'Als parlementslid kun je niet alleen doen wat je het leukst vindt' (Marianne Thyssen)

11/06/13 om 15:42 - Bijgewerkt om 15:42

Ze zou nooit meer CD&V willen leiden maar ze heeft er toch geen spijt van dat ze het gedaan heeft. 'Er is echt niet veel dat ik anders zou doen als ik nu aan het begin van mijn loopbaan zou staan', zegt Europees parlementslid Marianne Thyssen.

'Als parlementslid kun je niet alleen doen wat je het leukst vindt' (Marianne Thyssen)

© Filip Van Roe

'Toen ze me in 2008 voor het voorzitterschap vroegen, had mijn partij het moeilijk en dus vond ik dat ik mijn verantwoordelijkheid moest opnemen. In tegenstelling tot wat iedereen lijkt te denken, heb ik er tot op vandaag geen spijt van dat ik het heb gedaan. Echt niet. Alleen stond ik er niet voor te springen, want daarvoor deed ik mijn werk hier in het Europees Parlement veel te graag. Maar als parlementslid kun je niet alleen doen wat je het leukst vindt; je hebt ook een rol te spelen in je partij. Zodra ze me ervan hadden overtuigd dat ik op dat moment de meeste geschikte persoon was om partijvoorzitter te worden, heb ik met volle overtuiging toegestemd. Ik vond dat ik het móést doen.'

'Al wist ik natuurlijk dat mijn pad niet over rozen zou gaan. Na loodzware regeringsonderhandelingen waren we uiteindelijk zonder akkoord over een volwaardige staatshervorming in de federale regering gestapt. Amper was ik voorzitter of ik moest al tot 's avonds laat zitten onderhandelen over een dossier waar de anderen al een jaar mee bezig waren. En om de zoveel weken was het grote crisis. Niet gemakkelijk.'

'Maar tijdens mijn voorzitterschap heb ik ook ongelooflijk veel steun gekregen van de basis van onze partij en van de mensen om mij heen. Ik heb zelfs een paar heel mooie momenten meegemaakt. Zoals eind september 2008, op een partijcongres dat eigenlijk over vernieuwing had moeten gaan. Ik zou de inhoud van CD&V eens goed aanpakken. (lacht) Het is anders gelopen. Een week ervoor zei onze toenmalige kartelpartner N-VA de steun aan de federale regering op en stonden wij voor een groot dilemma: doorgaan of niet. Dat congres, waar meer dan duizend leden op af waren gekomen, ging dus plots over iets helemaal anders dan partijvernieuwing. Samen met de rest van de partijtop heb ik er toen voor gepleit om ons werk in de regering voort te zetten, en uiteindelijk kregen we daarvoor de steun van tachtig procent van de aanwezigen. Fantastisch vond ik dat: al die mensen waren met grote vragen en twijfels binnengekomen, hadden geluisterd en gediscussieerd en uiteindelijk een wijze beslissing genomen. Als je zo'n machine in één namiddag in beweging kunt krijgen, moeten er in onze partij wel veel redelijke en wijze mensen zitten. Ja, die dag was ik een heel gelukkige voorzitter.'

'Maar voor alle duidelijkheid: ik heb de partij geleid, ik heb daar totaal geen spijt van, maar een tweede keer hoeft voor mij echt niet.' (APE)

De andere dingen die Marianne Thyssen nooit (meer) zou doen, leest u deze week in Knack.

Lees meer over:

Onze partners