Meer zittenblijvers in gemeenschapsonderwijs

15/10/12 om 07:28 - Bijgewerkt om 07:28

(Belga) Het gemeenschaps- en stedelijk onderwijs laat opvallend meer leerlingen dubbelen dan het katholieke net. In katholieke scholen moet ongeveer 4 procent van de leerlingen het jaar over-doen, bij het GO zo'n 10 procent. Dat schrijft De Morgen, op basis van cijfers die Vlaams parlementslid Boudewijn Bouckaert (N-VA) in handen kreeg.

Terwijl het aantal B-attesten (waarbij de leerling van een secundaire school wel slaagt maar toch een andere richting moet kiezen) in alle onderwijsnetten rond de 7 procent bedraagt, valt er bij het percentage zittenblijvers een enorme kloof op tussen de koepels. In het katholiek onderwijs kreeg de afgelopen jaren ongeveer 1 leerling op 25 een C-attest. In het onderwijs van de steden en gemeenten (OVSG) was dat zowat een op tien. Ook in het gemeenschapsonderwijs (GO) schommelde het aantal rond de 10 procent. "Katholieke scholen trekken over het algemeen een sterker leerlingenpubliek aan, kinderen van hogeropgeleiden met een grotere voorkennis", verklaart experte Bieke De Fraine (KU Leuven). Ook de strengere selectieprocedure zou meespelen. Strikt genomen mogen scholen geen leerlingen weigeren bij de inschrijvingen, maar volgens onderwijsdeskundigen gebruiken vooral katholieke scholen soms subtiele trucjes om zwakkere leerlingen te weren. Zoals gesprekken met de ouders waarin de inschrijving wordt afgeraden in het 'belang' van het kind. (MVL)

Onze partners