Gisteren publiceerde OCHA, de VN-organisatie voor humanitaire bijstand, een update over de situatie in het noordwesten van Syrië. Die is uiterst zorgwekkend. Sinds december zijn 900.000 Syriërs op de vlucht voor het oorlogsgeweld, waarvan 60% kinderen. Ongeveer op hetzelfde moment pleitte ik in de Kamer bij Minister van Ontwikkelingssamenwerking Alexander De Croo om nieuwe middelen voor hulp vrij te maken. Begin februari slaakte de Verenigde Naties immers een noodkreet. Om de periode tot juli te overbruggen is een extra bedrag van 336 miljoen dollar nodig.

Op vraag van Ecolo-Groen zegde de minister gisteren een extra inspanning van 7 miljoen euro toe. Dat is goed nieuws en kan andere donoren ertoe aanzetten om ook in de buidel te tasten. Echter, even belangrijk is het om diplomatiek alle zeilen bij te zetten voor een staakt-het-vuren in de regio. Eerder deze week ging ik daarover in debat met Minister van Buitenlandse Zaken Philippe Goffin. België is deze maand voorzitter van de VN-Veiligheidsraad. Wij zijn dus perfect geplaatst om een initiatief te nemen.

België heeft momenteel enkele troeven in handen om het verschil te maken in Syrië.

Geconfronteerd met de schrijnende situatie in Syrië, voelen we ons vaak machteloos. Maar belangrijk om te weten is dat de Turks-Syrische grens voor humanitaire bijstand open is. De hulpgoederen komen dus goed terecht en elke euro kan het verschil maken tussen leven en dood. In januari staken 1.227 vrachtwagens met hulpgoederen de grens over. Nu is er vooral nood aan bescherming tegen de barre winter: tenten, beschutting, kachels, warme kledij, voedsel en geneesmiddelen. De beelden van Syrische kindjes die doodvriezen zijn hartverscheurend.

Het offensief van het Syrische en Russische leger gaat bovendien onverminderd verder. Burgers worden onder vuur genomen en woonwijken, ziekenhuizen en markten worden zonder scrupules gebombardeerd. Dit zijn flagrante oorlogsmisdaden. Tussen 1 januari en 18 februari werden in Idlib en Aleppo 300 mensen gedood, velen onder hen zijn vrouwen en kinderen. Twee ziekenhuizen in Daret Azza moesten na zware bombardementen op 17 februari de deuren sluiten. Deze ziekenhuizen verleenden hulp aan 14.000 patiënten. 170.000 mensen die sinds december op de vlucht sloegen, hebben geen onderdak en moeten buiten zien te overleven. 284.000 vluchtelingen verblijven in overvolle, rudimentaire kampen. Om de kou tegen te gaan verbranden mensen alles wat ze kunnen vinden, tot hun eigen reservekleren toe.

Zowel de minister als de VN wijzen op het precaire karakter van de humanitaire hulpverlening. Vluchtelingen trekken vooral noord- en westwaarts, weg van het geweld of richting de strook aan de Turkse grens die door Turkije wordt gecontroleerd en waar het relatief veilig is. Maar vluchten in een oorlogszone is niet zonder risico. Samen met lokale NGO's zet de VN in op het aanleveren van transport, zoals camions, want vele vluchtelingen vertrekken hals over kop te voet. Het is van groot belang dat de humanitaire corridors overeind blijven. Men vreest dat het offensief van de Syrische en Russische strijdkrachten de hulplijnen vanuit Turkije wil afsnijden en aanstuurt op een omsingeling van Idlib. Op 11 februari ging de grensovergang aan Bab al Hawa door intense vijandigheden al noodgedwongen dicht. Humanitaire hulp vanuit Turkije is de levensader is voor meer dan 1 miljoen Syriërs. Als dat wegvalt, zijn de gevolgen niet te overzien.

Op diplomatiek vlak toonde België zich in het verleden al actief. Maar als huidig voorzitter van de VN-Veiligheidsraad moeten we een versnelling hoger schakelen. Zo kunnen we het initiatief nemen voor een nieuwe VN-resolutie die een staakt-het-vuren afdwingt. Om het menselijke leed te stoppen is dat cruciaal. Volgende week zal minister De Croo een zitting van de Veiligheidsraad voorzitten over de humanitaire corridors. Vorig jaar vond in Brussel de derde conferentie "Supporting the Future of Syria and the Region" plaats. Deze bracht 78 delegaties van landen, organisaties en NGO's samen en mobiliseerde bijkomende humanitaire inspanningen. Gelet op de huidige situatie dringt een nieuwe editie zich op.

Tegelijk vragen wij aandacht voor de rol van Turkije. Niet zo lang geleden kondigde president Erdogan aan een top te willen organiseren met alle betrokken landen, maar ook met Duitsland en Frankrijk. Het lijkt ons veel nuttiger om dit op te waarderen, en met de EU aan tafel te gaan zitten in plaats van met enkele individuele lidstaten. Zeker gezien de huidige vijandelijkheden tussen Turkije en Rusland is diplomatieke actie via de Turkse piste interessant.

België heeft met andere woorden op dit moment enkele troeven in hand om een verschil te maken. Terwijl de federale regeringsformatie in het slop zit, kunnen we onze tijd even goed nuttig besteden. Als groenen vinden wij dat de humanitaire catastrofe in Noord-West-Syrië ook bij Belgische politici hoog op de agenda moet staan.

Wouter De Vriendt is Kamerlid voor Groen.

Gisteren publiceerde OCHA, de VN-organisatie voor humanitaire bijstand, een update over de situatie in het noordwesten van Syrië. Die is uiterst zorgwekkend. Sinds december zijn 900.000 Syriërs op de vlucht voor het oorlogsgeweld, waarvan 60% kinderen. Ongeveer op hetzelfde moment pleitte ik in de Kamer bij Minister van Ontwikkelingssamenwerking Alexander De Croo om nieuwe middelen voor hulp vrij te maken. Begin februari slaakte de Verenigde Naties immers een noodkreet. Om de periode tot juli te overbruggen is een extra bedrag van 336 miljoen dollar nodig.Op vraag van Ecolo-Groen zegde de minister gisteren een extra inspanning van 7 miljoen euro toe. Dat is goed nieuws en kan andere donoren ertoe aanzetten om ook in de buidel te tasten. Echter, even belangrijk is het om diplomatiek alle zeilen bij te zetten voor een staakt-het-vuren in de regio. Eerder deze week ging ik daarover in debat met Minister van Buitenlandse Zaken Philippe Goffin. België is deze maand voorzitter van de VN-Veiligheidsraad. Wij zijn dus perfect geplaatst om een initiatief te nemen.Geconfronteerd met de schrijnende situatie in Syrië, voelen we ons vaak machteloos. Maar belangrijk om te weten is dat de Turks-Syrische grens voor humanitaire bijstand open is. De hulpgoederen komen dus goed terecht en elke euro kan het verschil maken tussen leven en dood. In januari staken 1.227 vrachtwagens met hulpgoederen de grens over. Nu is er vooral nood aan bescherming tegen de barre winter: tenten, beschutting, kachels, warme kledij, voedsel en geneesmiddelen. De beelden van Syrische kindjes die doodvriezen zijn hartverscheurend.Het offensief van het Syrische en Russische leger gaat bovendien onverminderd verder. Burgers worden onder vuur genomen en woonwijken, ziekenhuizen en markten worden zonder scrupules gebombardeerd. Dit zijn flagrante oorlogsmisdaden. Tussen 1 januari en 18 februari werden in Idlib en Aleppo 300 mensen gedood, velen onder hen zijn vrouwen en kinderen. Twee ziekenhuizen in Daret Azza moesten na zware bombardementen op 17 februari de deuren sluiten. Deze ziekenhuizen verleenden hulp aan 14.000 patiënten. 170.000 mensen die sinds december op de vlucht sloegen, hebben geen onderdak en moeten buiten zien te overleven. 284.000 vluchtelingen verblijven in overvolle, rudimentaire kampen. Om de kou tegen te gaan verbranden mensen alles wat ze kunnen vinden, tot hun eigen reservekleren toe.Zowel de minister als de VN wijzen op het precaire karakter van de humanitaire hulpverlening. Vluchtelingen trekken vooral noord- en westwaarts, weg van het geweld of richting de strook aan de Turkse grens die door Turkije wordt gecontroleerd en waar het relatief veilig is. Maar vluchten in een oorlogszone is niet zonder risico. Samen met lokale NGO's zet de VN in op het aanleveren van transport, zoals camions, want vele vluchtelingen vertrekken hals over kop te voet. Het is van groot belang dat de humanitaire corridors overeind blijven. Men vreest dat het offensief van de Syrische en Russische strijdkrachten de hulplijnen vanuit Turkije wil afsnijden en aanstuurt op een omsingeling van Idlib. Op 11 februari ging de grensovergang aan Bab al Hawa door intense vijandigheden al noodgedwongen dicht. Humanitaire hulp vanuit Turkije is de levensader is voor meer dan 1 miljoen Syriërs. Als dat wegvalt, zijn de gevolgen niet te overzien.Op diplomatiek vlak toonde België zich in het verleden al actief. Maar als huidig voorzitter van de VN-Veiligheidsraad moeten we een versnelling hoger schakelen. Zo kunnen we het initiatief nemen voor een nieuwe VN-resolutie die een staakt-het-vuren afdwingt. Om het menselijke leed te stoppen is dat cruciaal. Volgende week zal minister De Croo een zitting van de Veiligheidsraad voorzitten over de humanitaire corridors. Vorig jaar vond in Brussel de derde conferentie "Supporting the Future of Syria and the Region" plaats. Deze bracht 78 delegaties van landen, organisaties en NGO's samen en mobiliseerde bijkomende humanitaire inspanningen. Gelet op de huidige situatie dringt een nieuwe editie zich op.Tegelijk vragen wij aandacht voor de rol van Turkije. Niet zo lang geleden kondigde president Erdogan aan een top te willen organiseren met alle betrokken landen, maar ook met Duitsland en Frankrijk. Het lijkt ons veel nuttiger om dit op te waarderen, en met de EU aan tafel te gaan zitten in plaats van met enkele individuele lidstaten. Zeker gezien de huidige vijandelijkheden tussen Turkije en Rusland is diplomatieke actie via de Turkse piste interessant.België heeft met andere woorden op dit moment enkele troeven in hand om een verschil te maken. Terwijl de federale regeringsformatie in het slop zit, kunnen we onze tijd even goed nuttig besteden. Als groenen vinden wij dat de humanitaire catastrofe in Noord-West-Syrië ook bij Belgische politici hoog op de agenda moet staan.Wouter De Vriendt is Kamerlid voor Groen.