Manu Claeys
Manu Claeys
Voorzitter stRaten-generaal
Opinie

18/08/14 om 10:35 - Bijgewerkt om 10:35

'Oosterweel zal Antwerpenaar altijd verdelen: bevraag ons over Meccano en Ringland'

BAM, Antwerpen en Vlaanderen denken dat meer communiceren over Oosterweel mensen zal overtuigen. 'Maar ze communiceren intussen al tien jaar, waarom zou 'beter' of 'meer' communiceren nog een verschil maken', vragen Manu Claeys en Peter Verhaeghe van stRaten-generaal. 'Waarom geen enquête organiseren over de Meccano en Ringland?'

Delen

Antwerpen zal altijd verdeeld blijven over Oosterweel: bevraag ons over Meccano en Ringland

Vorige week tekenden duizenden Antwerpenaren formeel bezwaar aan tegen de Oosterweelverbinding. Tijd om nog eens een enquête vrij te geven die aantoont dat er wel degelijk een maatschappelijk draagvlak bestaat voor het project, moet het stadsbestuur gedacht hebben.

Vreemd genoeg kregen we bij de enquêteresultaten enkel politieke duiding, geen analyse door het onderzoeksbureau. Dat is ongebruikelijk en wellicht ook de reden waarom de analyse er zo naast zit, gelet op de voorgelegde cijfers.

Reeds jaren voeren actiegroepen aan dat er voor Oosterweel geen draagvlak is, waarmee ze bedoelen: Antwerpen is verdeeld over de merites van de nieuwe snelweg en zal dat altijd blijven, zelfs na eventuele oplevering ervan. Dit beeld wordt volledig bevestigd in de enquête. De verdeeldheid loopt ook al jaren langs voorspelbare lijnen: wie dicht bij de Oosterweel woont (een derde van de geënquêteerden) blijkt vooral tegen, wie vaak de auto gebruikt is eerder voor. Niets nieuws onder de zon: bij de volksraadpleging kwam eenzelfde verdeeldheid naar boven, die ten dele samenvalt met centraal wonend (bv. Borgerhout) en voorstedelijk wonend (bv. Wilrijk).

Commentaar van het bestuur: 'dat is logisch'. Minder logisch is echter de conclusie die de stad eraan verbindt: 'er is een grote - weliswaar stille - groep Antwerpenaren die wil dat we zo vlug mogelijk de Oosterweel bouwen'. Het bestuur komt tot deze conclusie door de enquêtecategorieën 'helemaal mee eens (of oneens)' en 'eerder mee eens (of oneens)' samen te voegen. Zowel de Vlaamse regering als het Antwerpse stadsbestuur maken al bijna een decennium deze kapitale fout: ze filteren uitgesproken weerstand weg met verwijzing naar een lauw onthaal bij anderen. Het is een klassieke politieke manier om de eigen overtuiging een populair mandaat te geven, die - ook deze keer - nog versterkt wordt door tegelijk terug te vallen op een 'stille meerderheid'. Wat dat laatste betreft: bij elke voorgelegde vraag antwoordde bijna de helft van de respondenten dat ze geen mening hadden.

Kijken we in de enquête naar de categorieën van Antwerpenaren die wel degelijk een uitgesproken mening hebben over de kwestie, dan zien we bij de drie relevante vragen stadsbreed telkens een meerderheid die zich uitspreekt tegen de Oosterweelbeslissing. Op de vraag 'is Oosterweel goed voor de Antwerpenaar' antwoordt 20% 'helemaal niet' en 17% 'helemaal wel'. Op de vragen 'goed voor mijn buurt' en 'voor mijn persoon' wordt dat telkens eenzelfde 20% tegen nog amper 11%. Draagvlak? We dachten het niet: deze verhoudingen zijn nog negatiever voor Oosterweel dan ten tijde van de volksraadpleging. Zelfs veraf wonenden blijken hier sceptisch.

De enquête bevestigt dus wat al jaren geweten is en ook bij de volksraadpleging tot uiting kwam: ongeveer een derde van de Antwerpenaren heeft een uitgesproken mening over Oosterweel, en een meerderheid daarvan lust het plan niet. Het bestuur reageert op die vaststelling met een grijs gedraaide plaat: 'er is nog heel wat werk voor de boeg om mensen te overtuigen, en dus zullen we onze verantwoordelijkheid opnemen om correct te informeren'. Blijvende weerstand tegen het Oosterweelplan: voor de overheid blijkt dat telkens het gevolg van onvoldoende communicatie. Ze verliest hier echter twee dingen uit het oog.

Eén: BAM, stad en Vlaanderen communiceren intussen al tien jaar, waarom zou 'beter' of 'meer' communiceren nog een verschil maken? Twee: ook de actiegroepen blijven uiteraard communiceren en informeren.

De meest relevante conclusie van het stadsbestuur is ons inziens de volgende: 'De enquête bewijst dat we een oplossing moeten vinden die de belangen van buurtbewoners, bedrijven, pendelaars, stedelingen en randbewoners met elkaar verzoent.' Het moge duidelijk zijn dat Oosterweel deze oplossing niet kan bieden. We menen dat daarentegen voor het alternatieve Meccanotracé als bypass door de haven wel een draagvlak bestaat, waarmee we bedoelen: hier ligt een plan dat erin kan slagen de stad te verenigen. Voor de leefbaarheid komt het immers als beste optie uit het milieueffectenrapport, het biedt oplossingen voor de doorstroom van verkeer en het hypothekeert het overkappen van de ring (Ringland) niet.

We hebben de indruk dat overheden in dit dossier draagvlak voor een snelle oplossing verwarren met draagvlak voor de Oosterweelverbinding. Meerderheidspartijen blijven terugvallen op 'de mensen willen dat de schop in de grond gaat'. Tegenstanders van Oosterweel willen echter ook dat de schop in de grond gaat, zij het elders (tracé) en op een andere manier (overkapping).

We doen een suggestie: waarom geen enquête organiseren over de Meccano en Ringland? Er is evenwel een belangrijke randvoorwaarde hierbij, waartoe politici zélf de stap moeten durven te zetten. Reeds jaren houden politieke pleitbezorgers van de Oosterweelverbinding voor aan de bevolking dat bij loslaten van de Oosterweelverbinding een halve ramp staat te gebeuren: schadeclaims, het parlement dat de geldkraan dichtdraait, het failliet van de haven, commerciële leegloop van Antwerpen, eeuwigdurende files, enzovoort. Mensen enquêteren met het mes op de keel: het komt dicht in de buurt van chantage en het beïnvloedt de resultaten.

Leg aan mensen die andere vragen voor, over Meccano en Ringland. Zeg daarbij als overheid ook: we zullen niet langer tegenwerken, wanneer jullie vinden dat deze plannen zo snel mogelijk gerealiseerd moeten worden. Pas dan zal je echt een maatschappelijk draagvlak hebben.

Manu Claeys en Peter Verhaeghe, voor stRaten-generaal

Onze partners