Kanker is blijkbaar een oeroud verschijnsel in de natuur. Aardwetenschapper Benjamin Jentgen (VUB) en zijn collega's beschrijven in Philosophical Transactions of the Royal Society B hoe ze sporen van botkanker ontdekten in beenderen van twee sauropoden die ongeveer 200 miljoen jaar geleden hebben geleefd. De dino's beh...

Kanker is blijkbaar een oeroud verschijnsel in de natuur. Aardwetenschapper Benjamin Jentgen (VUB) en zijn collega's beschrijven in Philosophical Transactions of the Royal Society B hoe ze sporen van botkanker ontdekten in beenderen van twee sauropoden die ongeveer 200 miljoen jaar geleden hebben geleefd. De dino's behoorden tot de grootste landdieren die het leven ooit heeft voortgebracht. De onderzoekers vonden microscopische botnaalden die vandaag met kwaadaardige tumoren geassocieerd zouden worden. Zeker een van de twee dieren zou de kanker wel overleefd hebben. Ongeveer 66 miljoen jaar geleden sloeg een komeet met een diameter van 10 kilometer op de aarde in. De catastrofe die daarop volgde, luidde het einde in van het tijdperk van de dinosaurussen. Ook de rest van het leven kreeg het kwaad door zure regen, langdurige zonsverduistering en snelle klimaatveranderingen. Driekwart van alle dieren en de helft van de planten werden van de kaart geveegd. Maar paleontoloog Johan Vellekoop (KU Leuven) en zijn collega's melden in het vakblad Palaeontology dat het zeeleven zich in onze contreien snel heeft hersteld van de klap. Meer zelfs: een aanzienlijk aantal soorten bleef bestaan. Er bevond zich hier indertijd een subtropische zee, waarvan veel levensrelicten bewaard zijn in een oude kalksteengroeve ten oosten van de Nederlandse stad Maastricht. Uit het onderzoek van die fossielen blijkt dat er alvast bij zeeslakken weinig verschillen waren voor en na de ramp. Waarschijnlijk overleefden de dieren, omdat de mariene fauna hier toen al aan voedselarme omstandigheden was aangepast.