het schrappen van het woord "bijzonder" in de term "bijzondere jeugdzorg". Dat woord stigmatiseert jongeren, en daar willen we van af. Jongeren zijn vooral jongeren, ook al hebben sommigen van hen misschien iets meer gespecialiseerde hulp nodig dan anderen.' Een gevolg van die nieuwe visie is dat het kind of de jongere in moeilijkheden zo lang mogelijk in het gezin blijft, en dat de jeugdhulp naar hen toe gaat in plaats van andersom. Het succes van pleegzorg illustreert volgens Verhegge en Vanobbergen die nieuwe visie op jeugdhulp. 'Vroeger vertrok men vaak vanuit een zwart-witvisie: er is een "probleem", en dus halen we het kind volledig weg uit het huis en het liefst tot hij of zij volwassen is. Klaar. Nu zoeken we naar mengvormen, waarbij meer mensen hun verantwoordelijkheid opnemen. Zo moedigen we bijvoorbeeld het systeem van weekendpleegzorg aan. De kinderen verblijven een of twee weekends per maand in een pleeggezin en de rest van de tijd in hun eigen gezin. Op die manier ontlasten we de biologische ouders, maar blijft de band tussen ouders en kind behouden en verlagen we de drempel voor kandidaat-pleegouders. We zoeken dus naar meer gedifferentieerde oplossingen voor jongeren in moeilijkheden.' Die kentering zal niet vanzelfsprekend zijn, want de Vlaamse jeugdhulp denkt volgens sommige experts, onder wie Peter Adriaenssens, te veel in hokjes. Volgens Bruno Vanobbergen zal het een echte mentaliteitswijziging vragen van de sector om meer te denken vanuit het het kind en minder vanuit de instelling. Maar dat het mogelijk is, bewijst volgens hem het succes van de zogenaamde OverKop-huizen. Dat zijn huizen waar jongeren tussen de 3 en de 25 jaar gewoon kunnen binnenlopen voor een of andere activiteit of ontspanning, maar waar ze ook een veilige plek vinden om te praten over hun problemen en waar ze professionele hulp kunnen krijgen zonder meteen een label opgeplakt te krijgen. Op dit ogenblik heeft elke provincie slechts één OverKop-huis. Verhegge en Vanobbergen hopen dat aanbod zo snel mogelijk uit te breiden.