Met de regelmaat van de klok verschijnen er in de media opiniestukken van 'eco'-modernisten die beweren dat het alsmaar beter met de wereld gaat en dat we moeten vertrouwen op de technologische vooruitgang om alle milieuproblemen op te lossen. Ondertussen moeten we ons niets aantrekken van onze eigen westerse overconsumptie.

Het boek 'MEER' van Hidde Boersma heb ik nog niet gelezen, en de inleiding zet me daar ook niet echt toe aan, maar ik ben het wel degelijk van plan. In het stuk wordt, opnieuw, een karikatuur gemaakt van het ecologische denken. Iedereen die pleit voor een matiging van consumptie wordt neergezet als een wereldvreemde linkse groene jongen/meisje die tegen vooruitgang is.

Nergens staat ook maar één kritische noot over de effecten van ons (over)consumptiegedrag op milieu- en klimaatproblemen die mede verantwoordelijk zijn voor armoede in de wereld. Hopelijk is het boek zelf genuanceerder, maar alvast de inleiding doet daarvoor vrezen.

Ben je tegen vooruitgang als je pleit voor een consumptiepatroon dat de wereld nog aankan?

Inderdaad zullen er wel mensen zijn die terug verlangen naar vroeger en tegen modernisering zijn en denken dat we terug kunnen leven zoals honderden jaren geleden. Maar dat is zeker en vast een kleine minderheid en ik zie deze mensen alvast nergens in mijn omgeving. Wat ik wel zie zijn mensen die zich ervan bewust zijn dat als iedereen op de wereld evenveel vliegt als de 5 % rijksten, als er op heel de wereld 4 tot 6 miljard auto's rondrijden (drie tot vijf keer het huidige aantal), als iedereen evenveel vlees eet als een gemiddelde westerling, de milieu-, natuur- en klimaatproblemen een veelvoud zouden worden van wat ze nu al zijn. Deze mensen pleiten daarom voor minder, inderdaad. Niet voor minder consumptie door een arme Boliviaan of Laotiaan, maar minder consumptie hier. Zij pleiten net voor een consumptieniveau dat door elke wereldburger bereikt kan worden op een manier die de wereld nog aankan.

Er zijn misschien mensen die liever zien dat er geen modernisering van de landbouw gebeurt in bijvoorbeeld Afrika, en dat is inderdaad zeer cynisch. Maar opnieuw denk ik dat dit een kleine minderheid is en is het intellectueel oneerlijk om dit als een algemeen standpunt van de "linkse" ecologisten te poneren. Het zijn net deze ecologisten die voorstander zijn voor meer ontwikkelingssamenwerking. En waar ze wél voor pleiten is voor een duurzame landbouw. Niet zonder kunstmest maar zonder overbemesting, met weinig monoculturen, voor een landbouw die op de lokale noden is gericht en niet op de vleesconsumptie van het rijke deel van de wereldbevolking, en voor een landbouw zonder pesticiden.

Denken de auteurs echt dat met de huidige, voornamelijk op fossiele brandstof gebaseerde, technologie het mogelijk is om in heel de wereld hetzelfde consumptieniveau als die van het westen te behalen, zonder dat dit het klimaat en de biodiversiteit onmiddellijk volledig naar de knoppen zou helpen? Om nog maar te zwijgen over de uitputting van grondstoffen.

Hopelijk zal de technologie het mogelijk maken om onze consumptie te verduurzamen, maar een technologie die heel de wereldbevolking een consumptieniveau van een gemiddelde Europeaan of Amerikaan bezorgt is voorlopig nog een utopie. En welk consumptieniveau mag het dan zijn. Het moet blijkbaar overdaad zijn. Is dat dan het consumptieniveau van de rijkste 10%, 5%, 1%, 0.1% van de wereld?

Het zou eerder een pleidooi moeten zijn voor EVENVEEL voor iedereen. Maar dat betekent (veel) MINDER consumptie wat het rijke deel van de wereldbevolking betreft en MEER voor het arme deel. Net door te pleiten voor MINDER hier, zal het mogelijk zijn dat ook die 800 miljoen arme mensen MEER kunnen consumeren zonder een desastreuze aanslag op milieu, natuur en klimaat.

Lieven Bervoets is professor ecotoxicologie aan het departement Biologie van de Universiteit Antwerpen.

Met de regelmaat van de klok verschijnen er in de media opiniestukken van 'eco'-modernisten die beweren dat het alsmaar beter met de wereld gaat en dat we moeten vertrouwen op de technologische vooruitgang om alle milieuproblemen op te lossen. Ondertussen moeten we ons niets aantrekken van onze eigen westerse overconsumptie. Het boek 'MEER' van Hidde Boersma heb ik nog niet gelezen, en de inleiding zet me daar ook niet echt toe aan, maar ik ben het wel degelijk van plan. In het stuk wordt, opnieuw, een karikatuur gemaakt van het ecologische denken. Iedereen die pleit voor een matiging van consumptie wordt neergezet als een wereldvreemde linkse groene jongen/meisje die tegen vooruitgang is.Nergens staat ook maar één kritische noot over de effecten van ons (over)consumptiegedrag op milieu- en klimaatproblemen die mede verantwoordelijk zijn voor armoede in de wereld. Hopelijk is het boek zelf genuanceerder, maar alvast de inleiding doet daarvoor vrezen.Inderdaad zullen er wel mensen zijn die terug verlangen naar vroeger en tegen modernisering zijn en denken dat we terug kunnen leven zoals honderden jaren geleden. Maar dat is zeker en vast een kleine minderheid en ik zie deze mensen alvast nergens in mijn omgeving. Wat ik wel zie zijn mensen die zich ervan bewust zijn dat als iedereen op de wereld evenveel vliegt als de 5 % rijksten, als er op heel de wereld 4 tot 6 miljard auto's rondrijden (drie tot vijf keer het huidige aantal), als iedereen evenveel vlees eet als een gemiddelde westerling, de milieu-, natuur- en klimaatproblemen een veelvoud zouden worden van wat ze nu al zijn. Deze mensen pleiten daarom voor minder, inderdaad. Niet voor minder consumptie door een arme Boliviaan of Laotiaan, maar minder consumptie hier. Zij pleiten net voor een consumptieniveau dat door elke wereldburger bereikt kan worden op een manier die de wereld nog aankan.Er zijn misschien mensen die liever zien dat er geen modernisering van de landbouw gebeurt in bijvoorbeeld Afrika, en dat is inderdaad zeer cynisch. Maar opnieuw denk ik dat dit een kleine minderheid is en is het intellectueel oneerlijk om dit als een algemeen standpunt van de "linkse" ecologisten te poneren. Het zijn net deze ecologisten die voorstander zijn voor meer ontwikkelingssamenwerking. En waar ze wél voor pleiten is voor een duurzame landbouw. Niet zonder kunstmest maar zonder overbemesting, met weinig monoculturen, voor een landbouw die op de lokale noden is gericht en niet op de vleesconsumptie van het rijke deel van de wereldbevolking, en voor een landbouw zonder pesticiden. Denken de auteurs echt dat met de huidige, voornamelijk op fossiele brandstof gebaseerde, technologie het mogelijk is om in heel de wereld hetzelfde consumptieniveau als die van het westen te behalen, zonder dat dit het klimaat en de biodiversiteit onmiddellijk volledig naar de knoppen zou helpen? Om nog maar te zwijgen over de uitputting van grondstoffen.Hopelijk zal de technologie het mogelijk maken om onze consumptie te verduurzamen, maar een technologie die heel de wereldbevolking een consumptieniveau van een gemiddelde Europeaan of Amerikaan bezorgt is voorlopig nog een utopie. En welk consumptieniveau mag het dan zijn. Het moet blijkbaar overdaad zijn. Is dat dan het consumptieniveau van de rijkste 10%, 5%, 1%, 0.1% van de wereld?Het zou eerder een pleidooi moeten zijn voor EVENVEEL voor iedereen. Maar dat betekent (veel) MINDER consumptie wat het rijke deel van de wereldbevolking betreft en MEER voor het arme deel. Net door te pleiten voor MINDER hier, zal het mogelijk zijn dat ook die 800 miljoen arme mensen MEER kunnen consumeren zonder een desastreuze aanslag op milieu, natuur en klimaat. Lieven Bervoets is professor ecotoxicologie aan het departement Biologie van de Universiteit Antwerpen.