Frank Deboosere
Frank Deboosere
Weerman van de VRT
Opinie

20/10/15 om 08:07 - Bijgewerkt om 11:36

Waarom de zomertijd ons langer in de file doet staan (en we dus beter stoppen met prutsen aan de tijd)

Volgens VRT-weerman Frank Deboosere is het prutsen met de tijd niet meer relevant. Meer zelfs: het brengt ongemakken met zich mee. Een geschiedenis van het spelen met de tijd.

In de nacht van zaterdag op zondag (24/25 oktober 2015) schakelen we over van zomertijd op wintertijd. Om juist te zijn: zondagochtend om drie uur 's ochtends draaien we de klok één uur achteruit, drie uur wordt twee uur. Enfin, beter de klok een uur stoppen om mechanische problemen te vermijden... De overschakeling naar wintertijd heeft drie directe gevolgen: je zal zondagochtend een uur langer kunnen uitslapen, de zon komt vanaf zondagochtend een uur vroeger op en gaat een uur vroeger onder. De wintertijd zal duren tot 27 maart 2016. Dan schakelen we opnieuw over op zomertijd. De huidige regeling voor de zomertijd dateert van 1977. Onder invloed van de economische crisis begon de overheid met de tijd te spelen. Door de uren met zonlicht meer te laten samenvallen met het leefpatroon van de mensen, hoopte men energie te besparen. Ondertussen is dat energie-argument al voltooid verleden tijd. Verschillende studies hebben uitgewezen dat er niet of nauwelijks wordt bespaard en dat de invoering van de zomertijd talrijke nevengevolgen heeft. Ochtendfiles rijden langer in het donker, avondfiles rijden meer in verzengende ozon-hitte, biologische klokken raken ontregeld, de zomerhitte blijft een uur langer hangen in de slaapkamers.

Geschiedenis van de tijd

Vroeger was er geen eenheidstijd in België. Middag, het midden van de dag, was dan het ogenblik dat de zon het hoogst aan de hemel stond. Maar dat verschilde van streek tot streek en varieerde in de loop van het jaar (de tijdvereffening ). Het spoorwegnet zorgde ervoor dat we in 1892 een eenheidstijd kregen, nl. Wereldtijd of UTC (het voormalige Greenwich Mean Time). België ligt immers binnen de tijdzone van de meridiaan van Greenwich. Dat veranderde resoluut tijdens de bezetting. Van 1914 tot 1918 hanteerden de Duitse bezetters hun tijd. Tijdens de winter liep men één uur voor op de Wereldtijd (dus UTC+1), tijdens de zomer zelfs twee uur (UTC+2). Het was met andere woorden de regeling zoals we die vandaag ook kennen. De reden lag voor de hand: om efficiënt handel te kunnen drijven, was de tijdsbinding met Duitsland van levensbelang. Louter economische redenen dus. Dat was duidelijk van het goede teveel. Tussen de twee Wereldoorlogen in schakelde de Belgische overheid over op een gematigder systeem. Tijdens de zomer gingen we één uur vooruitlopen op UTC. In de winterperiode hielden we vast aan UTC, de tijd van Greenwich. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam het systeem van de dubbele zomertijd weer in voege (zoals we het nu kennen). Vanaf 7 oktober 1946 was het dan voorlopig uit met de zomertijd-perikelen. Men koos voor een eenvormig systeem. Er werd niet meer geprutst aan de tijd. Men koos het hele jaar door voor de formule UTC+1. Tot 25 september 1977 werd er niet geraakt aan de klok. We hanteerden de Midden-Europese tijd (UTC+1), winter en zomer. Sindsdien zijn we overgeschakeld op de dubbele zomertijd. In de winter lopen we één uur vooruit op UTC, in de zomer wordt dat twee uur. Dat wil zeggen dat onze zomerse tijd in feite de Oost-Europese tijd is, de tijd van Ankara en Istanbul. Een zomerse middag valt ergens rond 13.45 uur, het warmste ogenblik van de dag verschuift naar 16 à 17 uur. De zomertijd liep vroeger tot het laatste weekend van september. Maar sinds 1996 hebben we er (onder druk van de Britten en de Ieren) nog een maand bijgedaan. De zomertijd loopt tot het laatste weekend van oktober. Concreet: de zon komt dan op rond 8.30 uur. Daarmee wordt een groot deel van de ochtendfiles ondergedompeld in duisternis. Geen wonder dat de files in oktober langer zijn dan ooit...

Problemen

De omschakeling zorgt wereldwijd voor een heleboel ellende en gemiste afspraken. Het is immers een heel ingewikkeld kluwen, want verschillende landen schakelen over op verschillende data. En dat tweemaal per jaar! Het zou veel beter zijn om niet te prutsen met de tijd. Als we zondag allemaal onze klok een uur moeten vooruit draaien, staan we maandag allemaal weer in dezelfde file. Mijn voorstel: laat verschillende economische sectoren 's zomers zelf beslissen of ze al dan niet vroeger willen beginnen. Op die manier spreid je de files. Dat zou pas een echte besparing zijn.

Enkele meningen van experten

'De invoering van het zomeruur leek een goede manier om langer gebruik te maken van gratis zonlicht. Voor milieuorganisaties was dat dan ook een reden om deze maatregel te verdedigen. Helaas blijkt er heel weinig bewijs te zijn dat zomertijd effectief energie bespaart. De zomertijd doet de energiekosten voor verlichting in de namiddag wel degelijk dalen. Maar door verwarming in de ochtend en airconditioning op warme namiddagen wordt dit effect tenietgedaan. De zomertijd is dus geen goede manier om energie te besparen. Betere isolatie, zonnewering, het gebruik van energiezuinige verlichting en energie-efficiënte toestellen zijn een betere keuze.'

Kris Van Rossem, persverantwoordelijke Bond Beter Leefmilieu

'Sommige mensen zijn 's morgens veel fitter dan 's avonds (ochtendmensen), bij anderen is dat net omgekeerd (avondmensen). De biologische klok loopt dus niet bij iedereen gelijk. Deze 'klok' zit in een klein gebiedje in onze hersenen en maakt gebruik van eerdere ervaringen. Als je altijd om 7 uur opstaat, dan zorgt je biologische klok ervoor dat alle processen die nodig zijn om wakker te worden op dat tijdstip worden gestart. Een regelmatig leven maakt het makkelijk om deze processen aan te sturen. Daarom is het beter om niet tussen zomer- en wintertijd te wisselen. Bovendien zijn er meer late dan vroege typen. Zij hebben 's morgens moeite om op gang te komen. Dat probleem wordt nog eens versterkt door de zomertijd. Binnen het vakgebied van de chronobiologie vinden we het dan ook aangewezen om gedurende het hele jaar de wintertijd aan te houden.'

Prof. dr. Domien Beersma, hoofd Chronobiologie aan de Rijksuniversiteit Groningen

Onze partners