Johan Van Overtveldt en Peter Praet meten de crisis: ‘Doe nu vooral niets met uw spaargeld’

Peter Praet en Johan van overtveldt: ‘Europa heeft zelf de inflatie gecreëerd.’ © FRANKY VERDICKT
Walter Pauli Redacteur Knack
Ewald Pironet Senior writer van Knack

De ene was directeur van de Europese Centrale Bank, de andere minister van Financiën. Hoe kijken Peter Praet en Johan Van Overtveldt naar de nijpende inflatie?

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

‘Ik wil niet pessimistisch zijn’, zegt Peter Praet meermaals tijdens het interview. We weten allemaal wat dat betekent: hoe vaker iemand dat herhaalt, hoe onheilspellender de boodschap wordt. ‘We beleven vandaag een perfect storm, er komt een aantal zaken samen die ervoor zorgen dat we in een bijzonder moeilijke financieel-economische situatie zitten’, zegt Praet. ‘Ik denk dat de kans groot is dat we in Europa in een periode van stagflatie terechtkomen: een combinatie van vrij hoge inflatie en lage groei. Dat is het slechtste wat ons kan overkomen.’ Johan Van Overtveldt gaat nog een stap verder: ‘Ik vrees dat we zelfs afstevenen op een krimpflatie: een vrij hoge inflatie met een krimpende economie.’ Praet: ‘Dat zou nóg slechter zijn.’

© FRANKY VERDICKT

Peter Praet was van 2012 tot 2019 hoofdeconoom bij de Europese Centrale Bank (ECB) en de architect van het even opmerkelijke als bekritiseerde geldbeleid dat ECB-voorzitter Mario Draghi voerde: een uiterst lage rente moest de economie aanzwengelen en de inflatie naar 2 procent brengen, al werd die laatste doelstelling nooit waargemaakt. Praet heeft er dus voor gezorgd dat de rente op uw spaarboekje zo goed als nul procent bedroeg en dat u spotgoedkoop kon lenen. Johan Van Overtveldt (N-VA) was van 2014 tot 2018 minister van Financiën in de regering-Michel en zit nu in het Europees Parlement. Daar is hij intussen voorzitter van de Commissie Begroting. Hij heeft zich altijd kritisch opgesteld ten aanzien van het monetaire beleid van de ECB. Beide mannen hebben een uniek zicht op wat elke Europese burger vandaag bezighoudt: de torenhoge inflatie en de dalende koopkracht. Praet en Van Overtveldt, unisono: ‘Dat is een moeilijk en delicaat probleem, want de gevolgen op financieel, economisch en sociaal vlak zijn zeer groot.’

De inflatie bedroeg in mei bijna 9 procent. Met andere woorden, het algemene niveau van de prijzen steeg met 9 procent tegenover één jaar geleden. Dat is de felste toename in veertig jaar. Wie had dat durven te denken?

Johan Van Overtveldt: Ik niet. In juni vorig jaar had ik niet verwacht dat de inflatie zo fel zou toenemen. Maar Peter waarschuwde daar eind vorig jaar wel al voor.

Peter Praet: Ik heb toen inderdaad gewaarschuwd dat in de VS een hoge inflatie dreigde omdat het coronasteunpakket van president Joe Biden te gul was. Hij trok 1900 miljard dollar uit. Zo’n groot bedrag in de economie pompen kan niet anders dan leiden tot stijgende prijzen en een hoge inflatie. Maar ik had eerlijk gezegd niet verwacht dat de inflatie in België zou oplopen tot 9 procent.

© FRANKY VERDICKT

En toch is het gebeurd.

Praet:Dat komt vooral door het postcorona-effect. Met corona beleefden we een van de ergste economische crisissen sinds de Tweede Wereldoorlog. In Europa hebben de regeringen die vrij goed aangepakt, met allerhande financiële steun om mensen en bedrijven door die moeilijke periode te loodsen. In het begin wist natuurlijk niemand hoelang de coronacrisis zou duren. En toen bleek dat de vaccins werkten en het aantal besmettingen onder controle kwam, reageerde iedereen euforisch. Het vertrouwen van de consumenten en het bedrijfsleven schoot als een raket de lucht in. Tijdens corona hadden de mensen binnen moeten blijven door de lockdown, ze hadden veel gespaard en plots konden ze dat geld weer laten rollen. Dat deden ze ook. Maar er waren onvoorziene neveneffecten, zoals de aanvoerproblemen van goederen en grondstoffen door lockdowns in China. Die combinatie van een zeer grote vraag en aanzienlijke schaarste heeft de prijzen de hoogte in gestuwd en dus aanleiding gegeven tot die hoge inflatie. Nog erger is dat de overheden maar bleven doorgaan met het verlenen van financiële steun. Ze hebben dat waarschijnlijk te lang gedaan.

Van Overtveldt: Er was een groot verschil tussen de financiële steun in de VS en die in Europa. In Amerika kregen de mensen één keer een cheque in hun brievenbus. Europa pakte het structureler aan, bijvoorbeeld door de minimumlonen te verhogen. Daar valt wel iets voor te zeggen, maar het gevolg is wel dat die maatregel elk jaar op de rekening komt. De financiële stimulus in de VS was achteraf bekeken overdreven, maar je ziet dat het tekort daar nu al fors aan het verminderen is. In Europa blijven de financiële maatregelen op de overheidsbegrotingen doorwegen.

Praet: In Europa hebben de mensen al die financiële steun gezien als een free lunch, het kon niet op. Ik heb toen al gewaarschuwd: wie gaat die rekening betalen?

© FRANKY VERDICKT

Hebben vooral de stijgende energieprijzen de inflatie niet aangejaagd?

Praet: Zeker, de olieprijs stond een jaar geleden op pakweg 50 dollar per vat, maar naarmate de economie na corona aantrok, zag je die prijs klimmen naar 70 dollar tegen het eind van het jaar. Die stijgende energieprijzen sijpelen door in de hele economie.

Van Overtveldt: De energieprijzen waren dus al aan het stijgen vóór de Russische inval in Oekraïne. Na die inval, op 24 februari 2022, werden de leveringen van Russisch gas en olie onzeker en explodeerde de prijs naar 120 dollar voor een vat. Wat daar te weinig bij wordt verteld, is dat Europa door zijn energiebeleid zélf bijdroeg tot de inflatie.

Hoe bedoelt u?

Van Overtveldt: We moeten absoluut van de fossiele brandstoffen af. Maar Europa heeft die energietransitie slecht voorbereid en ingeschat. Eén, de hernieuwbare energie komt veel trager op kruissnelheid dan gepland. Twee, de betrouwbaarheid van hernieuwbare energie blijkt een stuk kleiner dan gehoopt. In Duitsland ging het aandeel van windenergie vorig jaar plots fors naar beneden omdat er minder wind was. Als je energievoorziening afhangt van veel of weinig wind, heb je een probleem. Drie, veel landen zijn abrupt afgestapt van nucleaire energie. Vier, de investeringen in alles wat met fossiele energie te maken heeft, zijn enorm teruggelopen. Ik herhaal: ja, we moeten daarvan af, maar geen enkel redelijk mens kan zich een situatie indenken waarbij we niet nog minstens tien jaar bepaalde fossiele energie zullen moeten gebruiken. En vijf, de hele energietransitie vereist veel andere grondstoffen, zoals koper, aluminium, kobalt, nikkel… De vraag daarnaar én de prijzen zijn geëxplodeerd.

© FRANKY VERDICKT

Praet: Johan heeft gelijk. De oorlog in Oekraïne zorgde inderdaad voor sterk stijgende energieprijzen, maar voor een belangrijk deel hebben we de inflatie zelf gecreëerd, door een te snelle energietransitie te willen doorvoeren zonder dat de energievoorziening verzekerd is en door tegelijk de coronasteunmaatregelen te lang aan te houden. Dat beleid wordt voortgezet. Meer nog, nu komt de overheid met allerlei tegemoetkomingen om de energiefactuur te verlichten. Daarbij geeft ze veel geld uit aan mensen die het niet nodig hebben. Ik krijg nu bijvoorbeeld een cheque van 100 euro voor mijn energiefactuur. Waarom toch? En dat alles gebeurt allemaal op hetzelfde moment, met als gevolg dat we nu in een perfect storm zitten.

Van Overtveldt: (grijnst) En dan hebben we het nog niet gehad over de rol van de ECB, Peter.

© FRANKY VERDICKT

Heeft de ECB met haar beleid van lage rente, waardoor lenen spotgoedkoop was, bijgedragen tot de hoge inflatie?

Van Overtveldt: Ik vind van wel. En jij, Peter?

Praet: Zolang ik bij de ECB was niet. (lacht luid) Nee ernstig, in mei 2018 heb ik een toespraak gehouden over het einde van de aankoop van activa als eerste stap naar het beleid van een lagere rente: ‘We stoppen daar nu mee.’ Ik ben in mei 2019 afgezwaaid bij de ECB en in september 2019 besliste de ECB de rente nog eens 0,10 procentpunt te verlagen en de aankoop van activa te hervatten. Ik heb toen al gezegd dat ik dat niet gedaan zou hebben. Dat was nergens voor nodig, de economie draaide relatief goed. Maar de hoge inflatie is vooral het resultaat van de combinatie van te genereuze overheidsuitgaven en inderdaad de lage rente, plus een aantal verstoringen in de energiemarkten en toeleveringsketens.

Van Overtveldt: Daarbij komt dat Europa over een coronafonds beschikt waar 735 miljard euro in zit, waarvan nog maar 43 miljard is gespendeerd. Het is wachten op de uitvoering van de plannen van de lidstaten, maar de komende twee jaar zal er dus nog meer dan 500 miljard worden uitgegeven. Ook dat zal de inflatie aanjagen. Maar om terug te komen op de rol van de ECB, Peter: in november vorig jaar zei jouw opvolger bij de ECB, Philip Lane: ‘inflation is transitory’ – ‘Inflatie is een tijdelijk fenomeen.’ De ECB heeft de inflatie duidelijk onderschat. Ze hadden rond de jaarwisseling de rente al moeten optrekken om de inflatie te bedwingen.

Praet: Er waren toen nog veel onzekerheden, maar inderdaad, zowel de overheden als de Centrale Bank hadden de inflatie sneller ernstig moeten nemen en hun beleid sneller moeten bijstellen. De overheden hadden waarschijnlijk meer gerichte maatregelen moeten nemen en stoppen met zo veel geld uit te delen, en de ECB had sneller duidelijk moeten maken dat ze de rente zou optrekken.

© FRANKY VERDICKT

Wat verwachten jullie voor de volgende jaren? Zal de inflatie dalen en krijgen we weer een mooie economische groei, zoals de ECB voorspelt?

Praet: In haar laatste mededeling spreekt de ECB van ‘solid growth’, flinke groei. Dat zou ik niet durven te zeggen. Volgens mij zal die groei allesbehalve solid zijn. Ik denk zelfs dat we de volgende jaren nauwelijks economische groei zullen kennen.

Van Overtveldt: Je moet teruggaan naar de ECB, Peter, want jouw inschattingen lijken me realistischer dan die van de bank vandaag.

Praet: Daarnaast verwacht de ECB in 2024 een inflatie van 2,1 procent, wat ideaal zou zijn. Maar kan iemand vandaag echt voorspellen wat de inflatie over twee à drie jaar zal zijn? Mijn gevoel zegt dat de inflatie toch wat hoger zal liggen.

Wat moet de ECB dan doen? De inflatie beteugelen door de rente te verhogen, wat de economische groei fnuikt? Of de economie aanzwengelen door de rente te verlagen, wat de inflatie de hoogte in jaagt?

Van Overtveldt: Dat is het dilemma waar de ECB voor staat. Als ze de rente onvoldoende optrekt, bestaat het risico dat men de inflatie niet onder controle krijgt. De kans is dus erg groot dat Europa in een periode van stagflatie of zelfs krimpflatie terechtkomt.

Praet: En als men echt ingrijpt op de inflatie en de rente aanzienlijk verhoogt, krijg je opnieuw spanningen binnen de eurozone. Dat hebben we al gezien toen de ECB nog maar gewoon aankondigde dat ze de rente zou optrekken: onmiddellijk werd het voor landen met een grote schuld, zoals Italië, veel duurder om te lenen.

Van Overtveldt: En dan lopen we een groot risico om opnieuw een eurocrisis mee te maken, zoals eind 2009, toen Griekenland zijn schulden bijna niet meer kon terugbetalen.

© FRANKY VERDICKT

De ECB staat voor aartsmoeilijke keuzes?

Praet: De ECB zal natuurlijk de rente verhogen, maar de vraag is met hoeveel en in welk tempo. Daarover is de ECB vandaag niet helder. Ook voorzitter Christine Lagarde is onduidelijk.

Van Overtveldt: De gouverneurs van de nationale banken leggen voortdurend allerlei verklaringen af over wat er moet gebeuren. Dat schept verwarring. Dat zou onder Draghi nooit gebeurd zijn.

Praet: Inderdaad! De ECB moet met één stem spreken en dat is nu niet altijd zo. Dat zorgt voor zenuwachtigheid op de financiële markten. De ECB moet het publiek ook duidelijk maken dat dat niet pijnloos zal gaan, de inflatie naar beneden brengen. Er zal minder groei en meer werkloosheid zijn, en de vastgoedprijzen zullen dalen.

In ons land bestaat een automatische loonindexering, de lonen en uitkering stijgen mee met de inflatie. Zal dat België opzadelen met een loonkostenhandicap, zoals werkgevers zeggen?

Praet: Zeker. Ik hoor nu sommigen wel tegenwerpen dat de lonen in de buurlanden ook wel zullen stijgen en dat ze België zullen volgen. Dat kan, maar misschien gebeurt dat niet. En als de buurlanden niet snel volgen, verzwakt onze concurrentiekracht.

Moet er een indexsprong komen? Moeten we één keer zo’n loonaanpassing aan de index overslaan, zoals de werkgevers vragen?

Van Overtveldt: Ik maakte deel uit van een regering die een indexsprong heeft doorgevoerd en ben dus niet principieel tegen. Maar ik denk dat het op dit moment psychologisch niet goed zou zijn om zo’n indexsprong door te voeren. De mensen leven momenteel in grote onzekerheid. Tegelijk mogen de loonstijgingen niet uit de hand lopen. We moeten de loonnormwet respecteren, die bepaalt dat onze lonen niet feller mogen stijgen dan die in de buurlanden.

Praet: Ik ben ook niet voor een indexsprong. Die is sociaal-politiek niet haalbaar, en economisch ook niet wenselijk.

© FRANKY VERDICKT

De bedrijven kunnen die indexverhogingen betalen want zij maakten de afgelopen jaren grote winsten, zei Pierre Wunsch, de gouverneur van de Nationale Bank, onlangs in Knack.

Praet: Vanaf corona tot nu zijn de winsten van de bedrijven sterk gestegen, terwijl de lonen niet zo fel toenamen. Maar nu zitten we in een andere situatie. De economische activiteiten verminderen, de hoge inflatie houdt aan, en dus komen de winstmarges van de bedrijven onder druk. Daarom kunnen onze vakbonden beter wat gematigder zijn in hun looneisen. Dat ze eens kijken naar hun collega’s in Duitsland. Ook voor Duitsland is export zeer belangrijk en de vakbonden daar begrijpen dat als de lonen te fors stijgen, bedrijven minder zullen kunnen verkopen in het buitenland, wat banen zal kosten. De Duitse vakbonden gaan uit van 2 procent inflatie, rekenen daar nog 1 procent productiviteitsverhoging bij en zijn dus tevreden met 3 procent loonsverhoging. Voorts wordt sector per sector gekeken. Gaat het goed, dan worden er eenmalige bonussen uitgekeerd. Gaat het slecht, dan zijn er geen bonussen. Dat is een intelligente aanpak.

Van Overtveldt: Je zou bij ons natuurlijk ook de socialezekerheidsbijdragen van de werkgevers kunnen verlagen. Dat zou de loonkosten ook erg kunnen drukken.

Maar dan wordt het financieringsprobleem voor de sociale zekerheid nog groter.

Van Overtveldt: Ja, maar als de lonen stijgen en je concurrentiekracht komt in het gedrang, dan zal dat gepaard gaan met jobafbraak, die de volgende jaren voor nog veel grotere begrotingsproblemen zal zorgen. Daarom ben ik ook tegen het minimumloon. Werkgevers zouden voor jobs waarvoor dat economisch logisch is, mínder mogen betalen dan het bestaande minimumloon. Om te vermijden dat dat tot working poor zou leiden – wat voor niets en niemand goed is – zouden we geld van de werkloosheidsuitkeringen kunnen gebruiken om het te lage loon van die werknemers bij te passen tot het minimumloon.

Peter Praet
Peter Praet © FRANKY VERDICKT

Praet: De druk op de overheid om de volgende jaren meer geld uit te geven zal enorm zijn: voor defensie, Oekraïne, het klimaat, de energietransitie en wat nog allemaal. Zal dat onze productiviteit verhogen? Ik vrees van niet. En waar moet al dat geld vandaan komen? Ik ga helemaal akkoord met de Nationale Bank, die waarschuwt voor de overheidstekorten: we moeten leren dat de middelen beperkt zijn. Er zijn grenzen aan wat een overheid kan uitgeven, zeker nu de ECB de rente gaat verhogen.

Van Overtveldt: Maar de Nationale Bank en de ECB zeggen al jaren tegen België: saneer uw publieke financiën, zorg dat uw arbeidsmarkt beter functioneert, dat uw energiemarkt efficiënter werkt… Dat gaat bij veel politici het linkeroor in, het rechteroor uit. Maar toen Draghi zei: ‘Ik zal alles doen wat nodig is, whatever it takes, om de euro te redden’, hadden de politici dat wel goed gehoord en zeiden ze: God de Vader heeft gesproken, hij gaat het doen, wij kunnen achteroverleunen.

Praet: Soms is het terecht dat een centrale bank bijspringt, bijvoorbeeld wanneer de markten erg zenuwachtig zijn. Maar als je dat te vaak doet, krijg je het probleem van moral hazard, politici denken dat de centrale bankiers het wel allemaal alleen zullen oplossen. Dat verhoogt het risicogedrag van de politici.

Moeten onze politici, net als de ECB, ook niet zeggen waar het op staat?

Van Overtveldt: Ja, politici moeten eindelijk durven te zeggen dat je niet elk probleem kunt oplossen door er geld tegenaan te gooien.

Praet: Een fonds voor dit, een fonds voor dat, het is onmogelijk om dat vol te houden.

Van Overtveldt: Het is een algemeen probleem. Politiek is veel te voluntaristisch geworden. Politici zouden de moed moeten hebben om te zeggen dat de middelen beperkt zijn, dat er prioriteiten gesteld moeten worden, dat ze aan sommige zaken zelfs helemaal niets kunnen doen. Hoor je dat vandaag één politicus zeggen? Nee, ze gaan álles oplossen. En ik kan je verzekeren: voor een politicus is de druk om daarin mee te stappen gigantisch.

Hebt u dat als minister ondervonden?

Van Overtveldt: Natuurlijk, de druk is enorm. Toen we de vennootschapsbelasting gingen hervormen kreeg ik een plejade van mensen op bezoek. Allemaal vertelden ze hetzelfde: ‘Meneer de minister, het is een uitstekend idee om het basistarief te verminderen, maar van díé uitzondering moet u afblijven.’ Anders zou de hemel instorten. Op den duur konden we het voorspellen: ‘Welke organisatie komt langs? Ah, die zullen die uitzondering willen behouden.’

Johan Van overtveldt
Johan Van overtveldt © FRANKY VERDICKT

Tot slot, wat moet de Knack-lezer in deze tijden van hoge inflatie doen met zijn spaargeld?

Praet: Al mijn geld staat op een spaarboekje.

Echt?

Praet: Ja, mensen kunnen dat niet geloven, maar het is zo. Ik weet natuurlijk ook wel dat het spaarboekje met die lage rente en hoge inflatie niets oplevert. Integendeel, dat spaargeld smelt weg. Ik besef ook dat ik heel wat geld ben misgelopen door bijvoorbeeld niet in aandelen te beleggen. Maar het is een persoonlijke keuze: een eigen huis, geen schulden en een liquide spaarpot. Ik slaap gerust. Bovendien kwam mij dat goed uit als directeur bij de Nationale Bank en daarna bij de Europese Centrale Bank. Niemand kon me beschuldigen van belangenvermenging.

En wat raadt u de Knack-lezer nu aan?

Praet: Ik ben voorzichtig met het geven van algemeen advies, maar omdat u het vraagt: ik zou gewoon zeggen dat mensen met wat spaargeld nu vooral niets moeten doen.

Van Overtveldt:Als je geschoren wordt, moet je stilzitten. Als je aandelen of obligaties hebt, kun je beter even de boeken toedoen en er twee jaar niet naar kijken.

Praet:En de crisis is nog niet gedaan, de aandelen zullen nog zakken. Laat het overwaaien.

Van Overtveldt: U kent toch de uitspraak van de vorige voorzitter van de Amerikaanse Centrale Bank, Ben Bernanke? ‘There are no atheists in foxholes’, zei hij, ‘in de loopgraven begint iedereen te bidden.’

Praet:Ah, dat is een goeie. Maar we mogen toch niet té pessimistisch zijn.

Peter Praet

– 1949: geboren in Herchen, Duitsland

– 1980: doctor in de economie (ULB)

– 1978-1980: econoom bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF)

– 1980-1987: hoogleraar economie ULB

– 1987-1999: hoofdeconoom Generale Bank en later Fortis Bank

– 1999-2000: kabinetschef minister van Financiën Didier Reynders (MR)

– 2000-2011: directeur Nationale Bank, vanaf 2002 ook van financieel toezichthouder FSMA

– 2011-2019: directeur ECB (hoofdeconoom vanaf 2012)

Johan Van Overtveldt

– 1955: geboren in Mortsel

– 2001: doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen (UA)

– 1978: journalist bij Trends

– 1982: stapt over naar het bedrijfsleven (onder meer bij BBL en Shoeconfex)

– 1992-2007 en 2010-2012: hoofdredacteur van Trends en (in 2011-2012) Knack

– 2007-2010: algemeen directeur van het Verbond van Kristelijke Werkgevers en Kaderleden (VKW)

– 2014-2018: minister van Financiën in de regering Michel I

– 2019: Europees Parlementslid N-VA, voorzitter Commissie Begroting

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content