Opinie

Herman Matthijs (UGent, VUB)

‘In Nederland zijn in het verleden duidelijke keuzes gemaakt over de werking en de taken van de overheid. Bij ons blijft alles bij het oude’

Herman Matthijs (UGent, VUB) Hoogleraar Openbare Financiën aan de UGent en de VUB en lid van de Hoge Raad Financiën

Professor Herman Matthijs (VUB & UGent) staat stil bij de zogenoemde Miljoenennota, de Nederlandse begroting voor het komende politieke jaar.

Op de laatste dag van de zomer trok de Nederlandse politieke wereld massaal naar de gebouwen van de Staten-Generaal om de toespraak van de koning te aanhoren over het budgettair beleid 2023: de zogenoemde Miljoenennota. Naar gewoonte werd dit evenement rechtstreeks uitgezonden op radio en televisie. De fans van het koningshuis konden nog eens genieten van de balkonscene van de ‘Oranjes’. De fotografen hadden vooral aandacht voor de dure kledij van Koningin Maxima en kroonprinses Amalia.  Maar wat heeft het Nederlandse staatshoofd nu voorgelezen aan de notabelen van zijn koninkrijk, en dat op vraag van Minister-President Mark Rutte en Minister van Financiën Sigrid Kaag?

Begroting  

De geraamde totale ontvangsten voor 2023 bedragen 366 miljard euro en die staan tegenover 395 miljard aan uitgaven. Nederland verwacht dit jaar een economische groei van liefst 4,6 procent en die zou volgend jaar zakken naar 1,5 procent. Met andere  woorden, de miljoenennota is bepaald niet positief over de aankomende jaren qua economische groei. Toch raamt het kabinet Rutte-Kaag het begrotingstekort in 2023 op 3 procent BBP of juist de EMU-norm. De Nederlandse overheidsschuld wordt begroot op 49,5 procent BBP in 2023 of fors onder de 60 procent EMU-regel.

In tegenstelling tot België zijn dit meer dan goede resultaten. Wij zitten op een tekort van 5,5 procent BBP en een schuldgraad van meer dan 100 procent BBP. De sanering van de openbare financiën onder de vorige regeringen Rutte maken hier het verschil. In Nederland zijn er duidelijke keuzes gemaakt over de werking en de taken van de overheid. Bij ons blijft alles bij het oude.

Tot de voornaamst ontvangsten 2023 behoren in Nederland de volgende pakketten: loonbelasting (80 miljard euro), BTW (77 miljard), zorgpremie (51 miljard), sociale zekerheidspremies (73 miljard), vennootschapsbelasting (38 miljard), accijnzen (11 miljard) enzoverder.  De voornaamste uitgaven worden als volgt begroot voor het begrotingsjaar 2023: zorg (106 miljard euro), sociale zekerheid (101 miljard), onderwijs-cultuur en wetenschappen (48 miljard), lokale besturen (44 miljard), veiligheid en justitie (17 miljard), buitenlands beleid  en ontwikkelingshulp (15 miljard), defensie (15 miljard), verkeer en waterstaat (13miljard) enzoverder.

Prijsplafond

De regering VVD-CDA-CU en D’66 heeft ook een akkoord bereikt over een prijsplafond voor de elektriciteitsfactuur.  Het akkoord tussen de vier regeringspartijen en de PVDA en GroenLinks (de steun van de twee linkse partijen is nodig omdat Rutte IV geen meerderheid heeft in de Eerste kamer) komt op het volgende neer. De overheid komt tussen in de te betalen prijs voor de burgers als dat onder het gemiddelde verbruik ligt. Daarboven blijft de volledige marktprijs te betalen. Dat gemiddelde is vastgelegd op een verbruik van 1200m3 gas en 2400KWH elektriciteit  per jaar. Dit akkoord geldt niet alleen voor de huishoudens maar ook voor de bedrijven en daardoor is er geen echt zicht op de kostprijs.

Daarnaast is er een koopkracht pakket van 17,2 miljard euro met verminderde accijnzen op brandstof, hogere AOW uitkeringen, meer huurtoeslagen en hogere zorguitkeringen. Ook gaan de lonen in  januari met 10 procent bruto naar omhoog (Nederland kent geen automatisch indexsysteem à la Belge).

Al deze budgettaire facturen van het meer dan genereus Keynesiaans-beleid moeten betaald worden. Zo moeten de gasexploitanten van de Noordzee en Groningen meer betalen, de vermogenstaks gaat naar omhoog en er wordt nog eens beroep gedaan op de kapitaalmarkt om te lenen. Maar Mark Rutte en Sigrid Kaag waren zeer duidelijk en open over het feit dat de Nederlanders voor de rest van deze eeuw hiervoor zullen moeten betalen.

Problemen

Langs de uitgavenzijde valt ook op dat er meer geld gaat naar de immigratie, het al decennia oude probleem van de huisvesting, het bestrijden van de criminaliteit en de narco-staat en het snel behalen van de NAVO-militaire budgettaire norm van 2 procent BBP.

Politiek

In de wekelijkse peilingen blijft de CU relatief status quo staan op 5 zetels in de Tweede Kamer, maar de VVD – D’66 en het CDA verliezen fors. In feite rijdt deze ploeg reeds enige tijd virtueel zwaar in het rood qua zetels in de Tweede kamer. De hogere middelklasse en dus ook geheel of gedeeltelijk het kiezerspubliek van deze vier partijen is ‘not amused’ over het beleid en de hogere taksen. Want net zoals bij ons zijn vele maatregelen gericht op de lagere verdieners, en dat is niet bepaald het echte electoraat van de Nederlandse regeringspartijen. Trouwens, een gouden regel in de politiek is het volgende: een partij kan maar verkiezingen winnen als men iets doet voor zijn electoraat en dat is een probleem in Nederland alsook voor een aantal Vivaldi-leden in België.  

Maar de vraag is vooral of deze maatregelen genoeg zullen zijn. In ieder geval zijn ze door de sanering van het afgelopen decennium beter budgettair te dragen in Nederland, dan bij ons.

Partner Content