'Er is nu genoeg bespaard op het pensioenbedrag van werklozen en bruggepensioneerden'

11/11/16 om 16:09 - Bijgewerkt om 17:16

Een lager pensioen voor werklozen kan helpen om mensen aan te moedigen toch weer te gaan werken. Maar weinig mensen kiezen voor werkloosheid, zegt Liesbet Sommen (CD&V). Het kan dan ook niet de bedoeling zijn op hun pensioen te blijven besparen.

'Er is nu genoeg bespaard op het pensioenbedrag van werklozen en bruggepensioneerden'

© iStock

Mag iemand die langdurig werkloos was of brugpensioen (SWT) nam, een even hoog pensioen ontvangen als iemand die bleef werken? Het feit dat langdurig werklozen aan het eind van de rit een even hoog pensioen konden krijgen als werkenden, stootte in het verleden wel eens tegen de borst.

Maar de meningen lopen daarover uiteen. Critici zullen zeggen dat het beleid om meer mensen aan het werk te krijgen ontmoedigd wordt, wanneer niet werken hetzelfde pensioen kan opleveren als werken. Tegelijkertijd mag men ook niet uit het oog verliezen dat werkloos zijn of op brugpensioen gestuurd worden, heel vaak geen eigen keuze van de werknemer is. Moet die dan dubbel gestraft worden en ook nog eens pensioen verliezen?

De regering-Di Rupo zocht zich al een weg naar het delicate evenwicht tussen beide waarheden. De derde en laatste periode van de werkloosheid werd vanaf toen nog slechts meegeteld aan het minimumloon. Niet meer op basis van het laatst verdiende loon voordat de werkloosheid aanving dus. Hetzelfde werd destijds al ingevoerd voor brugpensioenperiodes die jonger dan 60 jaar worden opgenomen. Op die manier krijg je een minder hoog pensioen door niet werken, dan door werken.

Door die maatregel moest men niet langer werken. De periodes van werkloosheid en brugpensioen telden wel gewoon nog mee om te voldoen aan de voorwaarde van 42 jaar loopbaan (gecombineerd met een leeftijd van 63 jaar) om op pensioen te mogen gaan.

De huidige regering is op datzelfde pad verder gegaan. Voor het brugpensioen worden nu alle periodes nog slechts meegeteld aan het minimumloon. Voor werkloosheid wordt nu ook de tweede periode zo berekend, en niet meer alleen de derde.

Daarmee is genoeg ingezet op het verlagen van het pensioen van werklozen en bruggepensioneerden. Terecht levert werken meer pensioen op dan niet werken. Maar het afnemen van pensioen is niet dé manier om inactiviteit te ontmoedigen. Zonder misbruiken in de marge te willen negeren: werkloos worden is geen keuze, het overkomt je.

We moeten er in de eerste plaats voor zorgen dat wie werkloos wordt, een sluitende begeleiding naar de arbeidsmarkt krijgt. Philippe Muyters (N-VA) is daar als minister van Werk in de Vlaamse regering voor bevoegd. Wie manifest niet meewerkt aan die toeleiding naar werk, krijgt vandaag al een schorsing van de werkloosheidsuitkering.

Het brugpensioen wordt vandaag al ontmoedigd door de optrekking van de intredeleeftijden naar 60 of 62 jaar en door de bijdragen die de werkgevers moeten betalen op de bedrijfstoeslag die ze moeten betalen. Immers, SWT of brugpensioen wordt ook door werkgevers gehanteerd om oudere, en dus duurdere werknemers op een goedkope manier te ontslaan. De regering besliste recent om brugpensioen daarom opnieuw duurder te maken voor de werkgevers.

We zorgen er in Vlaanderen vandaag dus al voor dat alleen zij die het echt nodig hebben, langdurig van werkloosheid gebruik kunnen maken. Er is dus geen reden om nog verder in te grijpen op het pensioenbedrag van mensen die willens nillens een tijdje werkloos moeten zijn. Dat zou een onredelijke bestraffing zijn.

Onze partners