05/04/12 om 08:53 - Bijgewerkt om 08:53

Spanje, bijna het nieuwe Griekenland

Spanje: erger dan Griekenland inzake werkloosheid en vastgoedzeepbel, beter inzake publieke financiën (voorlopig nog).

Spanje, bijna het nieuwe Griekenland

© Reuters

"Extreem moeilijk", zo omschreef de Spaanse eerste minister Mariano Rajoy de economische toestand waarin zijn land zich bevindt. De financiële markten bevestigden gisteren onmiddellijk de woorden van Rajoy. Een obligatie-uitgifte bedoeld om 3,6 miljard euro op te halen, strandde op 2,6 miljard euro. De rente op Spaans papier schoot terug de hoogte in, net zoals de spread met Duitsland. De relatieve rust die de voorbije weken over de eurozone neerdaalde, blijkt te zijn wat te vrezen viel: een heel kortstondige rustpauze in een aanhoudende crisis.

Publiekelijk houden de Europese leiders zich stoer. Spanje is onder controle en vergelijkingen met Griekenland zijn van de pot gerukt, zo klinkt het uit vele monden. Off the record wordt er heel anders gepiept: de geïnformeerde euroleiders doen, excuus voor de uitdrukking, in hun broek. Spanje is wel degelijk potentieel een nieuw Griekenland met één groot verschil: Madrid weegt economisch vijf keer zwaarder dan Athene.

Laten we met het betere nieuws beginnen. Spanje zit beduidend minder slecht dan Griekenland op het vlak van publieke financiën en economische groei. Wat dit laatste betreft, is er voor Griekenland sprake van een heuse depressie. De gecumuleerde krimp van het BBP sedert 2009 zal eind van dit jaar rond de 20 procent liggen, voor Spanje zullen we ergens rond de 5 à 6 procent uitkomen, al bestaat er grote onzekerheid over de diepte van de terugval die Spanje dit jaar (en volgend jaar) zal kennen. Diepere recessie betekent grotere begrotingstekorten: daar weten ze in Griekenland alles van.

Qua publieke financiën is Spanje er een stuk beter aan toe dan Griekenland. De overheidsschuld ligt op 80 procent van het BBP daar waar Griekenland op het dubbele zit. Qua begrotingsdeficit landde Spanje vorig jaar op 8,5 procent van het BBP, ook een stuk lager dan Griekenland. Maar hier houdt het goede nieuws op want, zoals een IMF-man het onlangs uitdrukte: "Het is bang afwachten of Rajoy zijn Papandreou-moment zal moeten hebben". Daarmede werd gealludeerd op de fameuze bekentenis in oktober 2009 van de toenmalige Griekse eerste minister dat het begrotingstekort van zijn land méér dan het dubbele was dan tot dan toe aangenomen. Zowel op het IMF als bij de Europese Commissie en op de Europese Centrale Bank (ECB) wordt met name gevreesd dat de tekorten en de schulden van de Spaanse regio's en van de staatsbedrijven veel groter zijn dan tot nu toe aangenomen. Er wordt rekening gehouden met verdoken schulden van minstens 100 miljard euro (10 procent van het Spaanse BBP).

Spanje is er slechter aan toe dan Griekenland op twee punten, nl. de werkloosheid en de vastgoedzeepbel. De werkloosheid ligt vandaag globaal op 23 procent in Spanje, bij de jongeren zitten we al ruim boven de 50 procent. Waar gaat dit naartoe bij een uitdiepende recessie?
Spanje kende ook een vastgoedzeepbel die veel uitgesprokener was dan wat zich in Griekenland voordeed. De huizenprijzen stegen tussen 2004 en 2008 met 44 procent en vielen tot nu toe een 15 procent terug. Er zal dus nog een bijkomende punctie a rato van minstens 30 procent moeten komen. Dat zal niet enkel de recessie erger maken maar ook de gezondheid van de banken verder aantasten. Recente rapporten geven aan dat de Spaanse banken minstens 135 miljard euro aan slechte leningen in hun boeken hebben, waarvan drie kwart gerelateerd aan het vastgoed. Tegenover die slechte leningen staan veel te beperkte provisies.

Spanje raakt stilaan gevangen in de Griekse val: er moet gesaneerd worden om de begroting en de schuld niet uit de hand te laten lopen; de uitgavenverminderingen en belastingsverhogingen maken de recessie op korte termijn erger waardoor er opnieuw en nog meer gesaneerd moet worden. De internationale concurrentiepositie van het Spaanse bedrijfsleven is te slecht om groei-soelaas vanuit het buitenland te kunnen aantrekken. De Spaanse loonkosten per eenheid product zitten 25 procent uit koers ten aanzien van de Duitse. Een scenario van snel van kwaad naar erger inzake krimp van de economie dreigt, zeker gezien de weinig florissante internationale economische omgeving.

Spanje is dus nog niet het nieuwe Griekenland maar wel bijna. De schokken die aanhoudende problemen rond Spanje zullen veroorzaken, zullen veel dieper gaan dan de Griekse schokken die we tot nu toe ondergingen: de Spaanse economie is vijf keer groter dan de Griekse. Bij banken doorheen heel Europa kijkt men met grote zorgen naar het Spaans papier in de portefeuille. Bovendien vrezen velen dat als Spanje echt in de rats geraakt, Italië, waar Monti het lastiger krijgt, snel zal volgen. Je hoeft geen aartspessimist te zijn om ook meteen Frankrijk in deze beschouwingen te betrekken.

De weg uit deze impasse? De grote stap vooruit naar de echte politieke unie waardoor men een enorm vertrouwensherstel zou kunnen realiseren. Deze optie lijkt politiek echter minder realistisch dan ooit. Dan blijft enkel de ECB om de geldkranen verder open te draaien en direct en indirect (via de banken) voor de nodige opkoop van overheidspapier te zorgen. De kostprijs daarvan is op termijn echter ook enorm. Wordt de euroconstructie een fuik?

Johan Van Overtveldt

Onze partners