Opinie

Kenneth De Beckker

‘Zien we het begin van een duurzame hernieuwde interesse in de beurs?’

Kenneth De Beckker Universitair docent finance aan de Open Universiteit en de KU Leuven

Kenneth De Beckker staat stil bij de hernieuwde interesse van jongeren in de beurs.

De laatste tijd blijkt het grote publiek de beurs herontdekt te hebben. De hernieuwde interesse in de beurs vinden we ook bij heel wat jongeren terug. Uit een recente studie van de FSMA blijkt zelfs dat jongeren het afgelopen jaar tot de grootste categorie van nieuwkomers op de beurs behoorden. Met 12.800 twintigers verdubbelde hun aantal ten opzichte van 2019, toen er nog maar 5.500 jongeren onder de 30 jaar tot de groep van de nieuwe beleggers behoorden. Een evolutie die we in het kader van een persoonlijke en financiële zelfontwikkeling alleen maar kunnen toejuichen, maar zullen ze ook blijven? We spreken hier immers over een evolutie van de laatste twee à drie jaar die plaatsvond na meer dan een decennium van globaal sterke beursprestaties en jaren van desinteresse. Hiervoor loont het de moeite om even stil te staan bij de stuwende krachten van deze hernieuwde interesse in de beurs.

Corona lockdown

De coronapandemie bleek voor heel wat Belgen het moment om eindelijk zijn of haar spaargeld aan het werk te zetten. Er was niet alleen de ontzettend snelle daling na de start van de crisis die voor een unieke koopopportuniteit zorgde, maar er was ook de toegenomen tijd om zich in de beurs te verdiepen. Jongeren, die sowieso vatbaarder zijn voor vernieuwingen, hebben toen massaal hun kans genomen en werden relatief snel beloond met een spectaculair beursherstel. Psychologisch een opsteker dus, al mag er niet te snel vanuit gegaan worden dat de returns in de maanden na de coronacrash nog snel herhaald zullen worden. De beurs kent ook immers lange periodes van amper of geen rendement. De beurs is immers bij uitstek een spaarinstrument voor de lange termijn, met soms scherpe koersschommelingen op korte termijn. Bemoedigend alvast is dat twintigers in tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt iets standvastiger zijn dan andere leeftijdscategorieën. Zo hebben ze volgens de cijfers van de FSMA eind december 2021 nog 50% van de in 2020 aangekochte financiële instrumenten, terwijl dat voor dertigers en veertigers maar 30% bedraagt.

Lage spaarrentes en hoge inflatieverwachtingen

De spaarrentes zijn al jaren ontzettend laag, waardoor het voor de Belgische spaarder al lang een onmogelijke opdracht is om de koopkracht van zijn opgespaarde kapitaal te behouden. De recente opstoot van de inflatie heeft het proces van de verarming van de sparende Belg alleen nog maar versneld.Voor velen vormt dit gecombineerd met de mooie beursreturns van het afgelopen decennium ook de directe aanleiding om een eerste stap op de beurs te zetten. Zeker bij jongeren lijkt dit het geval. Hun risicoaversie is vaak minder groot aangezien zij het trauma van het uiteenspatten van de dotcombubbel of de bankencrisis van 2008 vaak niet (bewust) meegemaakt hebben. Om op basis van cijfers die berusten op een evolutie van de laatste 2 à 3 jaren al conclusies te trekken is het misschien nog iets te vroeg. Een eerste kiem is alvast gezaaid, afwachten hoe deze zich de komende jaren verder zal ontwikkelen. De lage spaarrentes en hoge inflatieverwachtingen zijn mogelijks factoren die ook in de toekomst nog stuwende factoren zullen zijn. De toegenomen geopolitieke spanningen en de impact van de klimaatveranderingen zullen daarentegen in de komende jaren voor nog heel wat volatiliteit op de beurzen zorgen. Een nieuwe realiteit waar iedere belegger mee rekening zal moeten houden.

Toegankelijkheid van de beurs

De digitalisering heeft de beurs toegankelijker gemaakt. Vandaag de dag kan je de beurs raadplegen met je smartphone. De kostprijs van transacties is als gevolg hiervan  gevoelig gedaald en de keuze aan markten en informatie toegenomen. Uit cijfers van de FSMA blijkt dan ook dat de twintigers van vandaag ook meer internationaler beleggen. Terwijl de gemiddelde Belgische belegger in de leeftijdscategorie 60-69 35,71% in Belgische aandelen investeert en maar 27,64% in niet-Europese is dat bij jongeren tussen 18 en 29 jaar respectievelijk 26,9% (Belgische aandelen) en 49,1% (Niet-Europese aandelen). De lagere  ‘home bias’ bij jongeren is een goede zaak aangezien uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat een meer internationaal gebalanceerde portfolio vaker tot een betere risico-return relatie leidt.  

Samengevat kunnen we stellen dat de drijvende factoren die de voorbije jaren (jonge) mensen naar de beurs brachten voor een stuk ook de komende jaren aanwezig zullen zijn en dus stuwende krachten blijven vormen. Niettegenstaande hebben veel van de nieuwe beleggers nog geen crash meegemaakt van het kaliber dat we zagen bij het uitbreken van de coronapandemie. De huidige correctie die we op de beurs zien en de mogelijks lange periode van een manisch-depressieve markt met gemiddeld lage of zelfs negatieve marktreturns vormen als het ware een eerste test. Hoe de nieuwe generatie hiermee omgaat zal dus bepalend zijn of we al dan niet definitief een generatie voor de beurs gewonnen hebben. Laten we nu alvast de eerste kiemen van de herontdekking van de beurs koesteren. Hopelijk is dit de voorbode van een generatie ouders die de beurs ook definitief een plaats geeft in de financiële opvoeding van de volgende generatie.

Kenneth De Beckker is als universitair docent financiële economie en expert financiële geletterdheid verbonden aan de Open Universiteit en de KU Leuven.

Partner Content