Mijn genetisch profiel in kaart brengen kan tegenwoordig in een paar muisklikken. Je bestelt en betaalt een genetische test via het internet, het bedrijf stuurt je een testkit, je verzamelt met het bijgevoegde wattenstaafje wat speeksel van de binnenkant van je wang (of je tracht het buisje te vullen met speeksel), je stuurt dat terug en een paar weken later krijg je de resultaten op een beveiligde website.

Zo kwam ik te weten dat mijn genetische risico's op jicht, type 2 diabetes, of glaucoom verhoogd zijn, terwijl mijn risico's op Alzheimer, chronische nierproblemen of melanoomkanker verlaagd zijn. Verder heb ik meer dan gemiddeld neanderthaler DNA, ben ik eerder een sprinter en komen mijn voorouders voornamelijk uit België, Nederland, Zweden, het Verenigd Koninkrijk, Ierland en IJsland.

België moet meer doen om commerciële DNA-tests aan te pakken.

Het is bijzonder eenvoudig om toegang te krijgen tot je genetisch profiel en het is bijzonder aantrekkelijk om meer te weten te komen over je eigen genetische risico's. De meeste resultaten zijn echter niet zo betrouwbaar of bruikbaar. Alhoewel het bijvoorbeeld interessant lijkt om te weten dat je een verhoogd risico hebt op type 2 diabetes, doet deze genetische test nauwelijks beter dan kop of munt gooien. Veel beter dan een genetische test kan je het risico voor deze ziekte bepalen via een paar gerichte vragen die peilen naar je buikomtrek, BMI, voedings- en bewegingsgewoontes. Op je gewicht letten, veel bewegen, niet te veel rood vlees maar wel meer groenten en fruit eten: dat zijn de gezondheidsadviezen die je zal krijgen, wat ook het resultaat van je genetische test is.

Wie dezelfde test bij verschillende bedrijven koopt, krijgt soms tegenstrijdige resultaten: verhoogd risico bij het ene bedrijf, verlaagd risico bij een ander. Bedrijven kiezen immers verschillende genetische varianten, maken een verschillende berekening en vergelijken jouw risico met verschillende referentiecijfers. Bovendien betekent een statistisch verhoogd risico nog niet dat dit ook klinisch zinvol is. Uiteraard kennen de bedrijven die online genetische tests verkopen ook de beperkingen van hun tests en zullen ze in de kleine letters verduidelijken dat dit niet gebruikt kan worden voor diagnostische doeleinden en dat dit enkel voor "recreationeel" gebruik is.

Echt flagrant wordt het wanneer iemand door een test ten onrechte wordt gerustgesteld. Zo verkopen een aantal bedrijven een genetische test voor borstkanker en testen ze een aantal mutaties in de BRCA1 en BRCA2 genen. Helaas zijn er honderden andere mutaties in de BRCA1 en BRCA2 genen gekend, waarvoor ze niet testen. Zo bestaat dus de mogelijkheid om een gunstige prognose te krijgen, terwijl er op de ziekmakende genetische merkers eigenlijk niet getest werd.

Uit onderzoek blijkt ook dat de meeste commerciële aanbieders van genetische tests stalen van minderjarigen aanvaarden zonder enige reserve. In de medische wereld bestaat er bijvoorbeeld een algemeen aanvaarde richtlijn om minderjarigen alleen te testen als dat in hun belang is. Daarbij wordt rekening gehouden met de bescherming van de autonomie van de minderjarige, zijn recht op privacy en zijn recht om niet te weten. Zorgelijk wordt het als ouders hun kinderen laten testen op vermeende erfelijkheidsrisico's om dan hun levensgewoonten op een onredelijke manier aan te passen, zonder dat daar een voldoende wetenschappelijke en klinische basis voor bestaat.

Kennis van je genetische profiel mag dan voorgesteld worden als een basisrecht, je hebt nog altijd experts nodig die je vertellen wat je met die informatie kunt doen. Hoewel de meeste aanbieders van genetische tests in één moeite door verklaren dat hun tests niet volstaan om een diagnose te stellen of een andere medische beslissing te treffen, raden ze de consument meestal wel aan om met zijn of haar testresultaat naar een arts te stappen.

Het is duidelijk dat artsen steeds vaker te maken zullen krijgen met resultaten van een test die zij niet hebben aangevraagd en waarvan zij de waarde en de betekenis moeilijker kunnen inschatten. De kans is groot dat dit leidt tot nog meer tests en onnodige interventies. Dit leidt mogelijks tot een hogere consumptie in de gezondheidszorg, en dat in tijden waarin bespaard moet worden op onze gezondheidsuitgaven.

Online genetische tests doen ook vragen rijzen rond privacy. Het bestellen van een online DNA test maakt het ook mogelijk voor bedrijven om onderzoek te doen op genetische data van hun klanten, of deze gegevens door te verkopen. De meeste gebruikers zijn zich niet bewust dat dit kan gebeuren.

Door het samenvoegen van het genetisch profiel van heel wat mensen (men schat op dit ogenblik meer dan 26 miljoen mensen bij de drie grootste bedrijven samen), wordt het ook mogelijk om genetische profielen met elkaar te vergelijken. Deze ontwikkeling brengt eerst en vooral mogelijke gevallen van non-paterniteit aan het licht. Het is mogelijk om aan te tonen dat de verwachte vader niet de biologische vader is. Dit kan te maken hebben met overspel, maar ook met adoptie, een veranderde familienaam, of het gebruik van een spermadonor in de context van een fertiliteitsbehandeling. Deze ontwikkeling is een mogelijke spelbreker voor wetgevingen die de anonimiteit van sperma- en eiceldonoren willen verdedigen, zoals België. Het lijkt ook weinig realistisch om nog anonimiteit te garanderen. Het wordt in elk geval essentieel om dit te duiden aan koppels die gebruik willen maken van donorconceptie, of aan potentiële donoren.

Het is niet evident om een internetfenomeen als online DNA tests te controleren. Niettemin blijft een DNA test op de markt brengen binnen de Europese Unie relatief eenvoudig.. De Europese Unie heeft er immers voor geopteerd om innovatie te stimuleren en geen vormen van kwaliteitscontrole op te leggen voor genetische tests (en bij uitbreiding andere medische hulpmiddelen) zoals in het domein van geneesmiddelen.

Een aantal Europese landen, zoals Duitsland, Portugal en Frankrijk, hebben wel geprobeerd op nationaal gebied om meer controle te krijgen op deze markt. Ze hebben bepaald dat genetische tests met een medisch doeleinde of gezondheidsfinaliteit onder begeleiding van een arts moeten gebeuren. In Frankrijk kunnen laboratoria die online genetische tests verkopen ook hun accreditering verliezen. Spanje introduceerde een verbod op reclame voor genetische tests. Frankrijk gaat momenteel het verst: commerciële genetische tests zijn er niet alleen verboden, individuele consumenten die zo'n test aanvragen zijn er zelfs strafbaar. In het huidige internettijdperk kan een bedrijf uiteraard hierop reageren door zijn commerciële activiteit te verplaatsen naar een land met een minder strikte wetgeving.

In de afgelopen jaren zijn de mogelijkheden van genetische profilering toegenomen. In ons land werden er echter weinig initiatieven genomen om de problematiek van commercialisering in de genetica te bespreken of aan te pakken. Vanuit het belang van de patiënt of de maatschappelijke gezondheidszorg zijn inspanningen in deze richting vandaag zeker nodig.

Pascal Borry is hoogleraar bioethiek aan het Centrum voor Biomedische Ethiek en Recht van de KU Leuven.