Vooral in de Zuid-Europese landen hebben de christelijke vieringen tijdens de Goede Week nog weinig van hun religieus/folkloristische tradities verloren. In processies worden beelden rondgedragen die nog stevig herinneren aan de kunsthistorische barok die zowat in geheel Europa tijdens de 16e en aanvang van de 17e eeuw de beeldende kunst domineerde.
...

Vooral in de Zuid-Europese landen hebben de christelijke vieringen tijdens de Goede Week nog weinig van hun religieus/folkloristische tradities verloren. In processies worden beelden rondgedragen die nog stevig herinneren aan de kunsthistorische barok die zowat in geheel Europa tijdens de 16e en aanvang van de 17e eeuw de beeldende kunst domineerde. Rubens is er in de Zuidelijke Nederlanden een prototype van met onstuimige taferelen uit de Bijbel of aandoenlijke episodes uit de Bijbelse geschiedenis. De kruisoprichting en -afname in de Antwerpse kathedraal zijn er typevoorbeelden van.Iedere regio van het Europese vasteland had een eigen invulling van het latere begrip "barok". Kunsthistorisch volgend op de renaissance die theoretisch verwees naar de klassieke kunst en in dienst stond van de Kerk die na de gruwelijke repressieperiode opnieuw wilde schitteren. Er werden kerken gebouwd, schilderijen besteld en sculpturen gemaakt die allemaal excelleerden in een overdadige stijl waar drama nooit ver af was. Vooral in Duitsland en Oostenrijk werden kerken gebouwd die nog altijd verbazen door hun met goud versierde interieurs waar de triomf het haalt op de devotie.Ietwat minder bekend is hoe Spanje op die trend reageerde. We kennen wel enigszins uit museumcollecties het oeuvre van figuren als Velàsquez, Zurbaràn of Murillo die een meer gematigde stijl hanteerden maar écht goed weten we hun interessant oeuvre niet te plaatsen. Dat is nog meer het geval voor de beeldhouwers uit die periode, de 17e eeuw. Er doet zich nu een kans voor om, als een inhaalmanoeuver, de Spaanse barok beter te leren kennen, parallel in Brugge en in de stad Luxemburg.Eén figuur springt er in de musea van beide steden uit, de bij ons totaal onbekende beeldhouwer Pedro de Mena y Medrano (Granada, 1628-1688). Hij word in zijn vaderland wel eens vergeleken met de Italiaan Bernini (de ontwerper van het monumentale baldakijn boven het hoofdaltaar in de Sint-Pieterskerk in Rome). Maar dat is een vergelijking die weinig steek houdt. De Mena is een geval apart, uitzonderlijk en intrigerend. Zijn beelden zijn polychroom, fijn beschilderd en tot in de details natuurlijk. De onderwerpen zijn religieus geïnspireerd gaande van episodes uit het lijdensverhaal tot haast levensgrote afbeeldingen van bij voorbeeld Sint Franciscus van Assisi tot Sint Petrus van Alcantara, die laatste in verscheidene versies. Er bestaan ook meerdere exemplaren van Ecce Homo uitbeeldingen en de Mater Dolorosa en hij leefde zich ook uit op putti's die zowel het Jezuskind als de kleine Johannes de Doper voorstellen. Soortgelijke beelden werden ook door zijn kortstondige medewerker Alonso Cano gerealiseerd en er is ook soortgelijk werk bekend van Fernando Ortis, Jeronimo Gomez en Miguel de Zayas maar geen van allen bereikten de perfectie van De Mena. Zijn kunde en talent in het gedetailleerde afbeelden van de personages, zijn polychromie en de gevoelsuitingen die hij met verve wist weer te geven zijn onnavolgbaar. We moeten deze kunstenaar uiteraard zien in het Spanje van de 17e eeuw waar de barok de overdadige emoties niet schuwde.Maar het verbluffende in het oeuvre van deze beeldhouwer/schilder is de zorg die hij aan de details bestede, De golvende hoofdharen, details als vinger- of teennagels, tranen, wimpers, de stof van een pij, de kledij van Maria of de mantelresten die Christus nog toegeworpen had gekregen, het is allemaal zo minutieus weergegeven dat het haast niet denkbaar is dat een kunstenaar uit hout en verf tot een dergelijk resultaat kon komen, niet louter technisch maar ook emotioneel. Het is hyperrealisme avant la lettre want ook in de 20e eeuw en nog later zijn er kunstenaars geweest die op een even hyperrealistische manier figuren hebben gecreëerd maar zij werkten met afgietsels in polyester of ander materiaal die nauwkeurig het lichaam of het voorwerp vorm gaven.Bij De Mena en anderen ging het ook en vooral om het personage, geënt op het Roomse geloof, zo indrukwekkend als mogelijk weer te geven zodat het een buitengewoon element zou vormen voor devotie en inleving. Het paste volkomen in de tijdsgeest waarin het katholicisme een fundamentele rol speelde in het leven van de gelovigen en dat gemengd met het Spaanse temperament en de zucht voor overgevoeligheid en de daaruit voortvloeiende neiging tot extase.Vandaag staan we dubbelzinnig tegenover deze extreme vorm van de barok. We zijn niet meer gewend aan het exalterende dat onze Europese zuiderburen soms nog bekruipt op momenten van droefheid of vreugde. En we kunnen slechts moeilijk vatten hoe het oeuvre van De Mena met zijn religieuze onderwerpen de gelovigen destijds kon beroeren. We zijn dan ook geen Spanjaarden. De parallelle tentoonstellingen in Brugge en Luxemburg geven ons dan ook een inzicht van wat de barok in zijn tijd in Spanje betekende. Iets helemaal anders dan in het Noorden. Er waren dan ook andere achtergronden en sentimenten. Figuren als De Mena en Co zouden in de Nederlanden ondenkbaar geweest zijn. De extreme realiteit van dit soort polychromie en de uiterst minutieuze betrachting om de realiteit zo dicht mogelijk te benaderen en zelfs enigszins te overtreffen kan vandaag alleen maar bewondering opwekken. Het is een facet van de barok die eigen is aan een bepaald Europees gebied en nergens anders werd nagebootst. Voor dit curiosum is een bezoek aan de tentoonstellingen meer dan de moeite waard.Belangrijk is het monumentale boek "Pedro de Mena, The Spanish Bernini" dat met prachtige detailfoto's een kijkboek zonder weerga is geworden. Op paginagroot gedrukt kan men zich letterlijk verlustigen aan de manier waarop De Meno en anderen erin slaagden de realistische, vaak hyperrealistische stijl die ze hanteerden weer te geven. Een lust voor het oog.