10/06/12 om 08:31 - Bijgewerkt om 08:31

Onduidelijke reddingsboei voor Spaanse banken

100 miljard voor Spaanse banken vergt van België een engagement van 3,5 miljard euro. Dit komt bovenop de 8 miljard die we reeds dienden in te schrijven naar aanleiding van andere Europese reddingsoperaties.

Onduidelijke reddingsboei voor Spaanse banken

© Reuters

De soap die er aan vooraf ging, was heel déja vu. Spanje ontkende tot in de loop van vorige week in alle toonaarden dat het hulp nodig had terwijl de buitenwereld, inclusief de Amerikaanse president Obama, openlijk stelde dat Spanje wel dringend hulp behoefde. Het ging met Griekenland, Ierland en Portugal ook zo en het zal in de toekomst in dergelijke omstandigheden ook zo gaan. Uiteindelijk kwamen de Europese ministers van Financiën zaterdag telefonisch tot het principële akkoord om tot maximaal een lening van 100 miljard euro uit te trekken om de Spaanse banken overeind te helpen houden. Enkele uren nadien vroeg Spanje dan formeel om hulp.

Het IMF adviseerde eerder om minimaal 40 miljard te doen, liefst meer omwille van de nog te verwachten bijkomende verliezen in de nabije en iets verdere toekomst. De Spaanse banken zitten zwaar in nesten als gevolg van de diepe vastgoedcrisis en van de gevolgen van de zware recessie die het land treft. Als gevolg van deze twee calamiteiten escaleren de verliezen op uitstaande kredieten.

Het feit dat er een bedrag voorzien wordt dat méér dan het dubbele is dan wat het IMF naar voren schoof, is een positieve zaak. Too little, too late was tot nu toe hét kenmerk van vele beleidsinitiatieven gericht op de beteugeling van de crisis in de eurozone. Daardoor verergerde de crisis vaak in het spoor van de opgezette beleidsinterventies. Maar zelfs rond die 100 miljard euro rijzen al onmiddellijk vraagtekens. Zakenbank JP Morgan gewaagt van mogelijk 150 miljard euro nodig om de Spaanse banken te stabiliseren. Diverse andere analysten gaan in dezelfde richting. Het is een feit dat zowel de vastgoedcrisis als de recessie nog lang niet voorbij zijn in Spanje. Naast de onzekerheid rond het bedrag dienen nog minstens drie kritische bedenkingen rond het principiële telefonisch akkoord te worden geformuleerd.

Ten eerste, hoe gaat het allemaal gemonteerd worden? De lening voor de Spaanse banken zou zowel van het huidige voorlopige noodfonds (EFSF) als toekomstige definitieve noodfonds (ESM) moeten komen. Het is dus finaal de Europese belastinsgbetaler die zich sterk maakt voor de kredietverlening aan de Spaanse banken. De specifieke modaliteiten zijn absoluut nog niet duidelijk, onder meer, en niet in het minst, welke de rol van de Europese Centrale Bank (ECB) bij dit alles gaat zijn. Vooral in Duitsland gingen de voorbije dagen duidelijke stemmen op die een directe interventie van EFSF/ESM niet zagen zitten, tot en met van de voorzitter van de parlementaire fractie van de CDU van kanselier Merkel zelf. Afwachten dus hoe politiek Berlijn hier de komende uren en dagen verder mee omgaat.

Ten tweede, welke voorwaarden zijn er verbonden aan deze krediettoezegging van 100 miljard euro? Blijkbaar is aan Spanje gevraagd haar banksector grondig te saneren. Tja, daar kan je natuurlijk alle kanten mee uit. Vragen staat immers vrij. Het voornaamste probleem in de Spaanse bankwereld is dat van de regionale spaarbanken, de zogenaamde cajas (waaronder Bankia). Deze instellingen zijn door en door corrupt en meestal financiële verlengstukken van lokale politieke bonzen en hun cronies uit de privé-sector. Gaat de regering Rajoy hier hard ingrijpen en de augiusstallen uitdweilen? Zo ja, dan staan, bijvoorbeeld, ook de voetbalclubs Real Madrid en Barcelona voor een omwenteling. Direct en indirect kwam nogal wat financiering voor hen uit de cajas-hoek.

Hoe dan ook is het uitkijken geblazen naar de twee onafhankelijke audits van de Spaanse banksector die later deze maand zullen afgerond worden.

Ten derde, er wordt door Europa duidelijk met twee maten en twee gewichten gemeten. Ierland werd in 2010 ook getroffen door een bankencrisis als gevolg van waanzinnige toestanden in de vastgoedsector. Het feit dat de Ierse overheid al te snel een algemene overheidsgarantie over de banksector uitspreidde, is in dezen niet echt relevant want impliciet geldt die garantie vanuit de Spaanse overheid ook voor haar banken. Ierland kreeg wel een zwaar regime opgelegd terwijl het economisch een gezondere basistructuur had dan Spanje vandaag heeft (vergelijk, bijvoorbeeld, de werkloosheid). Het argument dat er een onderscheid moet gemaakt worden tussen kredietverlening aan een land (als Ierland bijvoorbeeld) en een organisme dat instaat voor de herstructurering van de Spaanse banken, namelijk FROB, klinkt ingenieus maar houdt geen steek. FROB behoort aan de Spaanse overheid en sowieso draagt de Spaanse overheid de verantwoordelijkheid voor de supervisie op en continuïeteit van haar bankwezen.

Spanje krijgt duidelijk een voorkeursbehandeling en dit gegeven hangt uiteraard samen met de omvang van het land. Een default van kleine landen als Griekenland (en Ierland en Portugal) is één zaak, een default van een land als Spanje een totaal andere. De Spaanse economie, goed voor 12 procent van het BBP van de eurozone, is twee keer zo groot als die van die drie kleine landen tesamen. Spaanse bewindslui weten dat de partners rond de tafel het in hun broek doen bij de gedachte van een implosie van het Spaanse banksysteem, niet in het minst omwille van de tegoeden van de banken in andere eurolanden op Spaanse banken (en op de Spaanse overheid).

Vanuit die wetenschap spelen de Spaanse onderhandelaars een machiavellistisch spel: hoe ver kunnen we gaan om onze visie en onze modaliteiten aan de anderen (die met klamme handjes rond tafel of aan de telefoon zitten) op te dringen? Het is duidelijk dat Spanje zijn slag meer thuis haalde dan de kleinere landen die hen voorgingen in de bedeltocht om Europees geld.

Tot slot nog een bedenking in verband met de gevolgen voor België.

Vermits België verantwoordelijk is voor, afgerond, 3,5 procent van de middelen van zowel EFSF als ESM vertegenwoordigt een reddingsoperatie van 100 miljard via deze noodfondsen een engagement voor België van 3,5 miljard euro. Het grootste stuk daarvan komt onder vorm van garanties voor de leningen die EFSF en ESM zullen aangaan om de Spaanse banken te helpen. Die hoeft niet ingeschreven te worden als à fonds perdu maar laat u niet misleiden door verklaringen die het allemaal minimaliseren. België gaat hier een risicovol engagement aan ten belope van 3,5 miljard euro. Een lening moet in principe teurgbetald worden, maar laten we toch niet vergeten dat de kredietwaardigheid van Spanje redelijk dubieus geworden is.

Dat is de enige realiteit die deel uitmaakt van een bredere realiteit die we rechtstreeks van de website van het EFSF plukken. In totaal keerde het EFSF reeds 135 miljard euro uit aan Griekenland, Portugal en Ierland. 89 miljard euro ligt klaar om aan deze drie landen bijkomend uit te keren. In totaal 224 miljard oftewel een engagement van 8 miljard euro. Met de 100 miljard voor de Spaanse banken en ons aandeel van 3,5 miljard euro daarin staat onze teller dus op 11,5 miljard euro. Allemaal in het kader van kredieten aan landen met minstens zwaar gehavende kredietwaardigheid. In het geval van Griekenland zal er zeker verlies moeten genomen worden.

Last but not least, zoals Geert Noels terecht opmerkt op Twitter, rijst de vraag: als de Spaanse banken op dergelijke wijze pan-Europese financiering kunnen krijgen, waarom dan, bijvoorbeeld, Dexia niet? Iedereen is het er over eens dat een implosie van Dexia zware gevolgen voor heel de eurozone zou hebben.

Johan Van Overtveldt

Onze partners