Tom   Vandyck
Tom Vandyck
Tot 2014 correspondent in de VS voor Knack.be
Opinie

11/07/12 om 05:28 - Bijgewerkt om 05:28

Mitt Romney, het Monopoly-mannetje

Een statige villa te midden een uitgestrekt domein aan zee. Een exclusief feest. Rijke gasten die opgewonden af en aan rijden. Plaats van het gebeuren: de Hamptons op Long Island, waar de rijken van New York verkoeling zoeken in de zomer.

Mitt Romney, het Monopoly-mannetje

© Reuters

Klinkt als een scène uit 'The Geat Gatsby'? Inderdaad. En afgelopen weekend was dat het decor voor een reeks fundraisers voor de Republikeinse VS-presidentskandidaat Mitt Romney.

Drie van die onderonsjes hield hij er. Wie erbij wilde zijn, moest 25.000 tot 75.000 dollar bijdragen aan Romney's campagnekas.

Dat op zich is niet uitzonderlijk, maar deze fundraisers waren van zo'n ostentatieve patserigheid dat je jezelf afvraagt of Romney zich niet beter maar meteen een hoge hoed en een pitteleir zou aanmeten, kwestie van er helemaal uit te zien als Rich Uncle Pennybags, het mannetje op het Monpoly-bord.

De verslagen in de Amerikaanse pers waren alvast om je vingers af te likken. Romney's campagnehulpjes die de stoet BMW's, Mercedessen, Ferrari's en Bentley's slechts node de poorten in kregen. Een Rolls Royce die voorzichtig om een groepje Occupy-betogers heen laveerde. Een dame die uit het raampje van haar zwarte range Rover ging hangen om met enige aandrang te vragen waar de VIP-ingang was, want zij was een VIP, dat spreekt.

Jezelf zo belangrijk voelen dat je zelfs in een stoet Ferrari's en Bentley's voor meent te mogen, het getuigt op zijn zachtst gezegd van een gezond zelfbeeld.

De eerste fundraiser ging door op het landgoed van Ronald Perelman, miljardair, financier en grote baas van het cosmeticamerk Revlon. Zijn stulpje heeft 40 kamers, negen open haarden en anderhalve kilometer waterkant. Zijn personeel draagt een uniform met het logo van het landgoed. Er komt nu eenmaal een punt waarop je huis zo groot wordt dat je onmogelijk nog weet wie je kok of je poetsvrouw is.

Vervolgens begaf Romney zich naar het huis van Clifford Sobel, de voormalige Amerikaanse ambassadeur in Brazilië. Hoogtepunt van de dag was een diner ten huize van David Koch, industrieel, multimiljardair en samen met zijn broer Charles eigenaar van Koch Industries, het op één na grootste niet-beursgenoteerde bedrijf van de VS. Met hun gulle miljoenengiften zijn de gebroeders Koch de absolute patroonheiligen van de Tea Party.

"Ik denk niet dat de gewone mensen het snappen", zei één anonieme dame aan de Los Angeles Times. "Mijn kind op de universiteit, de babysitters, de dames van het beautysalon - iedereen die stemrecht heeft - ze snappen niet wat er aan de gang is. Als je een lager inkomen hebt, ben je ten eerste niet zo goed opgeleid en ten tweede begrijp je niet hoe het system werkt."

Pak aan, gepeupel!

"Als u hier bent, dan hebt u het over het algemeen best oké", zei Romney op één van zijn fundraisers, met het understatement van de dag. "Ik maak me niet te veel zorgen over zij die hier zijn."

Wat natuurlijk gelogen is. Een dag later stelde Barack Obama voor om nu eindelijk eens een keer een einde te maken aan de onnodige belastingsverlaging voor de rijken die George W. Bush tien jaar terug doorvoerde en die sindsdien een indrukwekkend gat in de Amerikaanse schatkist heeft geslagen.

Obama probeert dat al vier jaar, maar kreeg van de Republikeinen keer op keer het deksel op de neus. Vervolgens maakte hij dan een compromis met hen, wat er grosso modo op neer kwam dat hij hun zin deed. Waarna zij hem verweten dat hij een socialist was.

De Republikeinen waren er dan ook deze keer weer als de kippen bij om te stellen dat het over hun dood lijk zou zijn.

Dat hoeft natuurlijk niet te verwonderen. Republikeinen zeggen wel dat ze heel erg bekommerd zijn over de armen en de middenklasse, maar als je naar hun daden kijkt in plaats van naar hun woorden, dan is er klaar en duidelijk maar één soort mensen waar zij zich echt zorgen over maken, en dat zijn de rijken.

'Job creators' noemen ze die: verlaag hun belastingen en ze doen de economie vanzelf draaien. Dat ouwe verhaal klinkt leuk, maar het klopt niet. Lagere belastingen zetten die banenscheppers niet aan tot het scheppen van banen. Na tien jaar Bush-belastingsverlagingen ligt de Amerikaanse werkloosheid op haast tien procent.

Enfin, het was allemaal niet half zo dodelijk geweest als het niet net in de week geweest was dat van Romney, die op zijn jetski zat in zijn buitenverblijf in New Hamsphire, ook nog eens bekend werd dat hij er een reeks bankrekeningen en postbusfirma's op na houdt in Zwitserland, Luxemburg, Bermuda en de Kaaimaneilanden.

Probeer zo'n man maar eens extra te belasten. Je kúnt het niet eens, want zijn geld is niet te vinden. Laat staan dat hij er banen mee creëert.

Dat dus terwijl er, om maar één ding te noemen, nog steeds tienduizenden menen in de buurt van Washingon DC zonder stroom zaten, omdat de overheden in dit land zo armtierig zijn dat ze zich niet kunnen veroorloven om de elektriciteitsleidingen onder de grond te steken, zoals in andere beschaafde landen.

Stroomkabels hangen hier aan krakkemikkige paaltjes boven de grond, zoals bij ons in de fifties. Als er een boom op waait, gaan de lichten uit en zitten mensen middenin een hittegolf zonder airco en koelkast. Dat kostte in de VS de afgelopen week tientallen doden. En reken maar dat dat geen miljonairs waren.

Om maar te zeggen: het getuigt allemaal van een duizelingwekkend gebrek aan gêne. De Amerikaanse presidentscampagne heeft - alweer - een heel nieuw niveau van decadentie bereikt.

Onze partners