De geschiedenis leert ons dat het verzamelen van informatie over een nieuwe ziekteverwekker jaren kan duren. Maar de onwaarschijnlijk snelle opkomst van het dodelijke coronavirus luidde de meest rampzalige gezondheidscrisis van onze tijd in en heeft de wetenschappelijke kennis de afgelopen tien maanden in een stroomversnelling gebracht.
...

De geschiedenis leert ons dat het verzamelen van informatie over een nieuwe ziekteverwekker jaren kan duren. Maar de onwaarschijnlijk snelle opkomst van het dodelijke coronavirus luidde de meest rampzalige gezondheidscrisis van onze tijd in en heeft de wetenschappelijke kennis de afgelopen tien maanden in een stroomversnelling gebracht. In de begindagen van de coronapandemie was de kennis over het gloednieuwe SARS-CoV-2 nog gebaseerd op wat we geleerd hadden van eerdere uitbraken van gelijkaardige virussen, zoals SARS en MERS. In minder dan een jaar tijd moeten we vaststellen dat het virus af en toe verrassend uit de hoek komt. Zo blijkt dat aan de 'zes gouden regels' nog een 7e regel zou moeten worden toegevoegd. Welke geheimen heeft SARS-CoV-2 al prijsgegeven in de tien maanden dat het onder ons is, en welke niet? Er bestaan maar weinig ziektekiemen die via de lucht worden verspreid. Daarom ging men er al snel van uit dat ook covid-19 niet airborne is. In het begin van de pandemie werd erg de nadruk gelegd op het wassen van de handen, het vermijden van handen geven en desinfecteren van oppervlaktes om jezelf te beschermen tegen het virus. De reden daarvoor zijn de hoest- en niesdruppeltjes waarvan virologen aannemen dat ze net zoals bij andere virussen kleine deeltjes van SARS-CoV-2 met zich meedragen. Die druppeltjes kunnen rechtsreeks mensen infecteren, maar ook indirect via besmette oppervlaktes. Andere door coronavirussen veroorzaakte aandoeningen, zoals verkoudheden, SARS en MERS zijn zo goed als volledig toe te schrijven aan deze druppeloverdracht, maar we weten nu dat het risico van overdracht via oppervlaktes eigenlijk niet zo groot is.Ondertussen blijkt wel dat zogenaamde aerosolen die in onze ademwasem zitten wanneer we praten, ook het virus kunnen bevatten. Het duurde even voor de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) dit schoorvoetend wilde onderschrijven. Aerosolenmist speelt mogelijk een belangrijke rol, misschien wel de belangrijkste. Naarmate de pandemie zich ontrolde, werd steeds duidelijker dat de ziekte zich opvallend vaak verspreidt in drukke binnenruimtes, zoals cafés, restaurants en kerken, aerosolen lang aanwezig blijven in de (slecht geventileerde) binnenlucht en dat iemand via inademing of zelfs via de ogen kan worden besmet. Het plaatsen van plexiglas tussen tafels in restaurant heeft daardoor geen enkel effect.De focus in de bestrijding van het virus ligt daarom nu op het dragen van mondmaskers (zoals in Azië al langer het geval is), het houden van fysieke afstand, het beperken van nauwe contacten en zoveel mogelijk activiteiten in de buitenlucht doen. Die regels zijn dan ook de eerste vier van de zogenaamde 'zes gouden regels' in België.In Duitsland gaat men nog een stapje verder. Daar hanteert men de AHACL-strategie, wat staat voor Abstand, Hygiene, Alltagsmasker, Corona-Warn-App en Lüften. Dat laatste is volgens Angela Merkel 'een van de goedkoopste en meest effectieve manieren om de verspreiding van het virus in te dijken'. Scholen in Duitsland worden geadviseerd om in klaslokalen elke 20 minuten de ramen gedurende 5 minuten wagenwijd open te zetten. Het heeft enige tijd geduurd, maar wetenschappers zijn het er ondertussen over eens dat SARS-CoV-2 geen respiratoir virus is als een ander. Een verontrustend aspect van deze ziekteverwekker is dat het een ware ravage aanricht in het lichaam en een breed scala aan symptomen uitlokt. Naast een zware longontsteking kan het bij sommige patiënten bloedklontering veroorzaken wat kan leiden tot hartaanvallen, beroertes en longembolieën. De lijst van (al dan niet zeldzame) symptomen lijkt ook elke dag langer te worden: hoesten, koorts, hoofdpijn, spierpijn, vermoeidheid, kortademigheid, diarree, buikpijn, lever- en nierproblemen, een ontsteking van het slijmvlies van het oog, weefselafsterving in de vingers en tenen, haar-, gehoor-, smaak- en geurverlies, huiduitslag en een verminderd cognitief vermogen. Jong of oud, ziek of gezond, man of vrouw, iedereen kan het slachtoffer worden van een zware vorm van covid-19. In eerste instantie zijn de risicofactoren voor een ernstiger ziekteverloop en sterfte een oudere leeftijd, obesitas, onderliggende aandoeningen zoals diabetes en hartaandoeningen, de mannelijke sekse en wonen in een gebied met veel luchtvervuiling. Maar ook mensen bij wie het immuunsysteem niet geheel adequaat werkt, zijn kwetsbaar. Zo kan de opgelopen longschade eerder het gevolg zijn van een overreactie van de afweer dan van het virus zelf. En wie niet genoeg type-I-interferonen of auto-antistoffen in het bloed heeft die interferonen verhinderen hun werk te doen, loopt eveneens een risico om zwaar ziek te worden, ook jongeren. Type-I-interferonen vormen het deel van de afweer dat nog vroeger in actie komt dan antilichamen en T-cellen. Als daar iets mis mee is, kan het virus al een grote voorsprong nemen op ons lichaam. Zoals hierboven beschreven, krijgen sommige patiënten in zeldzame gevallen te maken met problemen met de nieren, de lever, het zenuwstelsel, hart en longen en de hersenen. De klachten kunnen nog lang aanhouden nadat de infectie uit het lichaam is verdwenen. Ook symptomen als vermoeidheid, spierzwakte en het verlies van geur- en smaak kunnen lang meegaan, zelfs bij mensen met milde symptomen. Er is nog maar weinig onderzoek gedaan naar deze post-covidpatiënten waardoor het niet duidelijk is wat de onderliggende mechanismen zijn achter dit syndroom.Mensen die al wat ouder zijn, mensen met astma en overgewicht en patiënten die in de eerste week van de ziekte vijf of meer symptomen ervaarden, hebben een grotere kans op langdurige covid, zo blijkt uit een niet peer-reviewde studie van het King's College London. Meer onderzoek is nodig om dit te bevestigen. Het verschil tussen man en vrouw is opvallend in de leeftijdscategorie tussen 40 en 50, waarin vrouwen dubbel zoveel kans hebben om langdurige covid te ontwikkelen dan mannen. De onderzoekers zien een gelijkenis met auto-immuunziekten zoals reumatoïde artritis, schildklieraandoeningen en lupus die twee tot drie keer meer voorkomen bij vrouwen tot net voor de menopauze. Een andere verrassende eigenschap van SARS-CoV-2 is dat het iemand kan infecteren zonder ziek te maken. Of het kan in extreme gevallen tot zelfs 14 dagen duren voor de eerste symptomen verschijnen. Sommige van deze asymptomatische en presymptomatische patiënten zijn besmettelijk. En niet een klein beetje. Bij covid-19 is het namelijk zo dat amper 10 tot 20 procent van de besmette personen zou instaan voor liefst 80 procent van de nieuwe besmettingen, vooral in slecht geventileerde ruimtes. Dat is de zogenaamde k-factor. Terwijl het reproductiegetal (r-getal) een gemiddelde aangeeft van secundaire infecties door één besmette persoon, toont het k-getal de manier aan waarop de verspreiding gebeurt. Hoe lager dat getal, hoe groter de kans op 'superverspreiding'. Het k-getal voor covid-19 zou op 0,1 liggen, voor griep is dat 1. Waarom iemand verantwoordelijk is voor een superverspreiding, weten we niet. Misschien heeft die persoon een hogere virale lading. Of een drukker sociaal leven. Of was de ruimte slecht geventileerd. Wat we wel weten, is dat het van cruciaal belang is om superspreading events te voorkomen. Welke rol spelen kinderen en tieners in de verspreiding van het virus? De wetenschap spreekt zichzelf tegen. In het begin van de pandemie werden kinderen omschreven als de motor van de verspreiding, zoals bij griep. In de zomer leek het tegenovergestelde waar: kinderen zijn niet zo besmettelijk. Het is voor beleidsmakers daarom niet makkelijk om beslissingen over de (her)opening van scholen te nemen. Hoe zit het nu? Het wetenschappelijk onderzoek is schaars en weinig betrouwbaar. Kinderen en tieners worden vaak als een homogene groep beschouwd, terwijl een 5-jarige niet hetzelfde is als een 17-jarige als het over het coronavirus gaat. Er lijkt alvast consensus te bestaan dat kinderen geen superverspreiders zijn. Aangenomen wordt dat jongeren onder de 12 jaar minder vaak geïnfecteerd worden met SARS-CoV-2 en dus minder ziek worden, omdat ze over minder receptoren voor het virus beschikken. Kinderen onder de 12 zouden het virus dan ook minder makkelijk overdragen. De besmettelijkheid neemt evenwel toe met de leeftijd. Kinderen tussen 12 en 18 jaar oud lijken het virus even makkelijk door te geven als volwassenen. Is de verplichte mondmaskerplicht op school vanaf de leeftijd van zes jaar, zoals in Frankrijk en Italië het geval is, dan wel nuttig? Voorlopig is het gissen. Een nulrisico bestaat niet, ook niet bij jonge kinderen. Zelfs al zijn ze minder besmettelijk, ze hebben toch relatief veel contacten wanneer de scholen open zijn. Meer contacten betekent meer kans op besmettingen. In een regio met een hoge besmettingsgraad kan het mondmasker bij die kinderen dus helpen om de transmissiecyclus te doorbreken. Volgens de WHO is mondmaskerplicht een optie bij kinderen tussen 6 en 11 jaar oud als het aantal besmettingen in een bepaald gebied erg hoog is of als het kind in contact komt met een hoogrisicopatiënt, maar dan enkel op voorwaarde dat het kind in staat is om het masker correct te gebruiken met minimale assitentie. Sciensano, het Belgische gezondheidsinstituut, raadt het dragen van mondmaskers voor kinderen jonger dan 12 jaar niet aan omdat het correct gebruik ervan niet kan worden verzekerd op die leeftijd.Tot nu toe zijn er wereldwijd op de meer dan 50 miljoen coronabesmettingen een 20-tal gevallen van herbesmettingen beschreven in de wetenschappelijke literatuur. Het fenomeen is voorlopig uiterst zeldzaam. Een herbesmetting is soms milder, maar soms ook een stuk ernstiger. In zeldzame gevallen kunnen antilichamen tegen SARS-CoV-2 het virus een handje helpen bij een tweede besmetting. Het fenomeen van herbesmetting doet bij wetenschappers de belangrijke vraag rijzen hoe lang men beschermd is tegen een nieuwe besmetting met het coronavirus. Uit bloedtests blijkt dat antilichamen, de Y-vormige proteïnen die het virus verhinderen de lichaamscellen binnen te dringen, al na enkele maanden verdwijnen, vooral bij asymptomatische patiënten. Dat is alarmerend kort, een beetje vergelijkbaar met een gewone verkoudheid.Gelukkig bestaat ons immuunsysteem uit meer dan alleen maar antistoffen. Zo zouden T-cellen efficiënter zijn in de strijd tegen het virus dan de antistoffen. Hoe dan ook is het van cruciaal belang dat men ook nadat men covid-19 heeft doorgemaakt de hygiëne- en afstandsmaatregelen blijft volgen.Coronavirussen muteren doorgaans niet zo drastisch in vergelijking met andere virussen. SARS-CoV-2 is sinds zijn ontstaan in Wuhan dan ook nog niet wezenlijk veranderd. Toch is het zo dat het virus tijdens zijn veelvuldige replicaties in miljoenen mensen piepkleine veranderingen in het genetisch materiaal ondergaat. Een van die veranderingen, de D614G-stam, heeft ertoe geleid dat het virus zijn stekeleiwit duizend keer gemakkelijker aan de menselijke ACE2-receptor kan binden dan de stekel uit het vleermuisvirus in Wuhan. Deze nieuwe variant, die voor het eerst opdook in Europa en zo naar de rest van de wereld verspreidde, zou mogelijk besmettelijker zijn, maar het ziekteverloop niet veranderen. Recent is het virus in Denemarken ook gemuteerd in nertsen en doorgegeven aan de mens. Deze coronavariant, met vier veranderingen aan de uitsteeksels van het virus, zou niet besmettelijker of gevaarlijker zijn voor de mens. Maar meer onderzoek is nodig, vooral om het effect op een vaccin na te gaan. Er is een duidelijk verband tussen luchtvervuiling en de ernst van covid-19. Een langetermijnblootstelling aan luchtvervuiling kan voor een verhoogd risico op overlijden aan covid-19 zorgen met wereldwijd gemiddeld 11 procent. Voor België gaat het om 21 procent. Hoe dat precies komt, is onduidelijk. Het is al langer geweten dat langdurig slechte lucht inademen hart- en longziekten kunnen veroorzaken. Deze aandoeningen verhogen het risico op ernstigere covid-19.Laat het duidelijk zijn: er bestaan geen wondermiddeltjes, zoals vitaminesupplementen, om je immuunsysteem te boosten tegen de gevolgen van het coronavirus. Anthony Fauci, de directeur van het Amerikaanse National Institute of Allergy and Infectious Diseases, is geen fan van vitaminesupplementen, maar voor vitamine D maakt hij een uitzondering. Volgens hem kan een tekort een impact kan hebben op je vatbaarheid voor infectieziektes in het algemeen. Hij raadt daarom een vitamine D-supplement aan om tekorten te vermijden en neemt er zelf ook een. De zogenaamde zonnevitamine wordt door ons lichaam aangemaakt door blootstelling aan zonlicht. Een meerderheid van de Belgische bevolking heeft een gebrek aan vitamine D, vooral in de winter en het voorjaar. Dat tekort aanvullen is dus geen slecht idee op voorwaarde dat je de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid niet overschrijdt. Raadpleeg altijd eerst je huisarts.Er bestaat voorlopig nog geen bewijs dat vitamine D covid-19 kan voorkomen of bestrijden, maar er zijn wel al enkele aanwijzingen. Uit een studie blijkt dat er meer coviddoden zijn in landen die verder verwijderd zijn van de evenaar en dus minder zon krijgen. Een andere studie toont aan dat mensen met een lager vitamine D-niveau een veel grotere kans hebben om positief te testen op Covid-19. Omdat dit allemaal observationele studies zijn, kan er geen oorzaak-gevolg-link worden vastgesteld tussen vitamine D en covid-19. De ziekte kan zowel een gevolg zijn van een laag vitamine D-gehalte als een oorzaak ervan. Mensen met een tekort aan vitamine D vertonen bovendien vaak een slechtere algemene gezondheid, wat het bestuderen van het effect van vitamine D nog moeilijker maakt.Duidelijke conclusies kunnen enkel getrokken worden door verschillende groepen mensen effectief te behandelen met vitamine D in gecontroleerde studies. Dat laatste gebeurde al in Spanje. 50 gehospitaliseerde covidpatiënten kregen een vitamine D-supplement. Een controlegroep van 26 patiënten werd niet behandeld met de vitamine. Resultaat: slechts 1 patiënt van de vitamine D-groep kwam op intensieve zorg terecht, van de onbehandelde patiënten was dat de helft. De studie is echter te kleinschalig om betrouwbaar te zijn. De komende maanden gaan wereldwijd een tiental studies naar de link tussen vitamine D en covid-19 van start.