Opinie

Jeroen Zuallaert

‘Voor het eerst in zijn geschiedenis moest het Rode Kruis noodhulp ontplooien in Nederland’

Jeroen Zuallaert Redacteur Knack

De wantoestanden rond het aanmeldingscentrum in Ter Apel zijn een zoveelste crisis waarop de Nederlandse overheid maar moeilijk een antwoord krijgt geformuleerd.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Jarenlang werd Nederland geroemd vanwege zijn asielbeleid. De relatief snelle procedure, de organisatie van de asieldiensten en de gedegen sociale ondersteuning die erkende asielzoekers kregen, golden als hét internationaal te volgen voorbeeld.

Van dat imago blijft vandaag maar weinig over. Rond het aanmeldingscentrum in Ter Apel voltrekt zich al weken een humanitaire crisis. Het dorp in de provincie Groningen, waar elke asielzoeker zich hoort aan te melden, is de flessenhals van het Nederlandse asielsysteem. Honderden asielzoekers sliepen er de voorbije week noodgedwongen onder de blote hemel, terwijl ze vruchteloos wachtten om hun aanvraag in te dienen. Door het gebrek aan medische zorg lijden verschillende asielzoekers aan infectieziekten. Een zes maanden oude baby overleed in een sporthal die als noodopvang dienstdeed. Voor het eerst in zijn geschiedenis moest het Rode Kruis noodhulp ontplooien in Nederland.

Voor het eerst in zijn geschiedenis moest het Rode Kruis noodhulp ontplooien in Nederland.

In Ter Apel komen meerdere crisissen samen. Tijdens de pandemie, toen de asielcijfers kelderden, zijn tal van opvangplekken gesloten. Veel asielambtenaren hebben tijdens de luwe coronajaren de asieldiensten verlaten. Door de woningcrisis vinden erkende asielzoekers geen huurhuis, waardoor ze langer dan voorzien op opvangplekken zijn aangewezen. Er zijn maar weinig gemeenten happig om nieuwe opvang te openen. Eerder deze maand werd de kleine gemeente Albergen het symbool van die onwil, toen betogers kinderen de straat op stuurden met een bord vol slogans tegen een gepland asielcentrum.

Het is lang niet de enige crisis waarin de Nederlandse overheid stuit op kleinschalige, maar hevige protesten. Tijdens de pandemie werd het coronabeleid al bemoeilijkt door een luidruchtige minderheid die met regelrechte desinformatie de maatregelen ondergroef. Ook de protesten tegen de stikstofplannen van de Nederlandse overheid leiden tot taferelen waarbij extreemrechtse organisaties als Farmers Defence Force brand stichten en politici met de dood bedreigen. De omgekeerde Nederlandse vlag, waarmee betogers de legitimiteit van de Nederlandse overheid ontkennen, wordt tegenwoordig bij zowat elke lokale protestactie bovengehaald.

De omgekeerde Nederlandse vlag wordt tegenwoordig bij zowat elke lokale protestactie bovengehaald.

Het is opmerkelijk hoe defaitistisch het ooit zo trotse gidsland op al die onlusten reageert. De liberale premier Mark Rutte blijft vast van plan om de problemen in zijn eigen stijl te ‘regelen’, zonder er evenwel zelf politiek kapitaal aan te verspelen. De emoties van de betogers noemde Rutte ‘begrijpelijk’, en ook voor de botte weigering van veel Nederlandse gemeenten om voor opvang te zorgen, toonde hij begrip. Ook tegenover de ronduit agressieve stikstofprotesten toont Den Haag zich opvallend coulant.

Ondanks de goede bedoelingen die Rutte telkens formuleert, is het duidelijk dat die luidruchtige minderheden het vermogen van de overheid om op te treden ondergraven. Het is de vraag waarmee liberaal-democratische leiders overal in Europa worstelen: hoe los je systeemcrisissen op wanneer een steeds luidere en grotere groep mensen niet langer bereid lijkt om het optreden van dat systeem te aanvaarden?

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content