Gibbons gebruiken hun lange armen om te springen

22/08/11 om 18:49 - Bijgewerkt om 18:49

Dat gibbons, kleine mensapen, in staat zijn tot uitzonderlijke sprongen, hebben ze niet te danken aan specifieke fysieke eigenschappen, maar aan een speciale techniek waarbij ze hun lange armen naar voren zwaaien.

Gibbons gebruiken hun lange armen om te springen

© Reuters

Dat gibbons - dat zijn kleine mensapen - in staat zijn tot uitzonderlijke sprongen, hebben ze niet te danken aan specifieke fysieke eigenschappen, maar aan een speciale techniek waarbij ze hun lange armen naar voren zwaaien. Dat blijkt uit een studie die onderzoekers van de K.U.Leuven, University of Liverpool en Universiteit Antwerpen uitvoerden in dierenpark Planckendael.

De onderzoekers analyseerden de sprongen van meer dan 5 meter - wat heel wat is voor een aapje van ongeveer 6 kilogram - en kwamen erachter dat de dieren tot deze opmerkelijke prestaties in staat zijn doordat ze hun lange armen naar voren zwaaien. Door deze armzwaai kunnen de gibbons de afstoottijd verlengen. Hierdoor is er meer tijd om kracht te leveren en kunnen ze een grotere afstand overbruggen tijdens een sprong.

De bijzondere springcapaciteiten zijn erg belangrijk voor gibbons die in het wild leven, meer bepaald in het tropische regenwoud in Zuid-Oost-Azië, waar ze veelal op grote hoogte slingeren van de ene naar de andere boomkruin. Als de afstand tussen twee bomen te groot wordt moeten ze namelijk afdalen naar de woudbodem waar ze kwetsbaar zijn voor roofdieren.

Door de toenemende ontbossing zijn vele gibbonsoorten met uitsterven bedreigd. De onderzoeksresultaten helpen om een goede inschatting te maken van de afstand die gibbons kunnen overbruggen van boom tot boom. (Belga/INM)

Onze partners